‘Wat is jouw kleur?’, vraagt de Braziliaanse politicus aan NOS-correspondent Nina Jurna. De interviewer, onzeker: ‘Uhm, de vraag overvalt me.’ ‘Welke kleur ben je in Nederland?’, vraagt de politicus door. ‘Zwart’, zegt Jurna dan maar, en alsof ze het even moet checken staart ze naar de huid van haar arm. Een schurende dialoog die een wereld blootlegt waarin ‘elke huidtint een eigen betekenis heeft’, aldus Jurna in haar VPRO-serie Van Bahia tot Brooklyn. Daarin onderzoekt de Overijsselse met Surinaamse wortels de gevolgen van eeuwenlange slavernij, waartoe fixatie op huidskleur behoort. Vanuit haar woonplaats Rio de Janeiro, naar Bahia in het noorden van Brazilië, langs Suriname en de Cariben, eindigt Jurna haar zoektocht in Brooklyn, New York, tienduizend kilometer verderop.
Onthullend, veelbelovend, pijnlijk, ontroerend en ook hoopgevend was vrijdag de eerste aflevering van de serie die, in aanloop naar de Nationale herdenking Slavernijverleden op 1 juli, in zeven delen laat zien hoe duister verleden het heden overschaduwt. Kijk naar de politicus die zichzelf als ‘wit’ heeft geregistreerd, al heeft hij onloochenbaar een gemengde achtergrond. Luister naar een meisje met zwart kroeshaar dat hoorde dat een wit kind bang voor haar was vanwege die weerspannige haardos. Na al die jaren emotioneert het haar nog steeds – Jurna omhelst haar troostend. En hoor de broer van het meisje, die met zijn afro voortdurend door de politie werd aangesproken: ‘Hé, zwarte, waar ga je stelen?’
Wit is in Brazilië de kleur van de macht en de rijkdom. Hoe donkerder je huidskleur, hoe lager je plekje op de maatschappelijke ladder en hoe minder kansen, zo laat Jurna keer op keer zien. Op tal van manieren worstelt Brazilië met de koloniale geschiedenis, en ontkent het die vaak. De enorme haven waar talloze slaafgemaakten vanuit Afrika zijn aangevoerd, is vrijwel bedolven onder een metrolijn die werd aangelegd voor de Olympische Spelen van 2016. Een begraafplaats met zeker veertigduizend doden, op de plek waar de slavenmarkt was, is onder een woonwijk verdwenen. ‘Toen we onder ons huis gingen graven, stuitten we op honderden botten. Eén schedel was van een kind, er zat maar een tandje in de kaak’, vertelt een vrouw die haar huis als herdenkingsplek heeft ingericht.
Het is, althans voor mij, een goeddeels onbekende wereld die Jurna voorschotelt. Met een treurig verleden, maar ook veelzijdig, kleurrijk en poëtisch. Vrouwen roffelen samen in een drumband op hun trommel, voorheen het instrument dat het werktempo van de slaafgemaakten dicteerde: ‘We voelen ons oppermachtig’, zegt een vrouw. Jurna, duidelijk in haar element, drumt bezield mee. Twee vrouwen brouwen hun eigen bier en brengen het op de markt met een etiket waarop eer wordt betoond aan belangrijke, anders vergeten zwarte vrouwen. Kleine verhalen van kracht en hoop. Ze leggen het Jurna uit in de zangerigste taal ter wereld, een feest voor het oor.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden