Het decor van de Ghanese ontbijttelevisie is vriendelijk genoeg. Een huiskamersetting met door de ramen een blik op modern Accra. En de gasten lachen heel wat af met de innemende presentator Kafui Dey. Maar als Wopke Hoekstra aanschuift, wordt hij kritisch aan de tand gevoeld door een andere vlotte prater: Thelma Tackie. Na wat algemene vragen over zijn bezoek, voert ze de druk op. Ghana voelt de gevolgen van de oorlog in Oekraïne, zegt ze. De prijzen gaan omhoog en er zijn onderbrekingen in de handel, voelt Nederland dat ook? Wat doet u om de oorlog te beëindigen? U kwam gisteren aan en vertrekt vandaag alweer; heeft u gevonden wat u zocht?
En, vraagt Tackie: ‘Wat zijn die culturele banden tussen ons? Het gaat bij dit bezoek veel over de culturele erfenis. Maar wij zitten hier in West-Afrika, u ergens in het noorden van Europa en we vragen ons af: welke cultuur zouden we in vredesnaam kunnen delen?’
Ja, we wonen op duizenden kilometers afstand en ja, het bezoek is kort, geeft de minister toe. Des te meer reden om terug te komen. ‘En wat we delen zijn waarden, over hoe je met mensen omgaat, over het immense belang van democratie, die kwetsbaar is en die we allemaal moeten verdedigen. En over de rol van de rechtsstaat en van mondiale orde; ervoor zorgen dat die geregeerd wordt door recht en niet door agressie.’
En daarin, zal Hoekstra keer op keer herhalen tijdens deze reis naar Ghana en Kenia, spelen deze landen een cruciale rol – als ‘regionale bakens van stabiliteit’ en door hun opstelling in de Verenigde Naties met hun duidelijke afwijzing van de Russische invasie.
De reis waarbij beide landen een dag worden aangedaan wordt ondernomen met de andere Benelux-ministers van Buitenlandse Zaken – al moet de Belgische collega op het laatst afhaken wegens parlementaire verplichtingen.
Het besluit Afrika te bezoeken hebben de drie landen genomen tegen de achtergrond van de oorlog in Oekraïne en de geopolitieke wedijver die is ontstaan om de gunst van de landen in Afrika, Latijns-Amerika en Azië. Het zijn landen die niet alleen over veel stemmen in de VN beschikken, maar ook over grondstoffen, groeiende bevolkingen en, bovenal, de wens om vooruit te komen.
Die wens is er ook in Ghana, maar er zijn genoeg obstakels. De complexe mengeling van banditisme, jihadisme en terrorisme grijpt niet alleen steeds verder om zich heen in West-Afrika. Zij bedreigt vanuit het noorden ook de landen aan de kust, zoal Ghana, Benin en Togo, steeds meer. Ghana is tot dusver de dans ontsprongen, maar de situatie bij noorderbuur Burkina Faso is snel verslechterd. En ook in Ghana bestaan grote zorgen over de situatie in het noorden van het land, waar de staat minder aanwezig is en waar de sociale voorzieningen op een nog lager pitje staan dan in de rest van het land.
Achter gesloten deuren zegt de Ghanese minister van Veiligheid tegen zijn bezoek dat ‘als Burkina instort, dat rampzalig zou zijn voor Ghana’. Het ontbreekt hem aan alles om de strijd met ‘de terroristen’ aan te gaan: van wapens voor de politie en het leger, tot patrouilleboten en helikopters. Maar in een gesprek met Ghanese experts komt ook naar voren hoe kwetsbaar de bevolking in afgelegen gebieden is voor beïnvloeding en rekrutering door smokkelaars.
‘We hebben gezondheidszorg nodig, drinkwater’, zegt een academicus. ‘Dat brengt ook een grotere aanwezigheid van de staat in die gebieden. En mensen hebben kunstmest nodig en kleine waterpompen om ook in het droge seizoen aan landbouw te doen. En wat kost nou een waterpomp?’
De tijd dat een Nederlandse minister na zo’n opmerking direct waterpompen uit de hoge hoed tovert, is voorbij. Wel brengt Hoekstra de boodschap dat er 5 miljoen euro wordt gestoken in het bevorderen van de regionale veiligheid in West-Afrika en de coördinatie van inspanningen tussen de betrokken landen.
De pas verschenen Afrikastrategie van het kabinet legt expliciet de nadruk op partnerschap en gelijkwaardigheid. ‘Meer kijken naar wat hun belangen zijn en wat onze belangen zijn, is de juiste richting’, zegt Hoekstra. ‘Dat zeggen mijn gesprekspartners hier ook. Ze willen een volwaardig partnerschap en dat past ook bij de 21ste eeuw. Mijn Ghanese collega zei letterlijk: ik wil van aid to trade. Maar ik snap wat de professor zei over waterpompen. Daarom blijft een deel van de klassieke ontwikkelingssamenwerking natuurlijk ook bestaan.’
In de Kamer is de linkse oppositie kritisch over de verdere overheveling van ontwikkelingsgeld naar de opvang van asielzoekers in Nederland zelf. Dat dreigt van die nieuwe Afrikastrategie een ‘wassen neus’ te maken, vindt Tom van der Lee (GroenLinks). Ook Partos, de branchevereniging voor meer dan honderd ontwikkelingsorganisaties, noemt het ‘zeer onverstandig’ dat het kabinet bezuinigt ‘op het aanpakken van grondoorzaken van conflict, klimaatverandering, armoede en noodhulp’.
In Ghana en Kenia lijkt de Nederlandse zoektocht naar gelijkwaardige partnerschappen (die de ongelijke economische situatie niet negeren) goed aan te sluiten bij de plaatselijke politieke wensen. Beide landen onderstrepen hun afkeuring van de Russische invasie van Oekraïne en zoeken vooral naar concrete samenwerking waar hun land van kan profiteren. ‘We willen vooral dat bedrijven uit de Benelux-landen hier naartoe komen en investeren,’ zegt de Ghana’s minister van Buitenlandse Zaken Shirley Ayorkor Botchway. Haar eigen ministerie oogt als een gebouw dat zijn beste tijd gehad heeft, maar wie naar buiten kijkt ziet op grote borden dat de redding nabij is: China financiert de bouw van een nieuw ministerie.
Als de Benelux-ministers een dag later in Nairobi de Keniaanse pers te woord staan, nadat ze eerder al op de foto zijn gegaan met de Franse minister van Ontwikkelingssamenwerking die ook in town is, wijzen bijna alle vragen in één richting: zijn er concrete afspraken gemaakt over nieuwe investeringen in Kenia?
Hoewel Kenia economisch een ‘regionale powerhouse’ is met een groeiende economie en een groeiende middenklasse, leven ook hier ‘significante zorgen’ over de stabiliteit in de regio, zegt Hoekstra na gesprekken met zijn collega Korir Sing’Oei en president William Ruto. Kenia heeft duizenden militairen in buurland Somalië, en de terroristische Al-Shabaab die daar opereert is ook aanwezig in het noordwesten van Kenia. Verder volgt Nairobi nauwlettend de situatie in Democratische Republiek Congo en de geweldsexplosie in Soedan, die een nieuwe stroom vluchtelingen op gang heeft gebracht.
‘Dus voor de Kenianen speelt voortdurend de vraag: hoe helpen we buurlanden stabiel te worden, of te blijven’, zegt Hoekstra. Nederland biedt hier zeker een helpende hand, met grote ontwikkelingssamenwerkingsprogramma’s van bij elkaar 680 miljoen euro de komende vier jaar in Somalië en Kenia. ‘Maar die instabiliteit in de regio’, zegt Hoekstra, ‘maakt ook begrijpelijk dat president Ruto tegen me zegt: ‘Oekraïne is geen Europees probleem, maar een mondiaal probleem. Maar Soedan is ook geen Afrikaans probleem, maar een mondiaal probleem’.’
Een week vóór Hoekstra deed zijn Russische collega Sergej Lavrov Nairobi aan. Hij ving bot wat betreft de Keniaanse opstelling in de oorlog, die onverminderd kritisch is over de invasie. Maar zijn aanbod om de handel te intensiveren – die nu niet groot is, en dat ook niet snel zal worden – werd met open armen door de president ontvangen. Zoals James Wanzala, van de Keniaanse krant The Standard, het samenvat: ‘Hij verkocht onzin over de oorlog maar beloofde kunstmest te brengen – en die is hier nodig.’
Het is een van de vragen waarmee westerse landen worstelen. In de meeste Afrikaanse landen zijn ze verreweg de grootste investeerders, donoren en handelspartners. Maar de hulp verloopt grotendeels via grote VN-programma’s waar hun vlag niet op staat. Doelmatig wellicht, maar niet zichtbaar. Terwijl de tekenen van Chinese investeringen in de Afrikaanse infrastructuur overal te zien zijn. En in delen van West-Afrika heeft Rusland met Wagner-huurlingen en desinformatiecampagnes voor een appel en een ei de Franse en Europese aanwezigheid sterk teruggedrongen.
Het is ironisch dat juist een oorlog in Europa de ogen van Europeanen heeft geopend voor de structurele ontwikkelingen, zoals de verschuiving van economische macht naar het oosten, die hun positie elders in de wereld hebben verzwakt. Waarbij de Britse journalist Janan Ganesh ter relativering terecht opmerkt dat de Verenigde Staten zelfs op het toppunt van hun macht 70 jaar geleden ‘niet konden tegenhouden dat de helft van de wereld zijn eigen weg zocht’. Niettemin zijn westerse landen begonnen aan een diplomatiek tegenoffensief, om alternatieven te bieden voor Russische en Chinese invloed in de regio. Daarbij hebben ze te maken met assertieve Afrikaanse landen die hun oud-kolonisators met wantrouwen bekijken, graag zelf kiezen met wie ze in zee gaan en geen behoefte hebben aan betuttelende westerse bemoeienis.
‘We zijn (sinds Ruslands grote invasie van Oekraïne, red.) ook ruw wakker geworden over het feit dat andere landen veel assertiever aan de weg timmeren in hun bilaterale contacten’, zegt Hoekstra. Om westerse landen weer een scherper profiel te geven in het mondiale zuiden moeten ze een lange adem hebben, zegt Hoekstra. ‘Dat heb je echt niet gefikst met twee bezoeken. En het is ook volstrekt logisch dat landen waarmee wij contacten intensiveren in eerste instantie kijken naar hun eigen belangen, en niet zozeer naar wat voor vrome boodschappen wij komen brengen. Daar moet je heel serieus op inspelen.’
Maar terwij Source: Volkskrant