Vrijdagavond 5 mei rond kwart over tien. Een man in spijkerbroek en een blauwe jas met een rugtas om zijn schouders wordt op een perron van metro- en treinstation Bijlmer Arena in Amsterdam Zuid-Oost opgejaagd door een drietal jongens, voornamelijk gekleed in zwart en grijs.
Een luid gegil en gebrul klinkt door het station. Een van de drie jongens haakt de man pootje en dwingt hem op de grond. Instinctief duikt de man ineen, zijn armen als een stootkussen om zijn hoofd geslagen, zijn knieën opgetrokken, wachtend op wat komen gaat.
Over de auteur
Hassan Bahara is sinds 2021 media- en cultuurredacteur voor de Volkskrant. Daarvoor schreef hij over (online)radicalisering. Eén week in de maand doet hij dienst als tv-recensent.
In een oogwenk is hij omringd door een nog grotere groep jongens, een stuk of tien ongeveer. Daaromheen staat een kleinere groep omstanders – nieuwsgierige tieners die op het tumult zijn afgekomen.
Het groepje dat om de man heen staat laat een genadeloze regen aan trappen en stompen op hem neerdalen, bijna allemaal gericht op zijn hoofd. Door een klein geluk schuift de rugtas van de man over zijn hoofd en vangt die een groot deel van de trappen op. Een enkeling ziet kans om de man in zijn buik te trappen.
Het merendeel van de jongens die tekeergaan is lang, tenger, vermoedelijk halverwege de tienerjaren. Maar dan duikt er een aanzienlijk jonger en korter kind op. Hij lijkt niet ouder dan basisschoolleeftijd. Het jongetje duikt zonder enige aarzeling in de lynchpartij en mikt met gestrekt rechterbeen op het hoofd van de weerloze man.
Binnen enkele seconden zijn er vanuit alle kanten tientallen trappen en enkele stompen uitgedeeld. De man ondergaat het roerloos, totdat er plotseling iemand opduikt die de mishandeling lijkt te willen opbreken.
De man, een petje op en een grote, grijze rugtas om zijn schouders, steekt zijn handen naar de jongens uit, een kennelijke poging om ze op afstand te houden. Het biedt het slachtoffer een seconde respijt, precies genoeg om van de grond te komen. Wankelend en versuft probeert hij bij zijn belagers weg te komen.
Een jongen, een van de meest woeste belagers, haalt nog twee keer uit. Een trap, een duw. Het is precies genoeg om de man van het perron te trappen en op het metrospoor te laten vallen.
En dan gaat het beeld op zwart. De schop- en stomppartij, opgenomen met een mobiele telefoon en oorspronkelijk gedeeld op het socialmediaplatform Snapchat, duurt een luttele 27 seconden.
Hoe het met de man afloopt? Dat blijft die vrijdagavond 5 mei nog uren in nevelen gehuld. Wat de aanleiding was van de brute geweldsexplosie? Ook dat blijft in eerste instantie onduidelijk.
Wel weten de beelden van de mishandeling dezelfde avond nog uit de krochten van Snapchat te kruipen en andere sociale media als Instagram en Twitter te bereiken. De volgende ochtend, op zaterdag 6 mei, gaan de beelden viraal en brengen ze een golf van nationale verontwaardiging teweeg.
Inmiddels heeft de Snapchat-video zelfs een eigen naam. Het ‘Bijlmer-filmpje’ is het in verschillende media gedoopt. In bepaalde hoeken op sociale media is het filmpje vooral aanleiding geweest voor racistische oprispingen – de geweldplegers zijn van kleur, het slachtoffer is een witte man. Elders op het internet was het filmpje voer voor sensatiezoekers die nieuwsgierig zijn naar het schokkende geweld.
Ook de Tweede Kamer deelde mee in de verontwaardiging over het Bijlmer-filmpje. De PvdA en het CDA kondigden aan om een wetsvoorstel te introduceren die het verbiedt om filmpjes waarin zulke gewelddadigheden voorkomen online te plaatsen. Gebeurt dat dat wel, dan kan dat leiden tot een boete van maximaal 9.000 euro of een jaar celstraf. Volgens een PvdA-woordvoerder wordt op het moment de laatste hand gelegd aan het wetsvoorstel.
Het ‘Bijlmer-filmpje’ rakelde vragen op die telkens opborrelen als dit soort gefilmde geweldsexcessen online verschijnen. Waarom wordt dit gefilmd en geüpload? Hoe verspreidt het zich? Waarom kijken we er naar? En wat valt er tegen te doen?
De brede ophef over deze geweldsfilmpjes, en de duiding ervan, is niet nieuw. Rond 2013 kwam het woord ‘kopschopvideo’ in zwang, een term gemunt op de site Geenstijl, die uitvoerig aandacht besteedde aan een filmpje uit het Eindhovens uitgaansleven waarop een zware mishandeling te zien is.
Deze ‘kopschopvideo’, opgenomen door een beveiligingscamera, ontketende een verhitte zoektocht naar de daders. De beelden werden massaal gedeeld op Facebook en Twitter, onder meer door zangduo Nick en Simon en acteur Nasrdin Dchar, met de oproep ‘deze groep zielige pubers’ op te sporen.
In de afgelopen tien jaar verschenen er meer van zulke ‘kopschopvideo’s’. Ze verlopen bijna altijd volgens een vast stramien: een enkeling of een groepje (vaak tieners) begint op iemand in te trappen, een omstander (vaak ook een tiener) trekt zijn telefoon en begint te filmen. Daarna wordt het filmpje geüpload naar een socialmediaplatform, vindt het binnen een mum van tijd zijn weg naar een groter publiek en volgt massale verontwaardiging.
Vooral de videosite Dumpert, onderdeel van Geenstijl, vormde in het begin een belangrijke verzamelplaats voor geweldsfilmpjes waarin tieners figureren. Een berucht filmpje dat via Dumpert twee miljoen kijkers trok toont de mishandeling van de 14-jarige Tommy uit Spijkenisse door een aantal andere tieners. Ook dit filmpje uit 2019 schokte het land; het werd tot aan het jongerenpanel van tv-programma De Wereld Draait Door besproken. ‘Het is natuurlijk heftig wat er te zien is, maar het filmen zelf gebeurt heel vaak’, reageerde panellid Romeijn Scheerder. ‘Op onze school worden ook zo veel filmpjes doorgestuurd.’
Hoeveel van dit soort video’s uiteindelijk op het internet circuleren, en hoe significant de toename is, is lastig te zeggen, aldus Don Weenink, socioloog aan de Universiteit van Amsterdam, en gespecialiseerd in gedrag dat ontspoort in geweld. Hij bestudeerde talloze geweldsfilmpjes. De filmpjes moeten volgens Weenink geen aanleiding geven tot het idee dat jongeren in toenemende mate geweld gebruiken. Recente politiecijfers laten weliswaar zien dat de ernst van geweldsdelicten onder jongeren toeneemt, maar tegelijkertijd nemen dit soort delicten in aantal af.
Weenink: ‘In het algemeen kun je zeggen dat conflicten tussen mensen steeds vaker worden geüpload. Het internet staat er vol mee. Niet alleen met gevechten, maar ook met meningsverschillen in de openbare ruimte. Denk bijvoorbeeld aan een woordenwisseling tussen een tramconducteur en een passagier of een ruzie op een terras.’
In sommige gevallen speelt de wens om viraal te gaan met een filmpje, aldus Weenink. Geweld, of heftige woordenwisselingen in de openbare ruimte, trekken de aandacht omdat het buiten de maatschappelijke norm valt.
Maar er kunnen ook gezondere motieven achter het filmen van geweld schuil gaan.
Weenink: ‘Veel mensen filmen omdat ze het als bewijs willen vastleggen. Vooral in Amerika zie je dat. Dan wordt er gezegd: ‘It’s all on camera.’ Vrij vertaald: ik neem alles op, ik weet waar je mee bezig bent, dit is bewijsmateriaal voor de politie. Dat kan een de-escalerende werking hebben.
‘Filmen trekt ook de aandacht van anderen. Het betrekt ze bij het incident. Mensen kunnen dan denken: ik ben niet de enige die dit ziet, anderen zien het ook. Uit eerder onderzoek is al gebleken dat als mensen van elkaar weten dat ze hetzelfde zien, ze ook sneller gezamenlijk ingrijpen.’
In het geval van het geweldsfilmpje dat op station Bijlmer Arena werd opgenomen wil Weenink voorzichtig zijn. Over de reden om dit te filmen en te uploaden valt nog niets met zekerheid te zeggen. In zijn algemeenheid kan Weenink wel zeggen dat tieners dit soort filmpjes vaak voor vrienden en bekenden opnemen. De vechtpartij dient als bewijs van hun stoerheid.
Weenink: ‘Sociale media bieden tieners een podium om zich te presenteren als een hechte roedel. Ze kunnen er laten zien waar ze fysiek toe in staat zijn.’
De precieze gangen nagaan van het filmpje dat op station Bijlmer Arena werd opgenomen, is lastig. Wel is duidelijk dat het filmpje drie kwartier na het incident vanuit Snapchat zijn weg weet te vinden naar Twitter. De eerste die het filmpje doorplaatst is iemand met het account @onbekende666. Op de vraag van de Volkskrant waar dit filmpje vandaan komt, antwoordt degene achter het account dat hij of zij dit niet meer weet. Kort daarna wordt de tweet met het filmpje verwijderd.
Het duurt tot de volgende ochtend voordat een groter publiek kennis van het geweldsincident neemt. Een Instagram-post van de Amsterdamse politieafdeling Bijlmermeer Zuid-Oost over een ‘heftige mishandeling’ op station Bijlmer Arena wordt opgepikt door lokale media zoals AT5.
Het bericht vormt het startsein voor het viraal gaan van het filmpje. Met Source: Volkskrant