Home

Houd de politiek buiten het toezicht, zeggen de inspecteurs

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Inspecteurs-generaal Rijksinspecties willen onafhankelijk voor publieke belangen kunnen opkomen: „zonder politieke of ambtelijke inmenging”. Ze spreken hun zorgen uit over een nieuwe wet, die juist dat zou kunnen ondergraven.

Het kabinet beloofde in het regeerakkoord meer onafhankelijkheid voor inspecties, maar de plannen voor een nieuwe wet dreigen te verzanden in juridische en procedurele problemen.

Inspecties zien dat bewindspersonen de grip niet uit handen willen geven: „Ministers willen een commandolijntje houden om via de inspectie politieke brandjes te kunnen blussen.”

Het waren mooie woorden die het kabinet-Rutte IV anderhalf jaar geleden in het regeerakkoord zette: er zaten barsten in de democratische rechtsorde, burgers raakten het vertrouwen in hun overheid kwijt. Daar móést iets aan gebeuren. Onder meer zou het kabinet snel een wet maken om de onafhankelijkheid van inspecties beter te beschermen.

Die onafhankelijkheid was afgelopen jaren regelmatig in het gedrang: onder druk van ministeries hielden inspecties kritische onderzoeken achter, bijvoorbeeld over gebrekkige controles op wapenvergunningen of over problemen bij ruimtelijke ordening. Bij de Groningse gaswinning werd toezichthouder Staatstoezicht op de Mijnen stelselmatig tegengewerkt, soms zelfs genegeerd door het ministerie van Economische Zaken.

De nieuwe wet die aan dit soort oneigenlijke inmenging een einde moet maken dreigt nu te verzanden in juridische en procedurele problemen die het kabinet opwerpt. Dat blijkt uit een brief die de Inspectieraad enkele weken geleden naar de verantwoordelijke minister van Binnenlandse Zaken heeft gestuurd. „Het is een taai proces geworden”, zegt Alida Oppers. Zij is inspecteur-generaal van het Onderwijs en voorzitter van de Inspectieraad, de samenwerking tussen elf Rijksinspecties, die onder meer toezien op onderwijs, zorg, gaswinning, arbeidsomstandigheden, voedselveiligheid en milieu.

Tien jaar geleden hadden we hier niet gezeten, zeggen Oppers en Theodor Kockelkoren, inspecteur-generaal der Mijnen. Twee inspecteurs-generaal tegenover twee journalisten. Inspecteurs zochten nauwelijks de media op. En als ze dan een interview gaven, was dat nooit zonder toestemming van de minister. Nu willen deze twee inspecteurs hun zorgen over de nieuwe wet niet alleen binnenskamers doorspelen, maar ook publiekelijk toelichten. „We móéten assertiever worden.”

Deze keer hebben ze de minister niet om toestemming gevraagd, zeggen ze. De elf inspecties willen in antwoord op „nationale trauma’s” zoals het Toeslagenschandaal en het Gronings gasdrama hun eigen koers bepalen, zonder politieke druk of inmenging. Bij de Groningse gaswinning werd de toezichthouder stelselmatig tegengewerkt, soms zelfs genegeerd door het ministerie van Economische Zaken.

Deze maandag debatteert de Kamer voor het eerst over de mogelijke contouren van een nieuwe wet voor de Rijksinspecties, die het kabinet in het regeerakkoord heeft beloofd. De inspecties willen dat bewindspersonen niet langer de mogelijkheid krijgen om hen specifieke opdrachten te geven, of via hun budgetten het toezicht te sturen of dwarsbomen. Het toezicht moet worden gebaseerd op wetten en regels, niet op de partijpolitieke opportuniteit van de dag.

Maar het kabinet ziet problemen bij de wens van inspecties om zelfstandig het eigen werkprogramma te kunnen vaststellen. Ook wil het kabinet ministers toestaan de nieuwe wet terzijde te schuiven. En dat laatste „ondergraaft” volgens de inspecties de „wettelijke verankering van de onafhankelijkheid”.

Wat staat er op het spel?

Oppers: „Het gaat hier om iets heel fundamenteels: herstel van de democratische rechtsorde en vertrouwen in de overheid. Die hebben flinke deuken opgelopen. Het kabinet wil dat vertrouwen herstellen en inspecties hebben hierin een belangrijke taak. Wij moeten zorgen dat groepen die geen stem hebben, toch een stem krijgen; dat geluiden die niet in de mode zijn, gehoord worden. Als we zien dat beleid en wetgeving in de praktijk niet werken en publieke belangen schaden, moeten we dat kunnen zeggen. Met scherpte, ongehinderd en onpartijdig, zonder oneigenlijke politieke of ambtelijke inmenging.”

Zorgen over de politieke afhankelijkheid van inspecties zijn er al langer. Soms komen verhalen over de politieke inmenging naar buiten. De Inspectie Justitie en Veiligheid hield in 2020 een kritisch rapport over de controle op wapenvergunningen achter na druk van ambtenaren van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Zoiets gebeurde ook bij de Inspectie Leefomgeving en Transport. Het ministerie van Binnenlandse Zaken hield de publicatie van een kritisch rapport over het ruimtelijke ordeningsbeleid tegen.

Soms is sprake van structurele bemoeienis met een inspectie. Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) kreeg jarenlang geen capaciteit om de aardbevingen in Groningen te onderzoeken.

Oppers: „Het debat zou over de versterking van de rechtsstaat moeten gaan, maar de discussie raakt ondergesneeuwd door juridische en procedurele bezwaren. Zo raakt het doel buiten beeld.”

Waarom is het zo belangrijk de onafhankelijkheid van inspecties vast te leggen?

Kockelkoren: „Inspecties zijn in het verleden verschillende keren teruggefloten. Een aantal jaar terug liet de secretaris-generaal van Economische Zaken mij weten dat SodM geen toezicht moest houden op de versterkingsoperatie in Groningen. Ik ben daar tegenin gegaan: die versterking gaat om de veiligheid van de gaswinning en toezicht daarop hoort bij onze taak. Die strijd won ik. Vervolgens keurde het ministerie het budget af dat we daarvoor hadden gevraagd. Het departement vond het niet bij onze taak horen. Daardoor had ik tussen 2018 en 2020, voor de versterking belangrijke jaren, niet de mensen en middelen om het toezicht uit te voeren. Dat soort sturing moeten kabinet en Kamer niet willen.”

In 2021 onthulde de Autoriteit woningcorporaties dat deze toezichthouder in vijf jaar tijd vier keer een zogenaamde ‘aanwijzing’ had gekregen van de minister van Binnenlandse Zaken. Die had opdracht gegeven om bij specifieke woningcorporaties of op bepaalde wetsartikelen niet meer te handhaven. De directeur van de Autoriteit woningcorporaties, Kees van Nieuwamerongen, vond het regelmatige gebruik van de aanwijzing problematisch. „Het maakt van de toezichthouder meer uitvoerder van beleidsmatige wensen dan hoeder van de wet.”

Wat is er eigenlijk mis met zulke aanwijzingen?

Kockelkoren: „We leven niet in een ivoren toren, natuurlijk reageren we op maatschappelijke onrust. Maar niet via een oekaze van een bewindspersoon. We moeten niet worden gestuurd om politieke brandjes te blussen.”

Oppers: „Er is een praktijk gegroeid waarbij bewindspersonen de inspectie soms willen gebruiken als een soort uitvoeringsdienst, waarmee de waan van de dag het werk van de inspecties gaat beheersen. In de politieke opportuniteit van het moment is het voor de minister verleidelijk een rechtstreeks commandolijntje naar de inspectie te hebben. Ministers zien het als een gemis als ze straks niet meer kunnen zeggen: ‘Ik stuur de inspectie erop af!’”

Hoewel bewindspersonen dit volgens Oppers regelmatig doen, noemen Kockelkoren en zij die voorbeelden liever niet. Ze willen de relaties met de ministeries en andere inspecteurs-generaal niet beschadigen. Maar in nieuwsberichten en Kamerstukken zijn verschillende casussen te vinden waarbij ministers toezicht aangrijpen om snel politiek resultaat te boeken. Minister Wiersma (Onderwijs, VVD) zet bij het oplossen van problemen in het onderwijs bijvoorbeeld sterk in op toezicht.

Is dat een voorbeeld van zo’n oekaze?

Oppers: „Ja, de minister moet toezicht niet gebruiken voor de korte klap. Natuurlijk mag een minister de koers uitzetten voor een inspectie, maar dat gaat om de langere termijn. In de kortcyclische wereld waarin bewindspersonen leven is het begrijpelijk dat ze naar toezicht grijpen als snel en concreet instrument. Dat is de verleiding, het kost geen drie jaar voorbereidingstijd zoals een wet.”

Waarom is het een probleem als de minister jullie erop afstuurt?

Kockelkoren: „Er is een groot risico op willekeur. Wij willen dat de minister niet langer specifieke instructies kan geven om bedrijf x of y te gaan onderzoeken. Bewindspersonen moeten inspecties wel algemene aanwijzingen kunnen geven om op een bepaalde manier toezicht te houden. Maar dat moet voor iedereen transparant zijn, zodat de Kamer dat kan controleren.”

Oppers: „Wij kunnen goed beoordelen waar de grootste maatschappelijke risico’s zitten, waar we onze capaciteit op moeten inzetten. We hebben ook de ruimte nodig om politiek minder comfortabele onderwerpen te bekijken.”

Dat deed bijvoorbeeld de NRC

Previous

Next