Batoea (Zuid-Celebes), Rawagede (Java) en Gianyar (Bali), exotische namen van lieflijke kampongs waar gruwelijke gebeurtenissen plaatsvonden. Nederlandse militairen pleegden in de Nederlands-Indonesische dekolonisatieoorlog oorlogsmisdrijven.
Het lukt premier Rutte alleen niet dit volmondig toe te geven: ‘De term oorlogsmisdrijven is niet van toepassing op de onafhankelijkheidsoorlog van Indonesië’, schrijft hij medio december vorig jaar in reactie op het onderzoeksrapport Over de grens. Nederlands extreem geweld in de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog, 1945-1949, dat woensdag 14 juni op de agenda staat in de Tweede Kamer.
Over de auteurs
Theo de Roos is em. hoogleraar strafrecht, Jurjen Pen is advocaat en Stan Meuwese is rechtshistoricus, gepromoveerd op de rechtsgeschiedenis van de militaire dienstplicht.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Want – zo stelt Rutte – de term oorlogsmisdrijven is pas in 1952 met de Wet oorlogsmisdrijven (ter uitvoering van de Geneefse oorlogsrechtverdragen van 1949) in de Nederlandse strafwetgeving vastgelegd. Dat klopt. Maar er bestond destijds (1945-1949) wel degelijk een heel precies idee wat onder oorlogsmisdrijven verstaan moest worden, zoals blijkt uit het volgende.
Ten eerste: de vonnissen van het proces in Neurenberg tegen de Duitse nazitop waren op 1 oktober 1946 gewezen, op het moment dat de eerste Nederlandse dienstplichtigen op de boot naar Indonesië zaten.
Ten tweede: de hoogste gezagsdrager in Nederlands-Indië, Huib van Mook, had in 1946 een lijst van oorlogsmisdrijven vastgelegd, gebaseerd op een document van de Verenigde Naties. Dat was gedaan om oorlogsmisdrijven gepleegd door de Japanse bezetters te kunnen bestraffen. Maar wat voor de één geldt is dan ook van toepassing op de ander: ‘Doe een ander niet wat je niet wilt dat jou geschiedt’.
Ten derde: hoe men zich in een gewapende strijd diende te gedragen was al in het oorlogsrecht uit 1907 en 1929 vastgelegd. Generaal Simon Spoor, de bevelhebber van de Nederlandse troepen in toenmalig Nederlands-Indië, verspreidde teksten van de oorlogsrechtverdragen onder zijn troepen.
Het oorlogsrecht was dus voluit van kracht. En bovendien: in het Wetboek van Militair Strafrecht was sinds 1923 vastgelegd, dat alleen een militair die zich hield aan het oorlogsrecht vrijuit ging bij gedragingen die normaal gesproken een strafbaar feit opleveren. Het doden van een militaire tegenstander in een gevechtssituatie en met militaire noodzaak is strafrechtelijk gezien geen moord.
Maar in het rapport Over de grens uit 2022 wordt – net als in de Excessennota uit 1969 – de term ‘oorlogsmisdrijven’ niet gebruikt, de geschiedkundigen mijden de rechtskundige term. Premier Rutte mijdt die term ook, maar hij leidt geen wetenschappelijke, maar een politieke en maatschappelijke discussie. Ja, stelt Rutte, het ging om een oorlog. Ja, stelt Rutte, militairen werden slecht voorbereid op een onmogelijke missie gestuurd. Ja, stelt Rutte, er was extreem geweld. Maar, nee, zegt Rutte welke strafbare feiten Nederlandse militairen ook pleegden in deze oorlog, het zijn geen oorlogsmisdrijven.
Er was volgens Rutte sprake van een dekolonisatieoorlog. Oorlog dus, en geen verhullende termen als ‘politionele acties’. Maar in de visie van de huidige regering een oorlog waarop het oorlogsrecht niet van toepassing was en waarin geen oorlogsmisdrijven werden gepleegd.
Al is de term ‘oorlogsmisdrijven’ dan formeel in de periode 1945-1949 geen Nederlandse wettelijke term, het was toen wel degelijk een internationale juridische term.
Maurice Swirc heeft in zijn bekroonde boek De Indische doofpot. Waarom Nederlandse oorlogsmisdaden in Indonesië nooit zijn vervolgd overtuigend aangetoond, dat het nooit tot vervolging en veroordeling van oorlogsmisdrijven gepleegd door Nederlandse militairen is gekomen. Niet omdat deze oorlogsmisdrijven niet gepleegd zouden zijn, maar omdat het spoor ongetwijfeld zou voeren naar de opdrachtgevers, de militaire autoriteiten en de politieke ambtsdragers.
Intussen zijn dankzij een juridische truc in 1971 alle oorlogsmisdrijven gepleegd door Nederlandse militairen in Indonesië verjaard en oorlogsmisdrijven gepleegd door Duitsers en hun aanhangers in de Tweede Wereldoorlog niet.
Is dit nu een abstracte discussie onder juristen? Wat is het belang of de Nederlandse regering anno nu toegeeft of er oorlogsmisdrijven zijn gepleegd of niet en met welke term die strafbare feiten worden aangeduid?
Het was oorlog (zegt ook Rutte), het oorlogsrecht was toepassing (maar dat zegt Rutte niet), er werden veel geweldsmisdrijven gepleegd door militairen (zegt Rutte), er werden dus oorlogsmisdrijven gepleegd (maar dat durft Rutte niet te zeggen).
We moeten ons koloniale verleden, ook in de eindfase, onder ogen durven zien. Het verwerken van het verleden, Vergangenheitsbewältigung, zoals de Duitsers dat noemen – en zij hebben er veel ervaring mee - begint met de waarheid te erkennen. Zaken bij de naam noemen. Eufemistisch woordgebruik, verhullende taal en ontwijkende termen horen daar niet bij.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden