De pole-position voor de zevende race van het seizoen was in handen van titelverdediger Francesco Bagnaia. Marc Marquez, die in de kwalificatie had geprofiteerd van een sleepje bij Bagnaia, stelde zich als tweede op. De derde plek op de voorste lijn was voor Luca Marini. Op de tweede rij stonden Jack Miller, Jorge Martin en Alex Marquez - die zich als derde had gekwalificeerd, maar drie plaatsen naar achteren werd gezet vanwege zijn rijgedrag in de Grand Prix van Frankrijk. WK-tweede Marco Bezzecchi, tweede in de sprintrace, vertrok van P7. 2021-kampioen Fabio Quartararo moest vanaf de veertiende plek naar voren zien te komen.
Bij de start van de warme race over 23 ronden (27 graden Celsius) schoot Miller naar voren. De Australiër pakte met zijn KTM in de eerste bocht de leiding, maar even verderop sloeg Bagnaia terug. Martin veroverde in de openingsronde de derde plaats, voor Marini, Marc Marquez, Alex Marquez, Brad Binder en Bezzecchi.
Bagnaia wist in de eerste ronden een paar tienden los te komen. Martin haalde Miller in en sloeg een gat van ruim een seconde naar de achtervolgers, die het flink met elkaar aan de stok kregen. Zo kwamen Alex Marquez en Miller in de derde omloop met elkaar in aanraking bij het harde remmen voor San Donato (bocht 1); beiden bleven bij de botsing overeind. In de zesde ronde schoof Marc Marquez, jagend op Marini, onderuit bij Buccine, de laatste bocht van Mugello. Met een verontwaardigd armgebaar bleef de zesvoudig MotoGP-kampioen een tijdje staan kijken naar zijn gestrande Honda in de kiezels.
Halverwege de wedstrijd had Bagnaia nog steeds een gaatje van een halve seconde richting Martin, die op zijn beurt twee seconden los was gekomen van de voor P3 knokkende Alex Marquez en Marini. Een paar tienden daarachter lag Johann Zarco. Bezzecchi bleek niet bij machte om verder naar voren te komen. Hij zat op de negende stek achter de KTM-fabrieksrijders Binder en Miller en Aleix Espargaro op de Aprilia. Ook Quartararo had het zwaar. Hij was na twaalf ronden niet verder gekomen dan de twaalfde positie.
Met nog negen ronden te gaan kopieerde Alex Marquez de schuiver van broer Marc, maar dan bij Luco (bocht 2). Hij lag op dat moment derde. Zarco voerde in de eindfase de druk op bij derde man Marini en was er met nog zes ronden te gaan langs. Helemaal vooraan kon Bagnaia gewoon zijn gang gaan. Hij finishte met een voorsprong van anderhalve seconde als eerste. Ook Martin werd geen moment bedreigd en finishte op de tweede plaats. Pramac-teamgenoot Zarco pakte de derde plek. Marini werd vierde, Binder vijfde. Achter Miller en Aleix Espargaro moest Bezzecchi - die met 350 kilometer per uur de hoogste topsnelheid noteerde - genoegen nemen met de achtste plaats.
De top tien werd gecompleteerd door Enea Bastianini en Franco Morbidelli. Voor Quartararo zat er niet meer in dan de elfde plaats. De laatste punten waren voor Maverick Vinales, Takaaki Nakagami, Fabio di Giannantonio en Augusto Fernandez. Naast de gebroeders Marquez haalde ook Miguel Oliveira de eindstreep niet. Alex Rins (gebroken been) en Joan Mir (handblessure) verschenen niet aan de start.
Uitslag volgt.
Source: Motorsport