Home

‘Hoe kan een leven dat zo vol liefde en warmte begon bij ons thuis in Limburg zo tragisch eindigen?’

Léon Hanssen (67): ‘Er is een brief van kerkvader Augustinus uit de 4de eeuw die hij stuurde aan een kloosterzuster om haar te troosten na het overlijden van haar broer. Daarin zegt hij: ‘De geest van je broer leeft, Sapida, leef met hem, ook nu.’ Zo leef ik met mijn zus die in 2006 is overleden. Ik geloof niet in het lineaire idee van de dood als afsluiting, dat je als het ware keurig de fasen van rouw zou kunnen doormaken en dat het boek dan dicht kan. Zo werkt het niet, het is een cyclus, en ook het zoeken naar troost is een continu proces. Mijn zus keert op de een of andere manier steeds weer terug in mijn leven, en de rouw om haar ook. Als cultuurwetenschapper spreekt het idee uit de hauntologie me wel aan, van haunt, spook: de geesten uit het verleden zijn er gewoon, al was het doordat wij aan ze denken. Ik kan hier in Eindhoven met Augustinus aan tafel zitten als ik zijn brieven lees, of met meneer Philips van de gloeilampenfabriek. En met mijn zus Christa.

Leven na de dood is een rubriek in Volkskrant Magazine over rouwen en leven.

‘Op 10 juni 2006 werd ik gebeld door mijn zwager, die met mijn zus voor een korte vakantie in Griekenland was. Het was een zaterdagochtend, ik vergeet het nooit. Hij belde vanaf het politiebureau; mijn zus was in de diepte van een waterval gevallen die ochtend, hij had haar levenloos aangetroffen. ‘Maak je geen illusies’, zei hij, ‘ze is zo dood als een pier.’ Dat zal ik ook nooit vergeten. Zo dood als een pier, wie zegt dat nou in zo’n situatie?

‘De avond tevoren waren ze naar de waterval van Edessa gelopen, het stadje waar ze verbleven. Ze hadden samen in de afgrond staan kijken. Die zaterdagochtend in het hotel was mijn zus heel vroeg opgestaan om te gaan wandelen – ik ga af op het relaas van mijn zwager, ik was er niet bij. Hij bleef liever nog even liggen. Toen ze niet kwam opdagen bij het ontbijt, is hij haar gaan zoeken. Hij ontdekte haar tussen de keien onder aan de waterval. Ze moet zijn gesprongen; ze was in die periode ernstig depressief en bij vlagen ook suïcidaal.

‘Moet iemand die suïcidaal is wel ’s ochtends vroeg alleen gaan wandelen op zo’n plek? Noem het magisch denken, maar ik ben in gedachten wel duizend keer met haar meegelopen op die fatale ochtend. Over het bospad naar de waterval: híér hadden we kunnen omkeren, daar had ik haar kunnen tegenhouden. Ik ben zelfs met haar mee de diepte in gesprongen; stel dat het anders was afgelopen als we samen waren geweest? Mijn zwager was pragmatischer die ochtend aan de telefoon. ‘Ons tweepersoonshuishouden zal ik nu tot een eenpersoonshuishouden gaan terugbrengen’, zei hij. Het klonk alsof hij haar dood als een bevrijding ervoer.

‘Christa was 54 toen ze stierf. Vier jaar ouder dan ik en honderd etages hoger in het leven, althans, zo had ik het altijd gezien. Ik was als kind een verlegen, astmatisch jongetje, zij was slim, knap, getalenteerd en onstuimig. Mijn moeder heeft vaak verteld hoe ik uren zoet in de box zat te spelen en Christa er altijd meteen uit klom – zij liet zich niet beteugelen. Ik keek tegen haar op, zeker toen ze naar Amsterdam ging en ik achterbleef bij mijn ouders in het Limburgse dorp waar we zijn opgegroeid. Het waren de jaren zestig, begin jaren zeventig en in Amsterdam, dáár gebeurde het. Christa verruilde haar keurige Schotse rokken voor minirokken en hakken en ging een tijdje op de Caledonia wonen, het beruchte studentenschip waar wilde feesten werden gehouden en drugs werden gebruikt. Ze studeerde, ze stortte zich in het uitgaansleven, ze had ruige vriendjes, ik vond het allemaal machtig interessant.

‘Het moet in die tijd zijn geweest dat ze met barbituraten in aanraking kwam, slaapmiddelen die huisartsen destijds voorschreven alsof het snoepjes waren. Daar is ze later, toen ze met een burn-out thuis kwam te zitten, behoorlijk aan verslaafd geraakt, denk ik. Ze heeft ook een eetstoornis ontwikkeld. En dus de depressie gekregen die ze aan het einde van haar leven had.

‘Na haar studententijd vond ze een baan als docent aan een hbo-opleiding en een paar jaar later kreeg ze een relatie met de man met wie ze zou trouwen. Ze werd een beetje een keurige mevrouw, eigenlijk, die met haar echtgenoot mee verhuisde toen hij een baan kreeg in het buitenland. Dat verbaasde me, dat ze haar eigen carrière opgaf voor de zijne. Ik heb haar weleens opgezocht destijds en toen was ze dodelijk vermoeid. En niet omdat ze het zo druk had; ze hadden geen kinderen en ze volgde wel wat cursussen, Frans en heemkunde, maar die kostten niet zo veel tijd. Nee, het was mentaal, denk ik.

‘Ik vergelijk haar lot in het klein met dat van kunstenaressen als Frida Kahlo en Ingeborg Bachmann, wier levens ook zo’n problematische kant laten zien. Het is voor getalenteerde vrouwen altijd heel moeilijk geweest zich volledig te ontplooien. Je werd geacht je in de schaduw van je man te stellen en dat heeft Christa gedaan. Terwijl zijn carrière opwaarts ging, hij werd een steeds hogere pief in de culturele wereld, werd haar bestaan steeds moeizamer. Haar levenskracht vond geen uitweg en keerde zich tegen zichzelf.

‘Terug in Nederland heeft ze haar docentschap weer opgepakt, maar het deed haar geen goed. Ze kwam om van de stress. Ze stond om half 6 ’s ochtends klaar om alles tot in de puntjes voor te bereiden – als vrouw moet je in een werkomgeving vaak vijf keer zo goed zijn als een man, en dat was ze, maar ze durfde er niet op te vertrouwen. Ze raakte in een burn-out die tot haar depressie leidde en uiteindelijk tot wat ik haar ondergang noem. Ik weet nog precies hoe ik met het bericht van haar dood bij mijn ouders aankwam. Mijn moeder die de deur opendeed – iets verschrikkelijkers bestaat niet.

‘Hoe kan een leven dat zo vol liefde en warmte begon bij ons thuis in Limburg zo tragisch eindigen? Die vraag houdt me bezig. Ik koester een foto waarop ik samen met Christa en onze grootouders sta. Zij waren veel bij ons thuis, namen ons mee op uitstapjes en zo werd op een trap voor een kerk, waar een kaarsje werd opgestoken vanwege mijn astmatische bronchitis, ooit die foto gemaakt. Ik heb er na haar dood vaak naar gekeken en gedacht: toen was alles nog goed, nog heel, konden we maar terug naar die dag. Weer dat magisch denken. De plek wist ik niet meer, maar laat ik er nou jaren later toevallig belanden, toen ik een afspraak met een webdesigner had. Ik herkende die trap meteen.

‘Afgelopen weekend heb ik met mijn gravelbike de Grenspalenklassieker gefietst in Zuid-Limburg, toen ben ik even van de route afgeweken om naar die kerk te gaan. En natuurlijk denk ik dan aan Christa. Ik hoorde haar zeggen: sportief bezig, Léon. Dat is, denk ik, wat Augustinus bedoelde: ik leef nog met haar.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next