Home

‘Komen jullie uit de Bijlmer? Hockey? Huh?’

Luna (7) kijkt verlegen naar de grond, met haar stick trekt ze eerst wat onzichtbare streepjes op het kunstgras van het Bijlmer Sportpark. Dan neemt ze het oranje bitje uit haar mond. Ja, ze vindt hockey heel erg leuk, haar broer en tweelingzus en nog een andere zus spelen hier ook. Maar voetballen is ook leuk. Ze vindt alle sporten eigenlijk leuk.

Over de auteur
Rob Gollin schrijft sinds 2016 over sport voor de Volkskrant, vooral over wielrennen. Eerder was hij algemeen verslaggever, kunstverslaggever en correspondent in België.

Elijah (8) zat eerst op voetbal, maar wilde iets anders uitproberen. Want: voetbal is supersaai. Maar als hij met zijn stick naar de training fietst, vragen andere kinderen toch aan hem waarom hij niet op voetbal zit. Zijn vader was zelfs boos geworden toen hij stopte. Elijah had gezegd dat het niet zo erg was. Het was maar sport.

In kluitjes draven kinderen onder toezicht van oud-international Maartje Scheepstra (43 jaar, 100 caps) gebukt over het veld, dat is bezaaid met pionnetjes, waar ze de bal tussendoor moeten spelen. Ze moedigt aan. ‘Mooi!’ ‘Goed gedaan!’ Ze corrigeert. ‘Hou op met dat gegil. Ik wil het nóóit meer horen.’

Het is een niet zo voor de hand liggende omgeving voor hockey, de sport met het stempel van een witte elitesport, te midden van de flats in Amsterdam-Zuidoost. Maar bij Amsterdam Dynamics, een in 2020 opgerichte club voor jonge talenten uit de buurt, trekken trainers en spelers – vijftig kinderen – zich er weinig van aan, ook al horen ze weleens een schampere opmerking: hockey is toch voor meisjes?

Marlon Landbrug, de hockeyer uit Zuidoost die het tot het nationale elftal schopte en vorige week voor Pinoké met twee treffers belangrijk was voor het behalen van de eerste landstitel, bekende ooit dat hij zich wat opgelaten voelde als hij met zijn stick de metro nam. Scheepstra: ‘We lopen juist tegen meer vooroordelen aan als we uit spelen. Komen jullie uit de Bijlmer? Hockey? Huh?’

De constatering van NOCNSF vorige maand in een rapport dat kinderen van welvarende ouders nog wel naar sportclubs gaan, maar kinderen uit arme gezinnen steeds minder, komt hier bekend voor. Hanna Kernkamp (51) kent als geen ander het contrast: ze is zowel penningmeester bij Amsterdam Dynamics als bestuurslid tophockey bij Hurley, de vereniging met 2.100 leden vooral uit Amsterdam-Centrum en Amsterdam-Zuid.

Samen met andere bestuursleden, ook van meer verenigingen in Amsterdam, rekent ze het tot haar taak de voortschrijdende tweedeling te bestrijden. Het zijn andere werelden. Hurley speelt net als de clubs Amsterdam en Pinoké in het Amsterdamse Bos. Daar kampen ze met lange wachtlijsten en staan de parkeerplaatsen vol met Volvo’s. Tien kilometer verderop, in de Bijlmer, is het schrapen om jeugd binnen te krijgen en komen bezoekers en sporters lopend of met de fiets.

Kernkamp over het begin: ‘Bij Hurley dachten we al een tijdje na over een manier waarop we een maatschappelijke rol konden spelen. Hockey staat bekend als een sport voor hoger opgeleiden. Wij willen de sport toegankelijk maken voor iedereen.’ De club sloot aan bij een initiatief uit 2020 van de Koninklijke Nederlandse Hockey Bond. De Hockey Foundation poogt de sport te introduceren bij kinderen in kwetsbare wijken. Het streven is in 2030 daar met dertig clubs actief te zijn, goed voor 10.000 leden.

Vooral via scholen en het geven van clinics wordt getracht interesse te wekken. Na HC Feijenoord was Amsterdam Dynamics de tweede vereniging. Later volgden Noorderlicht in Amsterdam-Noord en Uno in Utrecht-Overvecht. Maartje Scheepstra is in de Bijlmer als verenigingsmanager de enige betaalde kracht. Zij stuurt trainers aan en onderhoudt contacten met de ouders. Kernkamp nam er een bestuursfunctie bij.

‘De verschillen zijn groot, ja. Het gaat niet zozeer om geld. Waar we vooral tegenaan lopen is dat ouders hier geen verenigingsachtergrond hebben. Ze snappen niet goed dat je betaalt voor een jaar, dat je niet zomaar na een maand kunt opzeggen. Bij Hurley is het vanzelfsprekend dat je meedoet. Je zorgt dat de kinderen op tijd zijn. Je rijdt naar uitwedstrijden. Soms fluit je. Het is moeilijk dat hier voor elkaar te krijgen. Afmelden doen ze lang niet allemaal, vaak wordt de telefoon niet opgenomen.’

Scheepstra heeft al veel ervaring opgedaan. ‘Ik heb al heel wat trappen beklommen in de flats hieromheen, om na te gaan waar iemand toch bleef. Dan lagen ze nog gewoon te slapen of ze waren zonder bericht weggegaan.’ De familiestructuur is niet altijd direct te doorgronden: wie is de vader, wie de moeder, wie de tante en oom? Kernkamp relativeert. ‘De verhoudingen onder de leden van Hurley kunnen ook best ingewikkeld zijn.’

Als vrijwilliger meebesturen is zeker veelgevraagd. ‘Besturen bij een club als Hurley is vergelijkbaar met het draaien van bedrijf. Je moet een visie en een strategie hebben, een communicatie- en een marketingplan, tophockeybeleid. Dat is bij deze vereniging niet nodig. Maar je moet wel twee keer per jaar een ledenvergadering houden, jaarstukken kunnen overleggen, een kascommissie en een vertrouwenspersoon hebben’.

Steun is onderweg. Van Pinoké komt een secretaris over, een ander is bereid de sponsoring op zich te nemen. Kernkamp: ‘Het liefst willen we dat de ouders in het bestuur gaan zitten, dat is er nu nog maar één.’

Gepoogd wordt de contributie zo laag mogelijk te houden. Zo is die voor 13- en 14-jarigen bij Hurley jaarlijks 450 euro, bij Amsterdam Dynamics 170 euro: voor velen in de buurt toch een niet te nemen horde. Vaak biedt de stadspas soelaas of is er een bijdrage uit het jeugdsportfonds. Kernkamp schat dat de helft van de leden het lidmaatschap niet zelf betaalt. Kleding wordt voor een deel gesponsord, andere clubs stellen sticks beschikbaar.

Op de vraag wat het de partijen oplevert, is de penningmeester stellig. ‘Ik geloof heilig in het verenigingsmodel. De kans dat je blijft sporten is veel groter dan bij trainen in een sportschool of hardlopen in je eentje. Je leert hoe je in een team functioneert, hoe je rekening houdt met anderen, hoe je teleurstellingen moet incasseren, hoe je samen mooie momenten beleeft, hoe het is om de beste te zijn, hoe het is om níet de beste te zijn. Het werkt op de lange termijn, maar het is ongelooflijk waardevol in het verdere leven.’

Intussen zit de groei erin. Amsterdam Dynamics begon met tien kinderen en zit nu op vijftig. Kernkamp hoopt eind volgend jaar op 120 uit te komen. De nagestreefde diversiteit wordt volgens haar gehaald. ‘Het is echt een afspiegeling van Zuidoost.’ Integratie krijgt een impuls. Ouders ontmoeten elkaar op foodie fridays, waar fufu, halal bereide maaltijden en Hollandse stamppot elkaar afwisselen.

Taal is zelden een probleem: Engels biedt vrijwel altijd een uitweg. De aard van de sport helpt ook. Kernkamp: ‘Hockey is technisch en we zien dat veel kinderen uit de buurt daar echt aanleg voor hebben. Er zitten zeer behoorlijke talenten bij.’ De club kan drie elftallen afvaardigen naar competities. ‘Het zou mooi zijn als we over een paar jaar ook in wedstrijden voor senioren zijn vertegenwoordigd.’

Of de kleine Luna daarbij zal zijn, is twijfelachtig. Ze draait zich om en voegt zich bij de anderen op het veld, maar voordat ze het bitje weer indoet en het op een rennen zet, zegt ze: ‘Ik wil later danser worden. Dat vind ik het allerleukste.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next