Home

Schrijver Max Porter: ‘Het is momenteel moeilijk om artiest te zijn in het Verenigd Koninkrijk’

In 2015 kwam Max Porter (42) als een komeet de literaire wereld binnen met Verdriet is het ding met veren, een korte roman die inmiddels ook in toneelbewerking furore heeft gemaakt. Het boek vertelt het verhaal van een jong gezin waarvan de moeder plotseling komt te overlijden en doet dat op een volstrekt unieke manier. Het bevat fragmenten theaterdialoog, flarden mythologie, bladzijden uit een jongensboek, een dagboek, opsommingen en nog veel meer. Inspiratiebron was de dood van Porters eigen vader, toen hij 6 was.

Het verdriet in het boek wordt op een bijzondere manier belichaamd door de figuur Kraai, een personage dat kort na de dood van de moeder het gezinsleven binnendringt. Kraai is een verwijzing naar de dichtbundel Crow, die Ted Hughes schreef in de jaren na de zelfdoding van zijn echtgenoot Sylvia Plath in 1963.

Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.

Na ‘Verdriet’ volgde Lanny, dat vertelt over het ‘natuurkind’ uit de titel, dat op een dag verdwijnt. Opnieuw geeft Porter in dit boek blijk van een verbluffend inzicht in – en affiniteit met – de kinderpsyche. Na het minder enthousiast ontvangen De dood van Francis Bacon publiceerde hij dit jaar Shy: een in 1995 gesitueerde roman over een gekwelde jongeman die in Laatste Kans woont, een opvanghuis voor moeilijk opvoedbare jongeren.

Shy wijkt in zoverre af van mijn eerdere boeken dat er minder ruimte is voor sentiment. Er is minder schoonheid, meer scherpte. Het is een harder boek. Maar thematisch sluit het aan bij de rest van mijn werk.’ Shy is een niet-geplande roman, zegt hij. ‘Het is voortgekomen uit een droom. Ik heb het in een soort trance geschreven.’

Hoewel hoofdpersoon Shy ongeveer Porters leeftijd heeft, is het boek niet autobiografisch. ‘Maar ik ken veel mensen die getroebleerd zijn zoals hij. Net als mijn andere boeken is het op een polyfone manier geschreven: je leest de stem van Shy, zijn moeder, zijn therapeut, een van zijn docenten, zijn huisgenoten, een documentairemaker die een item over Laatste Kans maakt, enzovoort.’

‘Ik wilde het boek laten spelen in de periode voor de mobiele telefoon, omdat de communicatie tussen jongeren onderling sindsdien ingrijpend is veranderd. Bovendien bestaan opvanghuizen als Laatste Kans nu helemaal niet meer, met dank aan jarenlange bezuinigingen in de zorg.’

‘Zij is een Ierse zangeres en haar nieuwe album heet All of This is Chance – een meesterwerk. O’Neill is een soort koningin. De manier waarop zij muziek maakt is zo rijk, heeft zo veel potentieel, met een emotionele directheid die je kunt vergelijken met Nina Simone. Er staat een nummer op dat album, Old Note, waar je in het absolute duister naar moet luisteren. Het gaat over wie wij zijn als mensen en het is gewoon verpletterend.

‘Ik heb haar eens zien optreden op een festival en haar stem deed me letterlijk omvallen. De enige keer dat me dat in nuchtere toestand is overkomen. Ik zat uitgevloerd op mijn knieën terwijl ik naar haar luisterde. O’Neill maakt deel uit van een nieuwe Ierse stroming waartoe ook de groep Lankum behoort: hedendaagse Ierse folkmuziek met een sterke politieke identiteit.’

‘Een Japans sokkenmerk, geribbelde katoenen sokken die met een speciale breimachine worden gemaakt. Ik heb in Amsterdam verschillende paren gekocht. Ze zijn van een uitstekende kwaliteit. Omdat ik slechte knieën heb draag ik barefootschoenen (schoenen met een hele dunne zool, waardoor het lijkt alsof je op blote voeten loopt, red.). Die trainen mijn beenspieren. Maar je voelt er alles door. Als ik ze combineer met Rototosokken dan vóél ik het katoen en dat is geweldig comfortabel. Ik leid een nogal jachtig leven en zorg eigenlijk niet goed voor mijn lichaam. Nooit een massage of zoiets, terwijl mijn lichaam daar wel om vraagt. Met lopen op Rototosokken in barefootschoenen doe ik in elk geval iets. En het is nog lekker ook.’

‘Ze zitten in Amsterdam, in de Berenstraat, en elke keer als ik in de stad ben loop ik er binnen. De winkel is in 1986 opgericht door een groepje internationale kunstenaars dat in Amsterdam woonde. Aanvankelijk verkocht de winkel boeken die, met de hand, waren gemaakt door de kunstenaars zelf. Later werd dat ook opengesteld voor producties van anderen. Voor mij is het een tempel, een kerk voor de nieuwsgierigen. Je vindt er boeken die in zeer beperkte oplagen zijn gemaakt, afkomstig van kleine uitgeverijen. Prachtige creaties die niet zijn geproduceerd op basis van algoritmen, die je niet bij Amazon kunt kopen, die alleen maar bestaan als jij ze weet te vinden.

‘De buitengewoon vriendelijke mensen achter de toonbank kunnen zich de kunst van vóór internet nog herinneren. Tegenwoordig heb je non-fungible tokens, zoals digitale foto’s, videobeelden en audiobestanden met een digitale handtekening die de uniciteit ervan verzekeren. Boekie Woekie voelt voor mij als een soort laatste plekje waar het handgemaakte nog wordt gekoesterd en verkocht door echte mensen.’

‘Ik was gisteren in Athenaeum Boekhandel waar ze een prachtige etalage met Fitzcarraldo-uitgaven hadden. Fitzcarraldo is een in 2014 opgerichte, onafhankelijke uitgeverij die zich specialiseert in literaire fictie en essays. Ik ben zelf zowel boekhandelaar als uitgever geweest en ik kan alleen maar zeggen dat zij een zegen zijn voor de Britse uitgeverswereld. Hun boeken zijn prachtig vormgegeven: fictie in blauw, non-fictie in wit. Elk boek heeft dezelfde typografie, geen omslagillustraties. Ze geven veel vertalingen uit, zoals Annie Ernaux, Elfriede Jelinek, Bushra al-Maqtari, Alejandro Zambra.

‘Hun auteurs blijven prijzen winnen als de Pulitzer, de Booker en de Nobelprijs, die Annie Ernaux onlangs nog ontving. Ze zijn breed en divers georiënteerd, in een tijd dat we dat hard nodig hebben. Ik vind de vertaalcultuur van een land een belangrijk onderdeel van het algemene culturele klimaat. De bijdrage van Fitzcarraldo daaraan in het Verenigd Koninkrijk kan niet worden overschat.’

‘Farka Touré is een grote Malinese bluesgitarist. Hij overleed in 2006. Aanvankelijk was hij boer en daarnaast gitarist met een zekere faam. Hij werd wereldberoemd toen Nick Gold van World Circuit Records hem ontdekte. Toen ik Farka Touré als jongen zag optreden was dat een van de meest vormende ervaringen in mijn leven. Zoals mensen je trots en begeesterd kunnen vertellen dat ze de befaamde celliste Jacqueline du Pré (1945-1987) nog hebben zien optreden, zo heb ik dat met Ali Farka Touré.

‘Zijn laatste album, Voyageur, dat onlangs verscheen, bevat verloren gewaand en niet eerder uitgegeven materiaal en de muziek daarop is misschien wel de beste die hij heeft gemaakt. Er doen andere Malinese musici van wereldklasse op mee, onder wie zangeres Oumou Sangaré, en Farka Tourés zoon Vieux. Toen ik de leeftijd van Shy had, luisterde ik niet zozeer naar drum-’n-bass, zoals hij, maar naar Ali Farka Touré, en ik ging helemaal uit mijn dak. Hij was de Elvis van onze tijd, de beste van de beste van de beste.’

‘Ik heb een grote liefde voor civiele infrastructuur en ben gek op trein- en metrostations, inclusief die van de Londense Underground. De Bakerloo Line, die stamt uit het begin van de 20ste eeuw, vind ik bijvoorbeeld geweldig. Die oude stations met hun geglazuurde, dieprode gevels en hun fraaie tegelwerk, dat in elk station een ander patroon had, zodat ook laaggeletterden het onderscheid konden maken.

‘Mijn favoriete station is 16th Street Mission in San Francisco. Het ligt in het Mission District, niet in het gedeelte dat door de komst van de techmiljonairs is vernieuwd en opgeknapt, maar in het lawaaiige, drukke sjofele deel. Daar gebruiken mensen drugs en hoor je op een paar vierkante meter twintig verschillende talen. Het station stamt uit de jaren zeventig en bevat prachtige betonnen reliëfs van de naoorlogse modernist William Mitchell. In de mezzanine vind je schitterend bruin tegelwerk en roze wanden. Jullie hebben in Nederland geweldige trein- en metrostations, maar voor een Engelsman is 16th Street Mission echt verbluffend. Het doet denken aan kunststroming De Stijl.’

‘Deze rivierzwemclub is de oudste van Engeland en ligt op een paar kilometer van Bath, waar ik woon, aan de Froome-rivier. Het is een lang, schoon deel van de Froome dat sinds 1933 speciaal bestemd is om in te zwemmen. Er is een duikplank, er zijn trappen voor kinderen om de rivier in en uit te klimmen. Als je vroeg gaat zwemmen is er hooguit een oudere dame in het water, zie je de ijsvogeltjes rondfladderen, is er misschien een boer aan het werk. Ik ben dol op wildzwemmen, maar vandaag de dag is dat in veel rivieren onmogelijk, want de Tories (de Engelse conservatieve partij, red.) hebben de waterbedrijven toestemming gegeven om ze als riool te gebruiken. Nu loop je dus het risico tussen de drollen te zwemmen. De Froome bij Farleigh Hungerford is daar tot dusver van gevrijwaard gebleven. Een plek om te koesteren.’

‘Toen ik bij Granta werkte was ik Han Kangs Engelse uitgever. Ik vind haar geweldig. Haar meest recente vertaling in het Engels is Greek Lessons. Het gaat over een personage dat lessen Oudgrieks volgt en plotseling haar spraak verliest. Vervolgens begint haar leraar zijn gezichtsvermogen te verliezen. Het is een platonisch liefdesverhaal over hoe deze mensen beginnen te begrijpen waarom hij niet kan zien en zij niet kan spreken. Een pijnlijk mooi boek Source: Volkskrant

Previous

Next