Ministeries in Nederland geven jaarlijks miljarden uit aan extern personeel zoals consultants. Rosie Collington (30) deed onderzoek naar de consultancy-industrie. Ze waarschuwt ervoor dat de publieke sector wordt uitgehold door een bedrijfstak vol belangenverstrengeling.
Politici en publiek hebben het geloof in publieke diensten verloren, zegt Rosie Collington. En mensen die in de publieke sector werken, hebben het vertrouwen in zichzelf verloren. Dat is volgens haar, in de kern, de reden dat complete overheidstaken zijn overgenomen door consultants. ‘Ze bedenken beleid én voeren het uit.’ Welke dramatische gevolgen dat heeft, zet Collington (30) uiteen in het net verschenen boek De Consultancy Industrie. Ze is verbonden aan het Institute for Innovation and Public Purpose in Londen, geleid door de beroemde econoom Mariana Mazzucato, bij wie ze promoveert en met wie ze het boek samen schreef.
Collington studeerde politieke wetenschappen en werkte voordat ze aan haar academische carrière begon bij de Britse hartstichting. Veel van haar vrienden werden consultant en zelf kwam ze in haar baan toen ook met consultants in aanraking. Veel mensen denken bij ‘consultants’ nog aan adviseurs. Soms zijn ze dat ook, zegt ze. ‘Maar heel vaak zijn ze veel meer.
‘Het verhaal vanuit de branche zelf, is dat consultants objectieve kennis en expertise leveren die nergens anders te vinden is. Vooral kennis van processen die organisaties helpen efficiënter te werken. Wij hebben in ons boek kritiek op de mate waarin consultants worden ingehuurd, en op de reikwijdte van hun activiteiten. Want die vereisen kennis en vooral ervaring waar zij vaak helemaal niet over beschikken. En inmiddels is die bij overheden ook weggelekt, juist door het almaar inhuren van externen.
‘Een voorbeeld is dat het Verenigd Koninkrijk, zoals meer landen, grote consultancyfirma’s inhuurde voor het bestrijden van de coronapandemie. Deloitte werd verantwoordelijk voor het bron- en contactonderzoek – dat faalde – en voor het leveren van beschermingsmiddelen aan zorgpersoneel. Je moet je afvragen waarom de overheid hulp inschakelt van consultants voor taken die de NHS, de gezondheidsdienst van de overheid, al bij zijn oprichting uitvoerde.’
Ook de Nederlandse overheid besteedt veel uit. Vorig jaar gaven ministeries een recordbedrag van 2,7 miljard uit aan extern personeel, zoals ict’ers, interim managers én consultants. Dat is ruim 14 procent van het personeelsbudget, ook al is in 2010 afgesproken dat 10 procent het maximum zou moeten zijn.
Er zijn talloze grotere en kleinere consultancybedrijven. In de hele branche gaat volgens de beste schattingen rustig 800 miljard om. In hun boek richten Collington en Mazzucato hun vizier op wat wel de ‘grote drie’ en de ‘grote vier’ worden genoemd: McKinsey, Bain en Boston Consultancy Group houden zich officieel met managementconsultancy bezig. Deloitte, Ernst & Young, KPMG en PwC waren oorspronkelijk accountants, maar verdienen inmiddels ook veel meer als consultants. Voor een beter idee van de schaal: bij de grote vier werken 400 duizend mensen in 130 landen.
Collington en Mazzucato wijzen erop dat zelfs het outsourcen tegenwoordig wordt geoutsourcet: consultants worden ingehuurd om andere bedrijven in te huren. ‘En het frappante is dat het aan samenwerking met andere partijen, die veel nuttiger kunnen zijn dan consultants, intussen vaak ontbreekt. Denk aan academici en ervaringsdeskundigen.’
‘Dat komt niet alleen door de verkooptechnieken van consultants, die hun cliënten ervan overtuigen dat zij neutrale handelaren in expertise zijn, en werkelijk waarde toevoegen. De diepere oorzaak ligt in de geschiedenis, in de manier waarop we binnen het kapitalisme tegen de rol van de overheid aan zijn gaan kijken.
‘Het is geen toeval dat de uitgaven aan consultants in de jaren ’80, onder Reagan in de Verenigde Staten en onder Thatcher in het Verenigd Koninkrijk, spectaculair zijn gaan stijgen. Die groei hing samen met de opkomst van de overtuiging dat de overheid geen effectieve speler is in de economie en dat zij vooral zo min mogelijk in de weg moet lopen.
‘Toch, onder deze neoliberalen werd consultants nog vooral gevraagd hoe overheidsdiensten met minder mensen en middelen toe konden. Of hoe de Spoorwegen moesten worden gerund. Het voor langere tijd uitbesteden van overheidstaken, dat kwam daarna pas echt goed op gang onder de linkse leiders van de zogenoemde Derde Weg: Clinton in de VS, Blair in het VK en bij jullie Wim Kok. Zij zagen wel een belangrijke rol voor de overheid, maar alleen in het bepalen van de agenda, in het bepalen wat waardevol is voor de samenleving. Bij het daadwerkelijk leveren van de benodigde diensten vonden ook zij dat de overheid zo veel mogelijk plaats moest maken, omdat de markt dat beter zou kunnen. Bedrijven kregen toen zeer lang lopende contracten van de overheid. Dit moest het antwoord van de leiders van de Derde Weg zijn op het neoliberalisme, maar in dit opzicht waren zij daarvan juist een voortzetting.
‘De filosofie van de Derde Weg was dat de overheid moest sturen en niet moest roeien. Maar dat is onlogisch. Overheden weten niet hoe ze moeten sturen als ze al zo lang niet zelf meer hebben geroeid. Je hebt eigen, praktische ervaring nodig om te kunnen bepalen wat er moet gebeuren.’
‘Inkopen kan veel meer kosten dan wanneer je een taak zelf had verricht. Die kosten zijn vooral hoog op de lange termijn. Want we willen als burgers een overheid die zich kan aanpassen als wij nieuwe behoeften hebben. Zoals nu bijvoorbeeld de klimaatcrisis te lijf gaan. Of het reguleren van big tech. Maar doordat de overheid allerlei competenties niet zelf ontwikkelt, verliest zij het vermogen om zich aan te passen aan nieuwe situaties. Daarom schrijven wij dat het uitbesteden van werk aan consultants de overheid infantiliseert.
‘Die theorie van de slanke organisatie gaat uit van een idee over kennis dat volstrekt irreëel is. Alsof je die in een presentatie kan zetten en kan overdragen. Maar met de meeste kennis kan dat niet. Zeker niet in de publieke sector, waar je je hoort te baseren op wat je van dag tot dag leert over je beleidsterrein, je team en vooral de gemeenschap voor wie je beleid is bedoeld. Dat is niet te standaardiseren.
‘Neem klimaatverandering. We weten dat de overheid daar nog heel lang mee bezig zal zijn. Dat maakt het nog logischer om kennis in huis te ontwikkelen. Toch is de klimaatconsultancy geëxplodeerd. En wij zeggen niet dat de overheid nooit met anderen moet samenwerken, uiteraard niet. Dit is geen pleidooi om overheden alles zelf te laten doen. Maar ook om goed samen te werken heb je kennis nodig.’
‘Het beeld is dat de overheid vol mensen zit die alleen maar met papieren schuiven. Saaie bureaucraten. Nou, je hoeft er maar een dag te werken om te weten dat dat niet waar is, dat er heel specifieke kennis en ervaring nodig is. Maar het is wel een selffulfilling prophecy: hoe meer de overheid uitbesteedt, des te afhankelijker ze wordt. Zo maak je van jezelf een nutteloze bureaucratie. Het businessmodel van de consultants werkt dat in de hand, want die verdienen juist meer als overheden en bedrijven afhankelijk van ze blijven. We vergelijken consultants met een slechte therapeut die zijn cliënten eeuwig in therapie houdt, in plaats van hen te helpen instrumenten te ontwikkelen waarmee zij op eigen benen kunnen staan.
‘Veel mensen die in de consultancy werken hebben de beste bedoelingen, willen een verschil maken in de wereld. Maar die ambitie wordt nogal eens door het verdienmodel in de kiem gesmoord. Zo weten consultants dat ze worden teruggevraagd als ze een advies geven waardoor kosten worden bespaard. Dus dat advies is vaak: bezuinig, doe het met minder mensen en koop nog meer in van buiten.’
‘Een advies dat op korte termijn meer kost, maar inhoudelijk beter is en de klant op eigen benen laat staan, geven ze niet snel.’
‘En dan heb je ook nog het fenomeen, vertellen consultants ons, dat ze vaak worden ingehuurd om beslissingen te legitimeren die al zijn genomen. Zij moeten er dan alleen nog even een stempel van goedkeuring op zetten.’
‘De explosie van klimaatconsultancy is opnieuw het beste voorbeeld. De Australische regering betaalde McKinsey 6 miljoen Australische dollar voor de modellen en de analyse die ten grondslag lagen aan een strategie om tot een CO2-uitstoot van nul te komen in 2050. Die modellen en die analyse zaten vol gaten. Het beleid van Australië scoorde veel slechter dan dat van andere landen en 2050 zou nooit worden gehaald. Nu was het zo dat McKinsey ook 43 van de 100 meest vervuilende bedrijven ter wereld adviseerde. Commentatoren in Australië vroegen zich af: heeft onze regering, die niet zo happig is op de klimaatdoelen, juist McKinsey gevraagd omdat de plannen dan niet zo ambitieus zouden worden?’
‘Ja, aan de ene kant bieden ze overheid en bedrijven een mogelijkheid om in de publiciteit iemand anders de schuld te kunnen geven. Die kunnen zeggen: het moest van Deloitte. Tegelijk lopen de consultants feitelijk nauwelijks risico. Het zakelijke succes is enorm. We schrijven dat het een vorm is van rent-seeking, financieel profijt behalen door de regels goed te bespelen, zonder werkelijk bij te dragen aan de maatschappij of economie. En het gaat hier niet om een paar mensen die wat voor zichzelf gedaan krijgen, het gaat om een bedrijfstak die een structurele rol speelt in onze economie.’
De oorspronkelijke Source: Volkskrant