Home

Huilend en gillend vallen leerkrachten elkaar in de armen na het oordeel van de Onderwijsinspectie

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

„Een voldoende! Een díkke voldoende!”

Directeur Karin Helsen moet schreeuwen om boven het gejoel in de hal van de Witte Vlinder uit te komen. Haar team heeft net gehoord dat de school niet meer onder verscherpt toezicht van de Onderwijsinspectie staat en van het oordeel ‘zeer zwak’ naar ‘voldoende’ is gegaan.

Helsen had heus wel verwacht, of nou ja, gehoopt, dat de school een stap vooruit had gezet. Maar het eerstvolgende oordeel na ‘zeer zwak’ is ‘onvoldoende’. Dat de Arnhemse basisschool nu in één klap twéé stappen omhoog knalt, is bijna niet te bevatten. Helsen, euforisch: „Ge-wel-dig. We hebben hier keihard voor gewerkt met z’n allen.”

De ontlading na de verlossende woorden van de inspectie is groot: leerkrachten vallen elkaar huilend en gillend in de armen, anderen roffelen hard met hun handen op de lange houten tafel die door conciërge Arno Coenraadts vol wordt gezet met wijn, fris, bier, zoutjes en blokjes kaas. ‘We Are The Champions’ klinkt uit de speakers, terwijl via FaceTime collega’s en bekenden op de hoogte worden gebracht. „Ik heb overal kippenvel”, zegt een van de docenten met natte ogen. „Kijk nou! Alle spanning komt eruit.”

De Witte Vlinder komt van ver. Vorig schooljaar liep NRC een half jaar mee in groep acht om van dichtbij te zien hoe kansenongelijkheid in het onderwijs werkt.

Op deze school zitten vooral leerlingen uit de Geitenkamp, een van de armste wijken van Arnhem. Leerlingen halen hier gemiddeld lagere cijfers en stromen minder vaak door naar -havo of vwo dan leerlingen uit de rijkere buurten van de stad. De problemen in het onderwijs komen hier bovendien harder aan: het lerarentekort was er groter dan gemiddeld en in tien jaar tijd zag de school zeven verschillende directeuren komen en gaan.

Een kind van lager opgeleide ouders heeft een kleinere kans om na de basisschool op het vwo te belanden, al is het even slim als een kind van hoger opgeleide ouders.

Hoe ziet kansenongelijkheid er in de praktijk uit, wat is er aan te doen? NRC loopt een half jaar mee in groep acht van basisschool de Witte Vlinder in de Geitenkamp, een achterstandswijk in Arnhem.

Deel 1: Het schooladvies: wie mag naar welke middelbare school?

Deel 2: Op basisschool de Witte Vlinder komen de problemen net wat harder aan

Deel 3: Op de Witte Vlinder scoren leerlingen hoger op de Citotoets dan de meester had verwacht

Deel 4: De Witte Vlinder is zeer zwak, zegt de Onderwijsinspectie

Deel 5: Meester Berrie gaat weg

Deel 6: Op kamp met groep 8: ‘Wie als eerste slaapt, wordt geprankt’

Deel 7: De laatste dag van groep acht

Deel 8: Blijdschap na het oordeel van de Onderwijsinspectie

Interim-directeuren Piet Stuivenvolt (inmiddels weer vertrokken) en zijn vrouw Ilonka Waterloo staan begin 2022 nog maar kort aan het roer als de Onderwijsinspectie de school bezoekt en het oordeel ‘zeer zwak’ uitspreekt. Het is de allerlaagste score die de inspectie kan geven. Slechts zeventien van de bijna zevenduizend basisscholen in Nederland zijn op dat moment ook zeer zwak. Het betekent in de praktijk dat een school onder verscherpt toezicht komt te staan en een jaar de tijd krijgt om te verbeteren. Als dat niet lukt, kan de minister van Onderwijs besluiten om geen geld meer te geven.

In het onderzoeksrapport van de inspectie staat pijnlijk op een rij wat er vorig jaar allemaal misging. Van de zeven ‘onderwijsstandaarden’, zoals veiligheid en schoolklimaat, zijn er zes onder de maat. De resultaten liggen ver onder het landelijk gemiddelde en de ‘doorgaande lijn’ ontbreekt: elke leerkracht volgt zijn eigen aanpak en didactische methodes. Wat in de praktijk betekent dat een leerling in groep zes anders les krijgt dan in groep zeven.

De omslag die Stuivenvolt en Waterloo na het snoeiharde oordeel moeten maken, zorgt voor veel beroering. Niet iedereen wil of kan mee in de nieuwe aanpak, waarbij de ‘brede schooldag’ wordt geïntroduceerd en leerkrachten allemaal volgens dezelfde didactische methode gaan werken.

Voortaan krijgen leerlingen ’s ochtends via de edi-methode (expliciete directe instructie) les in taal en rekenen. ’s Middags worden ze via thema’s ‘breder gevormd’, met ruimte voor kunst, aardrijkskunde en geschiedenis, maar ook kook- en tekenlessen.

De nieuwe aanpak is ook: hoge verwachtingen van de leerlingen. Waterloo: „De neiging hier was: dit zijn kinderen van de Geitenkamp, het is al mooi als ze naar het vmbo kunnen. Onzin, ieder kind kan alles leren. Maar je moet ze wél aanzetten.”

Zes leerkrachten, onder wie meester Berrie van den Bovenkamp van groep acht, vertrekken. Een team dat voor bijna de helft uit nieuwe docenten bestaat, moet na de zomer vrijwel helemaal opnieuw beginnen. De teugels worden losser gelaten, leerlingen krijgen meer verantwoordelijkheid voor hun eigen gedrag.

„Kinderen werden hier heel strak gehouden”, zegt Waterloo. „Wij zeiden: je moet ze niet voortdurend aanspreken op wat ze niet mogen en wat ze niet kunnen. We proberen elke leerling echt te zien en te kijken wat die wél kan.”

De eerste weken van het schooljaar waren zwaar. Waterloo: „Een aardverschuiving. Alsof je jonge koeien na een donkere winter de stal uitstuurt.”

„Het was heftig”, zegt Helsen, die toen nog intern begeleider was en sinds mei directeur is. „Leerlingen kregen ineens meer vrijheid en moesten nadenken over hun gedrag. Dat konden ze nog helemaal niet.”

Maar na die eerste „stormingsfase” komt alles in een stroomversnelling. Helsen: „We zagen gaandeweg het schooljaar dat leerlingen zelfstandiger en rustiger werden. Groep acht ging laatst koken, best een spannende activiteit. Ze gingen recepten lezen en pasta maken, in alle rust.” Dat was een jaar geleden nog „ondenkbaar”, zegt ze. „Ik heb met tranen in m’n ogen staan kijken.”

Het werken met thema’s slaat aan. Zelfs de kleuters weten, na het thema Renaissance, „alles over Mona Lisa”. Helsen: „Er is Italiaans gekookt, de bovenbouw heeft etsen gemaakt – práchtig!”

Het werkt ook voor de leerkrachten. Er is meer aandacht voor hun ontwikkeling en er wordt veel gepraat over de nieuwe aanpak. Met als gevolg dat, zoals Helsen het uitdrukt, „de neuzen nu allemaal dezelfde kant opstaan”.

Een week voor het bezoek van de inspectie bereidt het team zich voor met behulp van Lego. In groepjes maken ze bouwwerken die elk een onderdeel van de nieuwe aanpak moeten verbeelden. Twaalf Legopoppetjes in een kring staan voor een „veiliger schoolklimaat”. Een stellage waar alle Lego verbonden is, symboliseert de „nieuwe eenheid”. De sfeer in het team, zegt een van de oudgedienden na afloop, is niet te vergelijken met vorig jaar. „Het is een warm bad.”

Als onderwijsinspecteur Swaantje de Bekker, in 2022 ook de inspecteur van dienst, op 30 mei om acht uur ’s ochtends met een collega de school binnenloopt voor het ‘herstelonderzoek’ voelt het meteen anders. Rustiger, meer ontspannen.

In de gesprekken met leerlingen, ouders, leerkrachten en directie van iedereen hoort ze dit keer telkens hetzelfde verhaal: er is meer eenheid, plezier, visie.

Ze ziet „een heldere aansturing en een professionele cultuur”. De doorgaande lijn die ontbrak, is er nu wel. „Je ziet dat het voor iedereen volkomen helder is waarom ze doen wat ze doen. Vorig jaar deed iedereen zijn eigen ding.”

Het team, merkt De Bekker, durft zich „kwetsbaar op te stellen en van elkaar te leren”. Dat gevoel brengen ze over op de kinderen: „Je bent hier om te leren, fouten maken is prima.”

Nu horen ze: je kan het nóg niet, maar ik ga het je leren

Swaantje de Bekker onderwijsinspecteur

Ontzettend belangrijk, zeker op een school als de Witte Vlinder, zegt ze. „Hier doet school er echt toe. Deze kinderen zijn soms gewend aan het idee dat ze niks kunnen. Nu horen ze: je kan het nóg niet, maar ik ga het je leren.”

Ouders vertellen haar dat hun kinderen met meer plezier naar school gaan en rustiger thuiskomen. De oudertevredenheid nam in een jaar toe van een 5,4 naar een 7,9, blijkt uit een gestandaardiseerde enquête.

Een klas tijdens het schoolontbijt. Foto Dieuwertje Bravenboer

Ook leerlingen zijn blij. Ze vertellen de inspecteurs da Source: NRC

Previous

Next