N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
‘Stad met een hart. Rotterdam is herrezen, en hoe. Zelfbewust, iedereen mag erbij. Harteloosheid past daar niet.” Met die mooie woorden prees Joyce Roodnat donderdag in het Cultureel Supplement (CS) het vier meter hoge standbeeld Moments Contained van Thomas J Price dat op 2 juni werd onthuld voor Rotterdam Centraal.
Vijf dagen eerder had Rosanne Hertzberger geen geheim gemaakt van haar ergernis over hetzelfde kunstwerk: Het standbeeld van een jonge, zwarte vrouw op Nikes in Rotterdam is een belediging, luidde online de kop van haar column. Ze vond het beeld saai en maakte bezwaar tegen het oprichten van een standbeeld voor iemand „die niets bijzonders gepresteerd heeft”. Ze zag er een teken des tijds in: „Alleen maar vrouw zijn, een beperking hebben, een hoofddoek dragen, een donkere huidskleur of liefst een combinatie hiervan is genoeg om op het schild gehesen te worden.”
Dat werd Hertzberger niet in dank afgenomen. NRC ontving zo’n veertig, hoofdzakelijk boze, reacties. Eén abonnee zegde op. Op sociale media werd Hertzberger veroordeeld, maar kreeg ze ook steun. Intussen gebruikte een groep twitteraars de column als aanleiding voor racistische tirades. Een aantal lezers verweet dat ook de columniste, wier tekst „haatdragend” en „racistisch” werd genoemd: „Er zijn tal van beelden in Nederland van mensen die ‘niets bijzonders hebben gepresteerd’. Er is echter geen beeld van een jonge zwarte vrouw ‘die niets [bijzonders] heeft gepresteerd’. Ergo: de kritiek van Hertzberger gaat over dat het een beeld van een jonge zwarte vrouw is.”
NRC had de column dus moeten weigeren, stelden lezers. Nu valt er van alles aan te merken op de redenering in de column, maar wanneer de krant een columnist aanstelt, krijgt diegene een grote vrijheid, ook om mensen kwaad te maken of te provoceren. Ik kan me de ontzetting van lezers voorstellen, maar racistisch of opruiend vind ik de column niet. Hooguit getuigde het betoog van een ouderwetse opvatting over de openbare kunst en ‘bijzondere’ mensen. De vrijheid van de columnist weegt hier zwaarder, waarbij de krant critici natuurlijk ruim baan moet geven.
Hertzberger staat nog steeds achter haar column. „Achteraf had ik misschien duidelijker moeten maken dat ik me tegen de kunstenaar richtte. Als je een vier meter hoog beeld in de stad zet, dan praat de stad terug. Zoals mensen nu mij van repliek dienen. Dat is prima.”
Ook veel NRC-redacteuren waren kwaad om de column, die enkelen racistisch vonden. Intussen was er na het weekend journalistiek wat in te halen. Vóór Hertzberger had NRC nog niet over het beeld geschreven. Er waren een recensie en een beschouwing voor het CS van 8 juni in de maak en vrijdag was een verslaggever aanwezig bij de onthulling. In overleg was echter besloten om pas na het weekend een artikel te publiceren. Het nadeel daarvan was dat de verslaggeving werd ‘ingehaald’ door de column. „We hadden het beeld nog niet laten zien”, zegt plaatsvervangend chef Cultuur Mischa Spel. Twee verslaggevers maakten een ‘vragenstuk’ over beeld en debat, een ander stapte op de Intercity direct voor een recensie. Het artikel voor het CS kwam maandag al online.
De inhaalslag leidde in de editie van dinsdag tot twee pagina’s voorin de krant (plus drie brieven, een scherp opiniestuk en een cartoon op de opiniepagina’s). De recensie beargumenteerde dat Moments Contained een uitzonderlijk geslaagd beeld was: vijf ballen. In het belendende artikel stond achtergrondinformatie over het beeld en werd verslag gedaan van de ‘ophef’. Dat laatste concentreerde zich op de column van Hertzberger, die in het intro werd genoemd, in de eerste alinea en bij de beantwoording van twee van de zes vragen. In combinatie met de enthousiaste recensie kon het de indruk wekken dat NRC zich van zijn columnist wilde distantiëren.
Het wekte de verontwaardiging van een deel van de redactie. Dat vond dat NRC hier de columnist „in de eigen krant voor de bus gooide”. Adjunct-hoofdredacteur (en tot 1 juni chef Cultuur) Sandra Smallenburg bestrijdt dat. „De ophef concentreerde zich rondom de column, dus het was onvermijdelijk dat het daarover ging. In een ideale wereld hadden we eerst een recensie gehad.” Een van de auteurs van het artikel, cultuurredacteur Elsje Jorritsma, vindt achteraf dat de twee delen van het verhaal (zij en haar collega Sheila Kamerman verzorgden elk drie vragen) beter op elkaar afgestemd hadden kunnen worden: „Nu ging het wel erg veel over Hertzberger.”
Bij ‘ophef op sociale media’ is het goed een stap achteruit te doen
‘Voor de bus gooien’ is wat mij betreft overtrokken, maar geslaagd vond ik de productie niet. De ‘ophef’ ging veel meer over de column dan over het beeld; het omstandige getier op Twitter lijkt mij niet erg representatief. In het verhaal werd buiten de column maar één ander artikel genoemd: een betoog op de site joop.nl. Bij ‘ophef op sociale media’ is het goed om een stap achteruit te doen en na te gaan wat er buiten die echokamers gaande is. Zeker als de commotie zo dichtbij is. Voor je het weet worden hoofdzaak en bijzaak verwisseld.
De hoofdzaak lijkt mij hier de kunst. Die opvatting kwam ook naar voren in het hoofdredactioneel commentaar van woensdag, al werd daarin erg losjes gesteld: „Die verontwaardiging over de representatie van die jonge zwarte vrouw is een kleine stap naar het hellende vlak om kunst te verbieden door christelijk rechts.” Onderaan het hellend vlak vindt men zelden een goed argument. Intussen meldde Trouw woensdag dat er rondom Moments Contained nu een ‘festivalachtige’ sfeer hangt van mensen die ermee op de foto willen. Eén missie lijkt alvast geslaagd.
Arjen Fortuin
Reacties: ombudsman@nrc.nl
Het artikel Wanneer ben je officieel een ouwe zak? Doe de test! van Japke-d. Bouma (6/6) zal grappig bedoeld zijn, maar is dat het? Of is het eigenlijk best onaardig en zelfs net zo generaliserend en minachtend als (dis)kwalificerende dingen te schrijven over andere willekeurige medemensen of minderheden?
Als ik het positief benader is het als grappig of geestig of luchtig bedoeld, niet als serieus te nemen. Maar – mogelijk onbewust – is het ook generaliserend en (ver)oordelend over een steeds grotere groep medemensen.
Laten we snel ophouden met het stereotyperen, generaliseren en diskwalificeren van iedereen boven de vijftig. Het is niet grappig om mensen oude zak te noemen.
Sebastiaan Masselink
De eerste vraag in de test van Japke-d. Bouma luidde: „Je snapt dat je een column met zelfspot moet lezen, en nooit 100 procent op jezelf moet betrekken.” Wie daar ‘ja’ op zei, kreeg 10 punten. Het (toch begerenswaardige) vermogen tot ironie geldt er dus als kwaliteit van ‘ouwe zakken’. Bouma laat weten: „Ben alle duizend reacties aan het beantwoorden van alle mensen die in de broek hebben geplast van het lachen om het stuk, er zo van genoten hebben, wier dag ik gemaakt heb en het zo herkenbaar vonden. De mensen die 10 punten hadden op de eerste vraag, zeg maar.” De ombudsman (52) werd door de test tot zijn ontzetting gediagnosticeerd als „waarschijnlijk een millennial”.
Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement.Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.
U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.
Source: NRC