Home

Die liegende Rutte hebben we niet zomaar gekregen. Niemand had beter bij ons gepast

Het openbaar bestuur is niet iets buiten onszelf. Niet slechts een bouwwerk van functionaliteiten. Onze relatie met dat bestuur is inniger. Het is een onderneming van ons samen en daardoor een uitdrukking van wie wij zijn. En het werkt ook andersom: dat bestuur vormt ons weer.

Dat het bestuur burgers lang aan hun lot overlaat, om op gezette tijden onverwacht hard uit te halen naar de zwaksten in het bijzonder, dat zegt dus iets over ons. Dat is wie wij de afgelopen decennia zijn geweest. En naar die mal heeft dat bestuur ons verder gekneed. Een overheid die is ingericht op survival of the fittest, sterkt ons in de overtuiging dat wat een ander krijgt wel ten koste van onszelf moet gaan. Een overheid die ons wantrouwt, zet ons ertoe aan om elkaar te beloeren en te beschuldigen.

Dat is het grotere belang waarom het radicaal anders moet. Daarom is het niet genoeg om te zeggen: de ellende van de Groningers moet worden opgelost, zoals premier Rutte van de week deed in het Kamerdebat over de parlementaire enquête naar de gaswinning. Natuurlijk moet dat. Maar de vraag daaronder is: hoe worden we een land waarin het ondenkbaar is dat een provincie jarenlang wordt uitgebuit, beschadigd en genegeerd?

‘Meedogenloos’, noemde voormalig inspecteur-generaal van de mijnen Jan de Jong het besluit om in 2013, vlak na de grote aardbeving bij Huizinge én na een dringend advies om minder gas te winnen, de winning juist tot recordhoogte op te stuwen. Want dat gebeurde welbewust. Rutte ontkende het, tegen de feiten in. Rutte ontkent ook de systeemrot. Voor hem blijven misstanden zoals bij de toeslagen of in de jeugdbescherming – de rij is langer – incidentele fouten. In het debat deed hij de schade in Groningen, de onveiligheid en de vernederingen door de overheid af als ‘nevenschade’.

Wanneer de belangrijkste politicus van het land zo’n niet-aflatende strijd met de werkelijkheid aanbindt, zit hij de benodigde verbetering van het bestuur als een dikke prop in de weg.

We hebben Rutte niet zomaar gekregen. Niemand had beter bij ons gepast. Toen ik onlangs de Enschedese dominee Jan Veldhuizen interviewde, die in zijn stad slachtoffers probeert te beschermen tegen de wetten waarmee bijstand en thuiszorg zijn geregeld – zo diep zit de rot –, legde hij het verband: binnen een systeem dat op het recht van de sterkste rust, is het logisch dat leiders komen bovendrijven ‘die alles doen om te winnen en te blijven zitten, ook de boel aan elkaar liegen’.

Maar het hoort niet normaal te zijn dat we een premier hebben die aanhoudend in het volle zicht liegt. Het hoort niet normaal te zijn dat een coalitie dat dekt. Het hoort niet lacherig te worden bewonderd als een vorm van politieke virtuositeit.

Henk Nijboer van de PvdA viel de premier aan op diens uitspraak onder ede dat hij zich pas in 2018 realiseerde hoe ‘bizar hoog’ de gaswinning in 2013 was geweest. ‘Ik denk dat u daar loog.’ De meeste politici vermijden het woord liegen. Nijboer verwachtte duidelijk dat zijn woorden iets los zouden maken. Maar Rutte bleef zonder een spier te vertrekken op zijn telefoon kijken. Nijboer raakte stamelend de draad van zijn betoog kwijt. Wat normaal hoort te zijn, sloeg voor je ogen stuk op wat wij normaal hebben laten worden.

Rutte heeft een ‘rücksichtslose machtsoriëntatie’, zei scheidend CDA-senator Niek Jan van Kesteren pas in NRC. Als voorman van werkgeversorganisaties had hij jarenlang toegang tot premiers. Hij vindt Rutte daarin op verre voorganger Ruud Lubbers lijken. Ook in ‘de gave dat mensen ze alles vergeven’. Maar met een verschil: ‘Lubbers trok zich de dingen aan, leed eronder. Rutte heeft dat helemaal niet.’

In het Groningendebat werd dat scherp duidelijk omdat Rutte zij aan zij stond met staatssecretaris Vijlbrief van Mijnbouw die wél belangstelling toont voor inhoud en mensen. Coalitiepartners kauwden Rutte voor dat hij zijn ‘menselijke kant moest laten zien’ en dingen ‘tot in het diepst van zijn tenen moest ervaren’. Een absurdistisch tafereel, alsof Rutte per se een snik in de stem moest opwekken. Het gaat erom dat bij hem geen zweem van begeestering is te bekennen over het te lijf gaan van grote problemen voor gewone mensen.

Je ziet het namelijk óók als iets Rutte wel echt kan schelen. Vol vuur noemde hij het een van zijn grootste fouten dat hij de dividendbelasting voor bedrijven als Shell niet had weten af te schaffen. En dat in een debat over burgers die in samenwerking met dat bedrijf door de overheid de vernieling in zijn geholpen. Bijna dertien jaar lang onder zijn leiding.

Laat het volgende citaat tot u doordringen: ‘Het is voor mij essentieel dat mensen weten dat, als er ergens een ramp ontstaat, bijvoorbeeld een milieuramp of een gezondheidsramp, wij niet kijken naar het belang van een bedrijf, maar naar het belang van de bevolking. Dat vraagt – dat zeg ik er wel bij – op punten echt om een cultuuromslag.’

Er is een cultuuromslag nodig om bij een ramp aan de bevolking te denken. Zegt onze premier. En de harde realiteit is dat hij aantoonbaar gelijk heeft.

Source: Volkskrant

Previous

Next