Home

De hele wereld communiceert gratis met elkaar, behalve de wetenschap

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Iedere week schrijft wetenschapper Rosanne Hertzberger over de raakvlakken tussen wetenschap en het dagelijks leven.

Iedere week schrijft wetenschapper Rosanne Hertzberger over de raakvlakken tussen wetenschap en het dagelijks leven.

Ze is initiatiefnemer en bestuursvoorzitter van Stichting Crispatus, waar een vrouwenonderzoekscollectief een vaginaal probioticum ontwikkelt. Sinds 2017 doet ze onderzoek naar het metabolisme van vaginale melkzuurbacteriën in het Systems Biology Lab aan de VU Amsterdam.

Eerder was ze als postdoctoraal onderzoeker werkzaam bij de afdeling moleculaire microbiologie van Washington University (St. Louis, Missouri, USA) en deed ze in samenwerking met Nestle Research Center promotie-onderzoek bij SILS, UvA & NIZO Food Research. Ze publiceerde twee boeken: ‘Het Grote Niets – waarom we te veel vertrouwen hebben in de wetenschap’ (2019) en ‘Ode aan de E-nummers -Waarom e-nummers, kant-en-klaar-maaltijden en conserveermiddelen ons leven beter maken‘ (2017).

Meer over Rosanne Hertzberger is te lezen op haar site.

Meer artikelen van Rosanne Hertzberger

Deze week werden de Spinoza- en Stevinpremies uitgereikt aan vier wetenschappers. Deze prijzen zijn een absolute droom. Met dit geld kopen onderzoekers vrijheid en ruimte voor hun pure nieuwsgierigheid. Ze kunnen precies de vragen stellen die ze willen, ongeacht of die modieus worden bevonden door jury’s en commissies.

Vergeet niet: een boel wetenschappers krijgen helemaal geen geld om wetenschap te bedrijven. Ze worden betaald voor patiëntenzorg, of voor het onderwijs dat ze geven. Het geld voor hun eigen onderzoek moeten ze zelf bij elkaar schrapen door subsidies aan te vragen.

Het idee daarachter is dat de beste aanvragen worden gehonoreerd, beoordeeld door andere wetenschappers uiteraard. De kans dat een aanvraag succesvol is fluctueert tussen de 10 en 20 procent, maar dankzij de grote mate van willekeur en kans is het toch zinvol om tien keer een aanvraag in te dienen, net als het zin heeft om krasloten te blijven kopen als je daarmee steeds een tiende kans hebt op de jackpot.

De hele wetenschap is erop ingericht om elkaar te beoordelen. Academische vrijheid is leuk en aardig, je mag je eigen slingers ophangen en je eigen accenten zetten. Maar wie geld wil voor zijn project of iets wil publiceren moet door de ballotagecommissie. Dat is heel soms een nuttige exercitie waarvan je onderzoek beter wordt. Vaker is het vooral een kwestie van cosmetische correcties en obligate herhalingen van experimenten.

Ondertussen begon de rest van de wereld wel gewoon open en bloot met elkaar te communiceren op sociale media. Dat vond ik altijd frustrerend. Waarom konden wij in het laboratorium van de universiteit niet ook gewoon onze experimenten live-tweeten en de artikelen als blogposts online zetten? Dat is nu deels realiteit geworden. De artikelen verschijnen nu eerst op een soort blog, een zogeheten ‘preprintserver’ waar je met een druk op de knop je wetenschap wereldkundig maakt.

Tijdens de coronacrisis liep dat storm. Er was geen tijd voor ballotage, toen het écht urgent werd was het de manier om snel te communiceren.

Maar het heet niet voor niets ‘preprint’-server. Het betekent nog steeds dat een echt artikel door anonieme collega’s goedgekeurd is en gepubliceerd wordt in een officieel tijdschrift, de zogeheten ‘print’. Dan telt het pas mee op je publicatielijst. Dan kun je het inzetten als academisch ruilmiddel waarmee je subsidies en promoties krijgt.

Dan volgt er overigens verrassend genoeg een stevige rekening. De hele wereld communiceert gratis met elkaar; blogt, post, publiceert. Behalve de wetenschap. Die betaalt er ongeveer drieduizend euro voor om zo’n manuscript ook nog op de website van een uitgever te zetten. Een publicatielijst van een veel publicerende Spinozapremie-winnaar kost de universiteit zo’n 30.000 per jaar. Een miljardenwinst voor de uitgevers tegen minimale kosten.

Vanmiddag op mijn to do-lijst: het reviewen van een artikel van collega’s dat allang online staat. En het hier en daar aanpassen van een eigen artikel dat ook allang online staat, zodat ik ook nieuwe ruilmiddelen krijg, tegen betaling van een paar duizend euro. Onderzoekers spendeerden in 2020 collectief honderd miljoen manuren aan het beoordelen van andermans werk. Het duurt soms jaren voordat een artikel eindelijk gelezen kan worden. Alles wordt gedaan voor dat nooit bewezen vermoeden dat deze jurysport de kwaliteit verbetert.

Anno 2023 is dat een ronduit dubieuze claim. Ook papers waarin opzettelijk fouten werden toegevoegd werden als uitstekend beoordeeld. Ook papers met frauduleuze of gammele resultaten werden als voldoende voor publicatie beoordeeld. En wat bleek tijdens de coronacrisis? Er is inmiddels best een goed functionerend zelfreinigend vermogen van de wetenschappelijke gemeenschap buiten traditionele peer review. De rotte appels op de preprintservers worden er uitgehaald door gewoon open met elkaar de betrouwbaarheid en kwaliteit van zo’n artikel te bespreken. Gratis.

En toch blijven we reviewen en steeds weer de rekening oppikken. Wetenschappers blijken net mensen. Aartsconservatief, vooral wanneer ze in kudde opereren. Ik verwacht dat wij academici elkaar nog jarenlang gaan bezighouden met deze omslachtige, dure manier van communiceren. Omdat het zo heurt. Omdat we dat nu eenmaal zo geleerd hebben.

De enige manier waarop deze collectieve gijzeling door uitgevers kan worden doorbroken is wanneer er van hogerhand wordt ingegrepen. Wanneer iemand gewoon eist dat er een einde komt aan deze verkwisting van tijd en belastinggeld.

Rosanne Hertzberger is microbioloog.

U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.

Source: NRC

Previous

Next