President Klaas Knot van De Nederlandsche Bank was deze week nogal een ongenode gast op het vakbondsfeestje. Nadat supermarktmedewerkers maandag zonder één dag te staken een loonsverhoging van 10 procent binnensleepten en bakkers zich konden wentelen in een loonbod van 16 procent, uitte de centrale bankier in de Tweede Kamer zijn zorgen. Want het gaat plotseling wel erg hard met de lonen, vindt Knot. In sommige sectoren té hard.
Volgens voorlopige cijfers van werkgeversvereniging AWVN kregen werkenden er in mei gemiddeld 8,2 procent bij. Daarmee hebben de loonafspraken de prijzen voor de derde maand op rij ingehaald. Daardoor lopen we volgens Knot ook het risico dat de lonen die prijzen gaan opdrijven: werkgevers die worden geconfronteerd met hogere loonkosten kunnen hun prijzen verhogen, wat weer leidt tot hogere looneisen en hogere prijzen.
Over de auteur
Marieke de Ruiter is economieverslaggever voor de Volkskrant. Ze schrijft onder meer over de arbeidsmarkt en sociale zekerheid.
Dat juist Knot deze boodschap brengt, eerder ook bij Buitenhof, is opmerkelijk. Tot een half jaar geleden was juist hij het die werkgevers opriep de achterblijvende lonen te verhogen met 6 à 7 procent. De recordwinsten lieten die loonruimte toe. ‘Hij gaat aan de noodrem hangen net nu de trein op gang is’, zegt hoogleraar arbeidsmarkt Ton Wilthagen van Tilburg University. ‘Juist nu werkenden reikhalzend uitkijken naar het moment dat hun cao verloopt en zij aan de beurt zijn.’
Ook hoogleraar economie Bas ter Weel van SEO Economisch Onderzoek spreekt van ‘een haakse bocht’. Zij het wel een die hij kan begrijpen. Want na een kortstondige daling deze herfst zitten de prijzen alweer in de lift. Met een inflatie van 6,1 procent in mei behoort Nederland tot de koplopers van Europa. ‘Een deel daarvan wordt veroorzaakt door externe schokken als de energieprijzen’, zegt Ter Weel. ‘Maar er is ook een deel dat wordt veroorzaakt door de gestegen winsten en loonkosten.’
De prijzen werden eerst opgejaagd doordat producenten hun prijzen meer dan noodzakelijk verhoogden (door de vakbonden ook wel ‘graaiflatie’ genoemd). De gemiddelde prijsstijging was daardoor vorig jaar niet 9,2 procent, maar 11,4 procent. Nu neemt juist het aandeel van de loonkosten in de inflatie toe en daalt het aandeel van hogere prijzen, stelt Ter Weel.
In dat licht is het niet verwonderlijk dat Knot nu naar de vakbonden kijkt om een loon-prijsspiraal te voorkomen. Als zij minder hoge looneisen stellen, en dan doelt hij met name op die met dubbele cijfers, hoeven werkgevers minder hoge kosten door te berekenen aan de klanten. Zo zullen de prijzen dus minder hard hoeven te stijgen.
Daarmee kan ook worden voorkomen dat bedrijven omvallen. Want niet alle ondernemers zullen in staat zijn de gestegen loonkosten door te berekenen aan hun klanten. Denk bijvoorbeeld aan kleine ondernemers in concurrentiegevoelige sectoren als de horeca. ‘Zij moeten interen op de reserves’, zegt Ter Weel. ‘Eerst daalt bij die bedrijven het aantal vacatures, daarna zullen ze mensen moeten ontslaan en uiteindelijk zullen ze stoppen.’
Toch is het de vraag of de bonden zich geroepen zullen voelen in te binden nu de cao-strijd eindelijk in hun voordeel uitvalt. Zij zullen zich afvragen waar de werkgevers waren toen hun winsten tegen de plinten klotsten, terwijl werknemers in de knel kwamen. ‘De geest is uit de fles’, zegt Wilthagen. ‘En die krijg je er niet zo makkelijk meer in.’
Bedrijven die geen forse loonsverhogingen kunnen doorvoeren, zullen volgens de hoogleraar heel goed moeten uitleggen waarom het niet uit kan. En dat wordt niet eenvoudig. ‘Met de vakbonden heeft ook hun maatschappijvisie de afgelopen maanden aan kracht gewonnen. De tolerantie voor winst, dividend en topsalarissen is een stuk kleiner geworden. De sympathie ligt nu bij arbeid in plaats van kapitaal.’ Ook het dreigement van werkgevers dat hoge lonen resulteren in minder werkgelegenheid, heeft op de zeer krappe arbeidsmarkt aan kracht ingeboet.
Bovendien, stelt Wilthagen, is met de cao-resultaten van afgelopen maanden een nieuwe norm gesteld. Voor zeker eenderde van de 2,9 miljoen werkenden die onder een cao valt die dit jaar verloopt, moet nog een nieuwe loonsverhoging worden afgesproken. De kans dat de medewerkers van bijvoorbeeld de verffabrieken ten behoeve van de economie genoegen nemen met een loonbod van 7 procent nu de supermarktmedewerkers er 10 procent hebben bijgekregen, schat Wilthagen klein.
Volgens de hoogleraar is het dan ook een kwestie van afwachten. Als alle cao’s dit jaar door ‘de wasstraat’ zijn geweest en de koopkracht van werkenden is gestut, zal dat mogelijk vanzelf tot meer rust leiden. ‘De stijging had een hele lange aanloop, dus het is gek om te hopen op een hele korte remweg’, zegt hij. ‘Knot zal wat geduld moeten hebben, zoals we dat ook jarenlang hebben gehad toen de lonen maar niet wilden stijgen.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden