Home

Mark Rutte, de timmerman die een pudding tegen de muur kan spijkeren

Premier Rutte zei in het debat over de vernietigende uitkomsten van de Parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen, dat hij ‘onderdeel wil zijn van de weg voorwaarts’, dat was zijn ‘absolute ambitie’. Hij wilde de Groningers beschermen, ‘zeker ook tegen de overheid zelf, die heel machtig is.’ Het vertrouwen in die overheid was inmiddels inderdaad tot ‘min honderd’ gedaald, maar ook dat probleem wilde Rutte, voor veel mensen de verpersoonlijking van die onbetrouwbare overheid, ‘helpen oplossen’.

Mark Rutte is een goochelaar met woorden, een magiër die je zo’n machteloos gevoel geeft dat je alleen nog maar met je hoofd tegen een muur wilt bonken. Rutte beheerst de kunst het onlogische zo te brengen dat het iets vanzelfsprekends wordt. Je wilt tegen hem roepen dat het zo niet werkt, dat je niet eerst problemen kunt creëren en daarna onderdeel kunt zijn van de oplossing, dat je de consequenties moet trekken uit een jarenlange opeenstapeling van fouten – dan geeft hij je groot gelijk en zegt dat hij zich juist daarom 24 uur per dag wil inzetten voor Nederland.

Het lijkt me zwaar om oppositie te moeten voeren tegen Mark Rutte, mijn bewondering voor Jesse Klaver is groot. Voor de zoveelste keer stond Klaver de afgelopen dagen tegenover de sfinx, de onraakbare. Rutte zou het moeilijk krijgen, maar hij kreeg het helemaal niet moeilijk. Hij pareerde elke aanval met hermeneutische redenaties en kronkelige moeraszinnen waarin geen gat viel te schieten. Alle kogels ketsten af op een schild van schuldbewuste schijnnederigheid, van loze bravoure, van tactisch ingezette leugens die zich moeilijk lieten ontmaskeren – Rutte zag hoe zijn opponenten zich hopeloos vastliepen in een mijnenveld van nietszeggendheid. Zijn mea culpa’s waren onbeduidende sorry-volgende-keer-beters. Je wist meteen dat het met een sisser zou aflopen: motie van wantrouwen; niet aangenomen.

Henk Nijboer van de PvdA zei dat Rutte probeerde een pudding aan de muur te spijkeren – een treffende metafoor waaraan het einde ontbrak: dat het de timmerman ook lukte en dat de pudding bleef hangen.

De enige die heel erg in Mark Rutte blijft geloven is Mark Rutte. Zijn zelfbeeld is onkwetsbaar, hij valt elke avond met een schoon geweten binnen vijf seconden in slaap. Meermaals werd hem gevraagd op zichzelf te reflecteren en gevoel te tonen, maar Rutte weet vermoedelijk amper wat dat is.

Hij verklaarde al dat aftreden geen optie was toen het debat nog maar net goed en wel was begonnen. Dat was veelzeggend: wat er verder ook ter tafel zou komen, hij kon zich niet voorstellen dat hij pogingen hem weg te krijgen serieus moest nemen. Waarom, in godsnaam? Wat was er nou helemaal gebeurd? De grootste mislukking van zijn regeerperiode, zei hij, was zijn niet geslaagde poging de dividendbelasting af te schaffen. Niet de afhandeling van de aardbevingsschade, niet de toeslagen-affaire, niet het asielprobleem; maar dat het hem niet was gelukt de rijken een belastingvoordeeltje te bezorgen, zat hem nog altijd dwars.

Rutte is vermoedelijk oprecht overtuigd van zijn eigen ‘goede intenties’. Zijn wens deel uit te maken van de oplossing van de mede door hemzelf veroorzaakte puinhopen acht hij logisch en totaal niet van de pot gerukt. Met die blinde vlek in het hoofd van de premier moeten we leren leven – tot zelfs zijn vrienden er genoeg van hebben.

Over de auteur
Bert Wagendorp is journalist en schrijver. Hij schrijft wekelijks een column voor de Volkskrant, die niet noodzakelijkerwijs de mening van de redactie reflecteert. Lees hier onze richtlijnen voor columns.

Source: Volkskrant

Previous

Next