Home

Het is een en al projectie, daar koop je een huisdier ook voor

‘Ze denkt dat ze een rottweiler is’, zei ik tegen de lange man op straat tegen wie mijn teckeltje hard blafte. De vriendin die erbij was, zei: ‘Alles wat je over je hond zegt, zeg je eigenlijk over jezelf, wist je dat?’

Dat wist ik, in zekere zin, want vroeger zei ze dat altijd tegen me over mijn toenmalige kat Suus. Ik dichtte Suus bijzonder veel eigenschappen toe, vooral verlatingsangst, en dan zei mijn goede vriendin: ‘Alles wat je over Suus zegt, zeg je eigenlijk over jezelf.’

Nu is het met een kat zo dat de kat altijd een mysterie voor je zal blijven, want katten zijn mystieke wezens met een diepe ziel. Denk ik, ik weet het niet zeker, want ze zijn dus volstrekt onleesbaar. Je kunt ze elke eigenschap (van jezelf) toedichten die je wil, en ze zullen het prima vinden, of eigenlijk zal het ze onverschillig laten, want alles laat ze onverschillig, behalve natte brokjes.

Met een hond is dat heel anders. Ik weet bijvoorbeeld honderd procent zeker dat Wally, mijn hondje, een schijthekel heeft aan alle mannen boven de 1,80 meter, want naar hen blaft ze keihard, minutenlang. Mijn stiefzoon, een lange man, is de uitzondering op deze regel, maar dat heeft wel een half jaar geduurd.

Maar als ik tegen lange mannen op straat zeg: ‘Ze denkt dat ze een Rottweiler is’, zeg ik dat eigenlijk alleen maar om die mannen gerust te stellen. Ik vind het gewoon onaardig om te zeggen: ‘Ze haat jou omdat je boven de 1,80 meter bent.’ Het is makkelijker om het te gooien op het feit dat mijn hond grootheidswaanzin heeft. In plaats van langheidshaat. ‘Het ligt niet aan jou, het ligt aan mijn hond en haar vertekende zelfbeeld.’

En ja, ik dicht Wally ook een hoop eigenschappen toe die ik zelf heb. Als ik op onze wandelingen het zoveelste gesprek met het zoveelste hondenbaasje moet voeren, zeg ik vaak: ‘Ze is verlegen’, en dan wijs ik op Wally en lopen we door. Of ik zeg: ‘Ze heeft er vandaag niet zoveel zin in’ – ik wijs op Wally en de hond van de ander die samen zouden moeten spelen – en dan lopen we ook door. Ik zeg ’s avonds vaak tegen haar: ‘Je wilt eigenlijk gewoon alleen maar op de bank liggen en Kopen zonder kijken kijken, hè?’ Of, in de ochtend: ‘Je moet er echt even uit, je bent rusteloos.’

Het is een en al projectie, daar koop je zo’n dier ook voor. Projecteren en wandelen. Het kan haar niks schelen, als ze haar brokjes maar krijgt. In die zin lijken honden en katten op elkaar. Ik dénk trouwens niet dat ik een rottweiler ben, ik bén een rottweiler.

Source: Volkskrant

Previous

Next