Home

Overal in de wereld zijn ze blij met Shell. En wij hier maar zaniken

Bedrijven willen niet alleen zo veel mogelijk geld verdienen, ze willen ook genegenheid. Dat krijgen ze te weinig en dat hindert het geluksgevoel tijdens het ondernemen. De nieuwe baas van Shell, Wael Sawan, zit daarmee in z’n maag; in een interview met de Volkskrant afgelopen weekend klaagde hij over het ‘onevenwichtige perspectief’ van Nederlanders waardoor wij – in tegenstelling tot andere landen – niet de rode loper uitrollen voor Shell. ‘Als ik naar de Verenigde Staten ga, krijg ik een heel ander welkom. Als ik naar Brazilië ga, krijg ik een heel ander welkom. Als ik naar Qatar, Oman, Abu Dhabi ga. Als ik naar China ga, als ik naar Singapore ga.’ Overal zijn ze blij met Sawan. En wij hier maar zaniken over een aandeelhoudersuitkering van 26 miljard.

Het verhaal van Sawan was niet enkel een verzuchting over onbeantwoorde liefde, er zat ook een waarschuwing in. Nederlanders moeten niet zo naïef zijn om te denken dat het dwingen van Shell tot verduurzaming de oplossing is; zelfs als Sawan morgen de tent zou sluiten, zullen de Saoediërs of Venezolanen geen druppel olie minder oppompen. Hooguit zal onze dwingelandij ertoe leiden dat Shell zijn investeringen verhuist naar landen waar die fijne rode loper ligt te wachten.

Gevoelens van afwijzing laten zich doorgaans moeilijk verteren. Gelukkig hoeft Sawan het niet persoonlijk op te vatten; hij kan achteraan aansluiten in de rij van bedrijven die gebukt gaan onder een gebrek aan waardering. Van de hele agrarische sector tot Schiphol en KLM, Tata Steel, de supermarktenbranche, financiële instellingen als de Rabobank en ga zo maar door. Allemaal voelen ze te weinig bewondering opstijgen vanuit de samenleving.

Hun reactie daarop is vaak hetzelfde. Er wordt een lijst opgesomd van maatregelen die al zijn genomen om te verduurzamen, innovatie wordt de hemel in geprezen, er wordt met de vinger gewezen naar andere sectoren en dan, ten slotte, wordt de zwaarste troef ingezet: zichzelf benoemen tot een historisch onderdeel van de Nederlandse identiteit.

Het vreemde aan dat laatste argument is de sentimentele aard ervan. Er wordt een beroep gedaan op emotie, terwijl dat nou juist het verwijt is aan de Nederlandse samenleving. Die zit maar een potje boos en ongeduldig te doen. Heel gek, want bedrijven doen zó hun best, eerlijk waar, maar ondertussen moet die schoorsteen wel blijven roken. In de woorden van Sawan: Shell investeert in de energietransitie, maar dat gebeurt ‘in een systeem dat wordt gedreven door de kapitalistische realiteit’.

Ik betwijfel of mensen specifiek boos zijn op Shell, de boeren of de luchtvaartsector. Zo persoonlijk is het allemaal niet. Ik denk eerder dat mensen boos zijn om twee redenen: 1) een adequate reactie op milieuschade en -overlast lijkt niet van de grond te komen, en 2) de discussie is niet zuiver. Er is niks mis mee om te zeggen waar het op staat, namelijk dat een bedrijf zo veel mogelijk rendement wil behalen. Dat is ook logisch: dankzij het streven naar goede financiële resultaten komen gezonde ondernemingen tot stand.

De onzuiverheid zit ’m erin dat winstoptimalisatie niet (goed) samengaat met verduurzaming, terwijl bedrijven wel verkondigen dat ze ook op dat vlak doen wat ze kunnen. Dat is niet waar. Bedrijven als Shell doen niet wat ze kunnen, ze doen wat ze nét kunnen missen zonder hun commerciële positie te riskeren. Daar mag je als bedrijf voor kiezen, maar kom daar dan recht voor uit.

Over de auteur
Ibtihal Jadib is rechter-plaatsvervanger en schrijver. Ze schrijft wekelijks een column voor de Volkskrant, die niet noodzakelijkerwijs de mening van de redactie reflecteert. Lees hier onze richtlijnen voor columns.

Source: Volkskrant

Previous

Next