Wel een baan en een inkomen, maar geen thuis en een dak boven je hoofd – het overkwam Eindhovenaar Rodin van Zanten enkele jaren geleden. ‘Ik deed saai lopendebandwerk in een magazijn, maar door oplopende schulden kon ik geen huis huren. Zodoende kwam ik in de daklozenopvang terecht.’
Drie jaar zat hij in de daklozenopvang, samen met 25 andere ‘ongelukkigen’ van divers pluimage, in een non-descript gebouw in de buurt van het Evoluon. ‘Ik haatte mijn leven toen’, zegt Van Zanten hoofdschuddend.
De 25-jarige Van Zanten behoorde in die tijd tot de ‘economisch daklozen’, een snel groeiende groep waarover de Eindhovense opvangorganisatie Springplank onlangs alarm sloeg. Ze kampen niet met hevige verslavingen of psychiatrische problemen, maar zijn hun huis kwijtgeraakt door scheiding of oplopende schulden.
Springplank-directeur Thijs Eradus waarschuwt dat de groep ‘bankslapers’ met een postadres bij Springplank – nodig voor werk, belastingaangifte en uitkering – al ruim 850 mensen is, van wie 60 procent een baan heeft. Als zij geen beroep meer kunnen doen op een bed bij familie en vrienden, dreigen zij eveneens in de daklozenopvang te belanden.
Het probleem speelt ook in andere grote steden. Alleen al in Amsterdam leven er naar schatting drieduizend werkenden zonder huis, blijkt uit onderzoek van de gemeente. In het najaar sloegen de wethouders van Amsterdam en Utrecht alarm over het groeiend aantal daklozen, onder wie ook degenen die om economische redenen geen dak boven hun hoofd hebben.
Het is moeilijk de grootte van de groep vast te stellen, omdat veel ‘economisch daklozen’ niet in de statistieken van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) belanden. Zij slapen veelal lange tijd bij vrienden of familie op de bank voor ze bij de opvang aankloppen en wel worden geregistreerd.
In 2021 telde Nederland 32 duizend daklozen volgens het CBS, maar het totaal aantal – inclusief bijvoorbeeld ook arbeidsmigranten en kinderen – wordt veel hoger geschat. In Den Bosch en Oss is in mei een proef gedaan met een nieuwe telmethode om de hele groep beter in kaart te brengen, de resultaten daarvan worden in oktober verwacht.
De daklozenproblematiek staat ook landelijk in de schijnwerpers: het kabinet lanceerde in december het Nationaal Actieplan Dakloosheid. Daarvoor wordt 65 miljoen euro per jaar uitgetrokken, boven op de reguliere 385 miljoen die gemeenten ontvangen voor maatschappelijke opvang. Het doel is ambitieus: ‘In 2030 heeft iedereen een thuis.’
Van Zanten heeft zijn leven inmiddels weer op de rit: hij woont in een huurappartement in Eindhoven en heeft een leuke, uitdagende baan als ‘chefkok’ in de keuken van de Eindhovense daklozenopvang waar hij eerst verbleef. Maar vanzelf ging dat niet, ook al had hij werk.
Hij verdiende 300 euro per week. ‘Dat was een enorm bedrag voor iemand die uit een arm gezin komt’, zegt hij. ‘Maar ik kon niet met geld omgaan. Die 300 euro waren zo op. Ik kocht in de supermarkt wel zes verschillende cheeseburgers en allerlei kant-en klaarmaaltijden. Zelfs de caissière zei: goh, jij hebt veel ingeslagen zeg.’
Aan het eind van de maand, toen de rekeningen kwamen, was het geld al lang en breed op. Na een halfjaar had hij 6.000 euro aan schulden. ‘Dat was superveel. Ik dacht: daar kom ik nooit meer van af’, aldus Van Zanten. ‘Daardoor ging ik zelfs steeds meer uitgeven. Wat maakt 1.000 euro meer of minder eigenlijk nog uit, fuck it. Het was ook een beetje uit zelfverdediging. Ik stak gewoon mijn kop in het zand.’
Jonge, werkende daklozen ‘die nooit goed voor zichzelf hebben leren zorgen’ zien ze ook in Amsterdam vaak, zegt maatschappelijk werker Mirjam Hasselt. Daar kunnen ze geen beroep doen op de daklozenopvang, omdat die al vol zit met daklozen die de stempel ‘Niet zelfredzaam’ hebben gekregen. Dat zijn daklozen die onder de openbare geestelijke gezondheidszorg vallen, meestal vanwege verslaving of ernstige geestelijke problematiek.
Dus kloppen economisch daklozen in de hoofdstad aan bij De Regenboog Groep, een organisatie voor dak- en thuislozen, die sinds vier jaar zelfs een speciaal team voor economisch daklozen heeft. ‘We zien eigenlijk allerlei soorten werkenden voorbijkomen’, zegt Hasselt, die voor het team werkt. De meesten van hen hebben eerst al weken bij vrienden, familie of bekenden op de bank geslapen voor ze zich bij hen melden.
Een blik op Hasselts mailbox maakt duidelijk dat het om een uiteenlopende groep gaat: ‘Ik heb een tijdelijke kamer ondergehuurd, maar ik moet er na mei uit’, schrijft een vrouw. ‘Ik wil een gescheiden Amsterdammer aanmelden, ze is zwanger en heeft een dochter van 3’, schrijft een ander.
Al deze mensen zitten klem, zegt Hasselt. Het is vechten om de sociale huurwoningen in Amsterdam. Vorig jaar kwamen er 7.000 van de circa 185 duizend sociale huurwoningen vrij, maar die worden vrijwel allemaal toegewezen aan ‘voorrangsgroepen’ als ouderen, jongeren en statushouders. Er kwamen slechts 23 sociale huurwoningen in de stad vrij voor overige woningzoekenden. Middeldure huur of kopen in de stad is voor eenverdieners vaak geen optie. ‘Daarom zitten mensen soms uit pure wanhoop in illegaal ondergehuurde kamertjes, wat opnieuw onzekerheid met zich meebrengt’, zegt Hasselt.
Het is ook de reden dat ze bij De Regenboog Groep het probleem van economisch daklozen definiëren als een woonprobleem. Er zijn geen betaalbare huizen te vinden en vaak kan iemand vanwege werk of ouderschapsregelingen niet zomaar naar een andere gemeente verhuizen.
Zo begeleidt Hasselt een veertiger die zes jaar geleden van zijn vrouw scheidde en het co-ouderschap heeft. ‘Het is een heel pientere man, die als artdirector werkt.’ Zijn ex en kind wonen in Amsterdam en volgens de ouderschapsregeling moet hij binnen een straal van zeven kilometer van hen vandaan wonen. Dat bemoeilijkt zijn zoektocht naar een woning. En aangezien hij veertiger is, kan hij nog lang geen aanspraak maken op voorrangsregelingen voor seniorenwoningen.
Hij kon even terecht op een tijdelijke plek, waarover De Regenboog Groep beschikt, maar na een jaar moest hij plaatsmaken. Sindsdien schippert hij heen en weer tussen de bank van zijn broer en die van een goede vriendin, en loopt hij wederom alle instanties en gemeenteloketten af. ‘Iemands leven staat daardoor eigenlijk al zes jaar stil. Want je hebt geen plek waar je vader kunt zijn. Deze man heeft toevallig een groot netwerk. Het is mooi dat iemand daar gebruik van kan maken en dat mensen solidair zijn met elkaar, maar ook dat houdt een keer op.’
Wanneer iemand geen huis heeft, gaat het vaak snel bergafwaarts op andere vlakken. ‘Meestal hebben die mensen aanvankelijk nog niet zo veel problemen, los van hun woonvraag’, aldus Hasselt. Maar de stress die het slapen bij vrienden op de bank met zich meebrengt, veroorzaakt vanzelf meer problemen. ‘Iemand ontwikkelt vaak schulden, mentale problemen of een verslaving.’ De artdirector zit bijvoorbeeld sinds kort in de ziektewet. ‘Vanwege alle stress lukte het hem op een gegeven moment niet meer om creatief te zijn of zich te focussen op werk.’
Het team van Hasselt probeert ondertussen te helpen daar waar mogelijk. Er is een aantal regelingen opgetuigd om economisch daklozen eventjes vooruit te helpen. Zo kunnen woningzoekenden in Amsterdam via de regeling ‘bijzonder bewoond’ een jaar in een leegstaand kantoor- of schoolgebouw wonen.
Via het project Onder de Pannen, dat ook in Eindhoven en andere steden loopt, huurt een economisch dakloze een jaar lang een kamer bij iemand met een eigen woning of een sociale huurwoning. De hoofdhuurder behoudt tijdens dat jaar zijn recht op huurtoeslag, waardoor het voor beide partijen wat oplevert.
De gemeente Amsterdam kondigde daarnaast deze week een nieuwe ingreep aan: economisch daklozen kunnen vanaf 2024 ook voorrang krijgen op een sociale huurwoning in de hoofdstad. Dat moet per jaar dertig woningzoekende werkenden aan een woning helpen.
Toch zullen de meesten van hen voorlopig nog ver buiten de Randstad moeten zoeken om permanente woonruimte te vinden. Maar ook daar liggen de huizen niet voor het oprapen. Sommige gemeenten weigeren bovendien woningzoekers die staan ingeschreven op het adres van de Amsterdamse daklozenopvang. Hasselt: ‘Dat mag niet, maar het gebeurt in de praktijk wel.’
‘Iedereen kan zomaar dak- en thuisloos worden’, waarschuwt Rodin van Zanten uit Eindhoven, terwijl hij in de professionele keuken van de opvangorganisatie een pastamaaltijd met vegetarisch gehakt en kaassaus bereidt.
‘Alle verhalen kom je tegen in de daklozenopvang’, weet hij uit eigen ervaring. ‘Van de gokverslaafde met een schuld van drie ton die al om 12 uur ’s middags zo zat was als een tientje tot een jongen die door zijn eigen moeder uit huis was gegooid. Of een vrouw die samen met haar vader in een huis woonde; vader overleed en zij werd door de corporatie het huis uitgezet.’
Zelf groeide hij op in een problematische gezinssituatie. Van zijn 14de tot zijn 17de zat hij in internaten. Toen hij daarna weer bij zijn moeder en zus ging wonen, werd het gezin op zijn 19de na een incident uit huis gezet door de woningcorporatie.
Na anderhalve maand op een camping in de regio te hebben gebivakkeerd, meldde Van Zanten zich via zorg- en welzijnsstichting WIJeindhoven bij opvangorganisatie Springplank in Eindhoven. Hij kreeg een kamer in de dag- en nachtopvang, zijn situatie werd geëvalueerd en er werd ‘een traject uitgestippeld’ in de richting van een zelfstandig bestaan.
De om Source: Volkskrant