Net onder kamp 4, het laatste kamp voor de top, sloeg het noodlot toe. Pieter Swart, een 63-jarige Canadese anesthesioloog die volgens zijn vrouw ‘zijn droom na joeg om op de top van de wereld te staan’ overleed tijdens de afdaling aan de gevolgen van longoedeem, een typische en ernstige vorm van hoogteziekte. Het gebrek aan zuurstof werd hem fataal.
Swart is een van de dertien bergbeklimmers die dit jaar zijn overleden op de Mount Everest, de hoogste berg ter wereld. Ook worden er nog vier alpinisten vermist. Waarschijnlijk worden zij niet meer gevonden, waardoor het totaal aan doden uitkomt op zeventien tijdens het klimseizoen dat loopt van maart tot mei. Het betekent het zwartste jaar op de berg ooit.
Het vorige record dateert van 2014 toen de val van een serac een zware ijslawine veroorzaakte waarbij zestien sherpa’s omkwamen. Ook 2015 was een rampzalig klimseizoen; als gevolg van de aardbeving in Nepal – die ongeveer 9 duizend doden opeiste – ontstond een lawine op de Mount Everest die aan dertien alpinisten het leven kostte.
Ook het jaar 2019 viel op, toen foto’s viraal gingen van een ellenlange rij klimmers op de top van de berg. Mede door de extreme drukte stierven dat jaar elf mensen op de 8.849 meters hoge berg.
Het diepterecord komt in het jubileumjaar van de Mount Everest: 70 jaar geleden, op 29 mei 1953, bereikten de Nieuw-Zeelandse mountaineer Edmund Hillary en sherpa Tenzing Norgay als eerste mensen de top van de befaamde berg.
Het dodelijke klimjaar heeft volgens alpinist Wilco Dekker, die de Mount Everest bedwong in 2019, alles te maken met de toegenomen interesse voor de berg. ‘Met name sociale media hebben dit aangewakkerd,’ zegt hij. ‘Hierdoor lijkt het klimmen van de berg heel bereikbaar. We denken: als hij of zij het kan, dan kan ik het ook.’
De Mount Everest is een bucketlist-item geworden, zegt ook Robin Baks, directeur van de Nederlandse Klim- en Bergsport Vereniging (NKBV). ‘Waar het vroeger echte expedities waren, hebben deze tegenwoordig meer weg van all-inclusivereizen.’ Het basiskamp is van alle gemakken voorzien: tenten met een dubbele wand, ledikanten en een chef-kok. ‘Het heeft veel weg van een glamping.’
Door de toegenomen populariteit staan er niet alleen doorgewinterde alpinisten meer op de berg, maar ook relatief onervaren klimmers. ‘In principe kun je met voldoende geld al naar boven,’ zegt Baks. Maar dit neemt niet weg dat het fysiek hartstikke zwaar is. ‘Je moet op stijgijzers kunnen lopen en weten hoe het energiezuinigst door bepaalde passages te gaan. Deze ervaring ontbeert bij velen.’
Ook is het op een bepaald hoogteniveau door een gebrek aan zuurstof moeilijk om nog rationeel te denken,’ zegt Dekker. ‘Op dat moment schakel je over op je automatismen, die je met ervaring opbouwt.’
De Nepalese bergen zijn een belangrijke bron van inkomsten en werkgelegenheid voor Nepal, een straatarm land ingeklemd tussen China en India. Een vergunning voor de beklimming van de Mount Everest kost zo’n 10.000 euro. Om die te krijgen moet je een medische test doen en ten minste één andere Nepalese berg hebben beklommen van minimaal 6.500 meter.
Dekker: ‘Hierbij wordt nog weleens een oogje dichtgeknepen door de Nepalese regering. Het geld dat een vergunning oplevert is namelijk meer dan welkom.’
Dit jaar gaf de Nepalese overheid een record aantal vergunningen uit voor de beklimming van de Sagarmatha, de lokale benaming van de berg: 478. Het is de vijfde keer in tien jaar dat een record wordt verbroken. Het geeft aan dat meer en meer klimmers hun weg vinden naar de hoogste berg in het Himalayagebergte.
Door de grote vraag schieten lokale bedrijfjes als paddenstoelen uit de grond. Baks: ‘Iedereen probeert een graantje mee te pikken.’ De expedities die deze plaatselijke ondernemingen aanbieden, zijn soms van twijfelachtige kwaliteit.
Ze stellen geen extra vereisten aan de klimmers, de gidsen zijn onervaren en de uitrusting is niet optimaal. ‘Deze reizen zijn goedkoper dan de westerse expedities omdat ze vaker beknibbelen op logistiek en materieel,’ zegt Dekker. ‘Ook ontbreekt het ze aan organisatorische vaardigheden.’
Zoals Pieter Swart zijn er dit jaar meerdere klimmers aan hoogteziekte gestorven. Dit risico is onderdeel van het vak, maar volgens Baks verkleint een goede gids de kans dat je hieraan overlijdt. ‘Een ervaren gids is in staat te herkennen wanneer iemand last heeft van hoogteziekte en heeft de moed die persoon te adviseren terug te keren, ondanks de hoge prijs die voor de expeditie is betaald.’
Yuba Raj Khatiwada, directeur van het bureau van toerisme in Nepal, noemt in The Guardian het veranderende klimaat als oorzaak van de vele doden. ‘De weersomstandigheden waren niet gunstig, Het was erg grillig.’
Uit getuigenverslagen blijkt dat het dit jaar uitzonderlijk koud was op de berg, wat resulteerde in meerdere bevriezingsgevallen. Ook haakten klimmers door de kou vroegtijdig af, waardoor files zoals in 2019 uitbleven.
Een directe link tussen de doden en klimaatverandering is niet vast te stellen. Wel is het volgens Baks logisch dat de Nepalese overheid zich beroept op het klimaat als externe factor. ‘Het is natuurlijk heel dubbel voor dat land; ze hebben het geld nodig en willen daarom geen mensen afschrikken om te komen. De vraag is alleen waar het gaat eindigen.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden