Home

Cineast Werner Herzog over zijn oeuvre: ‘Het verbaast me werkelijk: hoe heb ik dit allemaal kunnen doen?’

Werner Herzog (80) is herstellende van een visongeluk. Ook om die reden kan hij de aanstaande opening van de grote Herzog-zomertentoonstelling The Ecstatic Truth in het Eye Filmmuseum niet persoonlijk bijwonen. En wie bekend is met zijn films en de vrijwel mythische totstandkoming ervan, vaak diep in de onverbiddelijke jungle of nabij een lava spuwende vulkaan, stelt zich de cineast dan al snel voor tussen de vraatzuchtige piranha’s in de Amazone. Of ingesloten door een school dodelijke tijgervissen in een zijtak van de Kongo.

Er krult een lach op Herzogs gezicht. ‘O nee, ik was gewoon aan het vissen, in Patagonië. En ik gleed uit over de stenen aan de rand van de rivier. Heel gladde stenen. Ik stootte mijn hoofd en mijn ribben, wat op zich niet zo erg was. Daarna kreeg ik een longontsteking.’

Monter: ‘Maar het grappige is, dat ik exact die ribben al twee keer eerder heb gebroken! Kennelijk ligt mijn focus op deze specifieke ribben. Het is heerlijk hoor, daar in de natuur, de wildernis van Patagonië.’

Bor Beekman is sinds 2008 filmredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft recensies, interviews en langere verhalen over de filmwereld.

Hij videobelt vanuit zijn huis in Laurel Canyon, randje Los Angeles. Op de achtergrond: twee stellages vol boeken, wat spullen. Al is het lastig rondgluren onder de glinsterende, altijd wat priemende blik van de filmmaker, die tegenwoordig wel wat dieper ligt. Als Herzog je aankijkt, kijk je terug – ook online. En dan is er zijn typische, licht-hypnotische stem, het Engels met Beiers accent: de cadans onder al die fabuleuze documentaires over de mens (en natuur) in extremis, van Grizzly Man tot Encounters at the End of the World. Tevens bekend van de tekenfilmserie The Simpsons, waarin Herzog zijn stem leende aan farmaceut Walter Hotenhoffer.

The Ecstatic Truth bestaat behalve uit filmbeeld en fotografie ook uit brieven en allerlei bewaard gebleven curiosa, zoals Klaus Kinski’s vampiertanden uit Nosferatu en de vedertooi van het Campa-opperhoofd uit Fitzcarraldo. Eerder was de tentoonstelling al te bezichtigen in de Deutsche Kinemathek in Berlijn, waar het archief van Herzog wordt beheerd. Voor de tweede stop, in Amsterdam, werd het geheel volledig nieuw ingericht door Eye-samensteller Jaap Guldemond, die andere (en veel meer) filmfragmenten koos. Daarmee trekt hij een uniek spoor door dat enorme oeuvre van de in 1942 in München als Werner Stipetic geboren filmmaker (zoon van een Duitse vader en een Oostenrijks-Kroatische moeder), die in zijn werk consequent speurt naar wat hij ooit de ‘extatische waarheid’ doopte. Herzog is geen ‘fly on the wall’, maar stileert en construeert zijn beelden om zo een diepere waarheid te vinden, voorbij de ‘oppervlakkige realiteit’.

Ook in Berlijn kon Herzog de opening van zijn eigen tentoonstelling niet bijwonen. ‘Pas vijf maanden later kon ik erheen, eerder was ik te druk met filmen en van alles, ik trok de wereld rond. Maar ik heb het plan voor de inrichting in Amsterdam gezien. Er is daar meer plek, wat zeker niet slecht is. Meer schermen om op te kijken terwijl je ronddwaalt. Ik weet zeker dat het niet saai zal zijn.’

Hij maakte vijf films met Klaus Kinski, de in 1991 overleden Duitse acteur die briljant spel combineerde met onmogelijk gedrag op en om de set. Aguirre, Der Zorn Gottes (1972), met Kinski als een door de jungle dolende Spaanse conquistador, is wellicht hun allermooiste samenwerking. Fitzcarraldo (1982) de bekendste en beruchtste: het eveneens historische epos over een rubberbaron die vastbesloten is een operahuis te bouwen in het woud van Peru.

Geteisterd door tegenslagen werden de opnamen: aanvallen van de Amahuaca-stam, beten van gifslangen, een vliegtuigongeluk en het loodzware stoomschip dat – voor de film – écht over een berg diende te worden getrokken, maar dit vertikte. Eerste hoofdrolspeler Jason Robards kreeg dysenterie en stapte halverwege op doktersvoorschrift uit de film, waardoor óók alle scènes met medespeler Mick Jagger de vuilnisbak in gingen; de zanger had tourneeverplichtingen met The Rolling Stones en kon de eerste helft niet overdoen. Jaggers rol werd geschrapt en de ingevlogen Kinski maakte zijn faam waar. Een grootse manische rol, die gepaard ging met zo veel driftbuien dat het opperhoofd van de in de film figurerende inheemsen serieus voorstelde om de Duitse steracteur om te brengen. Herzog hoefde maar met zijn vingers te knippen.

Conquest of the Useless, Herzogs tijdens de opnamen bijgehouden dagboek, werd een bestseller. Het is een als een koortsdroom opgetekend verslag, gepubliceerd in 2004, van een man die alles riskeert om dat ene beeld waar te maken: een schip dat over een berg wordt getrokken (‘het is een metafoor, al weet ik nog niet voor wat’).

‘Dat was heus niet mijn eerst vervalste document, hoor. Een film als Fitzcarraldo kon niet worden gemaakt zonder massale vervalsing. Het was de tijd van de militaire dictatuur in Peru. Ik mocht niks. En ik vond dat ik er recht op had: ik berokkende niemand schade, bracht de veiligheid van het land niet in gevaar.’

‘Ik weet het niet. Mensen zeggen me weleens: je moet krankzinnig zijn geweest. Maar ik geloof dat ik toen best aardig functioneerde. Ik was altijd clinically sane. Hoe zeg je dat in het Nederlands? Hmm. Eigenlijk is die prachtige Engelse uitdrukking clinically sane onvertaalbaar. Maar alles wat ik onderneem gaat gepaard met risico’s en vraagt een zekere moed. Dat is nog steeds zo, tot op de dag van vandaag.’

‘Mag ik precies zijn? Het waren er elfduizend. En toen de film af was, waren het er elfduizend én vijfhonderd. Want we maakten de geboorte mee van tenminste vijfhonderd kleine ratjes. En ze konden niet ontsnappen – we werkten met een feilloos systeem. Ik begreep de toenmalige controverse wel: dan komt er een filmmaker, nota bene uit Duitsland, die elfduizend ratten meebrengt. Druist dat niet in tegen onze diepste instincten?’

De toenmalige burgemeester van Delft stak een stokje voor bepaalde opnamen vanwege gevaar voor de volksgezondheid. En de als rattenexpert door de productie ingehuurde bioloog Maarten ’t Hart klaagde jaren later nog over ‘dierenbeul’ Herzog; lang niet alle ratten zouden de heenreis vanuit Hongarije hebben overleefd. Ook werden de witte diertjes in Nederland donker geverfd voor de film.

Herzog: ‘Voor iedereen – het stadsbestuur, de experts – was duidelijk dat we zeer verantwoordelijk te werk gingen. En we hielden ons aan de belofte: ik ben in Delft niet één rat kwijtgeraakt.’

‘Ik niet. Hier thuis ligt niks, helemaal niks. Op één ding na. Kan ik je wel even laten zien.’

Herzog verdwijnt uit beeld, om twee seconden later te verschijnen met een gehavend stuk metalen dashboard van een vliegtuig.

‘Is van de Lansa-vlucht 508, die neerstortte in Peru. Je weet dat ik al een plekje op die vlucht had geboekt? Later maakte ik een film over de enige overlevende: een meisje van 17.’

Juliane Koepcke overleefde een kilometers lange val nadat het toestel in de lucht uiteenscheurde. Ze trok elf dagen door het regenwoud voor ze werd gevonden. Voor Herzogs documentaire Wings of Hope (1998) keerde ze terug naar de tot dan toe onontdekte rampplek. ‘Pas na drie expedities ontdekten we fragmenten van het vliegtuig. Ik had mijn zoon mee, die toen 9 was. Hij vond dit stuk. En dit is het enige object dat ik bewaar, als een souvenir. Verder niks, op wat oude landkaarten na. Kijk maar achter me: geen souvenirs van het verleden. Ik heb net twee nieuwe boeken en een script geschreven. En ik ben me aan het voorbereiden op een nieuwe film. Ik kijk enkel vooruit, naar wat er op me afkomt.’

‘Niet zozeer de grens verleggen, daar is het me niet om te doen. Ja, in deze film betrof het een atleet: hij móét degene zijn die verder vliegt dan de concurrentie. Maar ik zit niet in dit vak om records te vestigen. De innerlijke reis, daar gaat het me om. Als kind, nu nog steeds trouwens, wilde ik kunnen vliegen. Daar droomde ik van, net als vele anderen. Het treft me als een verregaande onrechtvaardigheid van de schepping dat we niet kunnen vliegen. En in het bijzonder dat ík niet kan vliegen. Ik wilde zelf wereldkampioen worden met dat skispringen, of skivliegen. Maar dat hield op toen mijn beste vriend een catastrofaal ongeluk meemaakte. Hij kwam bijna om bij een val. Dat was ook voor mij het einde van mijn carrière als vlieger. En toen ontmoette ik Walter Steiner, een Zwitser die vliegt als een frisbee, of een arend. Het was alsof ik iets van mijn diepste wezen in een ander aantrof, in die Zwitserse man. Het is een uitzonderlijke film.’

‘Dat was niet uit vrije keuze, ik werd gedwongen ook als commentator op te treden. Het was een deel van een Duitse televisieserie die ‘grensgevallen’ heette of zoiets. De filmmaker moest ook de chroniqueur zijn. En ook in beeld te zien zijn, iets wat ik haatte en waartegen ik me verzette. Maar het viel me op dat het me best aardig afging. En zo vond ik die stem, die in alle latere documentaires zit.’

‘Dat ze hun eigen visie moeten volgen. Toen ik die school begon, nam ik stelling tegen de nonsens die ze je overal op de wereld op filmscholen wijs proberen te maken. Die drie-akten-structuur van scenario’s bijvoorbeeld, dat soort onzin. Aguirre heeft minstens vijf of zes akten. Wat is daar op tegen? Ik zeg de studenten altijd: ik leer je niets, maar ik probeer je wel zelfredzaam te maken. Dát is wat ik doe. Eigenlijk leer ik ze slechts twee dingen: hoe j Source: Volkskrant

Previous

Next