Home

Transformers leken op weg naar de schroothoop. Krijgen ze nog een kans?

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Achtergrond Transformers was een van de succesvolste filmseries van de 21ste eeuw. Nu moeten de reuzenrobots zichzelf opnieuw uitvinden. Is het niet te laat?

Misschien is het tijd om Transformers te ruste te leggen. Het is zestien jaar sinds de eerste film uitkwam en die ouwe, logge robots in cartoonkleuren detoneren inmiddels tussen het flitsende superheldengeweld. Deel zeven, Transformers: Rise of the Beasts, probeert nog één laatste transformatie. Vermoedelijk is dat te laat voor een filmserie die elk deel meer deuken opliep en veranderde in een plot-minachtend geldmonster, ziellozer en mechanischer dan de robots waar het om draait. Is er nog een toekomst voor Transformers?

De eerste film, uit 2007, was een enorm succes. De door Hasbro uit Japan geïmporteerde Transformers werden medio jaren tachtig populair jongensspeelgoed: robotjes die je tot auto, vliegtuig of boot kon vouwen. Animatie-series en stripboeken dienden als reclame.

Een generatie jongens groeide ermee op; begin 21ste eeuw was ook de technologie ver genoeg voor een liveaction-film. Daarvoor was een droomduo aangetrokken: regisseur Michael Bay – bekend om heel lawaaiige en winstgevende films als Armageddon – en producent Steven Spielberg. Zij verlegden de focus naar de mensheid, naar een oer-Amerikaans verhaal over een jongen en zijn auto.

Sam Whitwickey (Shia LaBoeuf) is een tienerjongen die per ongeluk een Transformer koopt bij een tweedehandsautozaak. Zo raken hij en zijn geliefde (Megan Fox) verwikkeld in de rassenoorlog tussen de Autobots en de Decepticons, en zijn ze essentieel voor het overleven van de mensheid.

Met die eerste Transformerfilm kon een tienerjongen zijn puberale dorst lessen. Toekomstwensen werden verbeeld: glanzende sportauto’s, de mensheid redden, de zongebruinde Megan Fox die zich in Californisch licht over een motorkap buigt. Dat het geen meesterwerk was begrepen zelfs tienerjongens. Maar het was spectaculair én perfecte, Spielbergiaanse coming of age met een perverse twist.

Al direct daarna ging de wagon van de rails. Deel twee en drie waren groter in alles: meer sexy vrouwen, meer explosies, meer beukend staal en sciencefiction. Plot maakte steeds minder uit: het was slechts ducttape voor de actie. Elke plotvraag werd beantwoordt met ‘waarom niet’?

Zo veranderde de reden dat Transformers op aarde zijn met elke film. Eerst kwamen ze op aarde om De Kubus te zoeken. In deel twee bleken ze daar al duizenden jaren te zijn en de piramides te hebben gebouwd. In deel drie bleek dat John F. Kennedy wist van Transformers en daarom de maanmissie had georganiseerd. In deel vijf zijn er Transformers in de middeleeuwen, met Merlijn als dronkelap die een robotdraak bestuurt.

Personages werden inwisselbaar. Na deel twee werd Megan Fox ontslagen omdat ze werken voor regisseur Michael Bay grappend vergeleek met werken voor Hitler. Geen probleem: Bay caste Rosie Huntington-Whitely, destijds verkozen tot meest sexy vrouw door de jaarlijkse vleeskeuring van FHM. Na deel drie stopte Shia Labeouf en begon Bay gewoon met een totaal nieuwe held, Mark Wahlberg. Er was geen touw meer aan vast te knopen, maar de films brachten miljarden op en dus denderde de kar door.

Michael Bay heeft overigens ook fans in de filmkritiek. Zij menen dat hij absolute cinema maakt: een koortsdroom van beeld en geluid die zich niet stoort aan bijzaken als plot, logica, consistentie of karakterontwikkeling. Bay forceert met een breekijzer een weg naar het Amerikaanse onderbewustzijn.

De Transformers pasten zich wel aan. Spektakel en 3D werkten, dus spon Bay de actie uit in eindeloze scènes die je ervoer als een werkdag in een Soviet-staalfabriek. Seksisme werkte daarentegen steeds minder goed. Megan Fox was een jongensfantasie: gekleed in reepjes denim, dol op dure auto’s, geil fluisterende dictie, hondstrouw. Maar naarmate de serie vorderde, kwamen er steeds meer actieve vrouwelijke personages bij, zelfs in hoofdrollen.

Hetzelfde gold voor racisme: in de eerste twee delen had Bay geen probleem met lollig racisme: robots die klinken als maffiabazen en zwarte minstrels. In latere films werd alles netter en diverser: ophef schaadt de kassa.

Ook de moraal veranderde. In de eerste twee delen zijn Decepticons de vijand maar is óók de Amerikaanse overheid schuldig. Die houdt informatie achter, geeft Iran de schuld van robotaanvallen en zit de échte helden – militairen en gewone Amerikanen – dwars. Een reflectie van de periode na 9/11 en de Iraakse invasie, toen samenzweringstheorieën en wantrouwen jegens de overheid floreerden. In delen drie en vier (2011 en 2014), vlak na de bankencrisis, is de hulpvijand niet de overheid, maar een snode kapitalist.

De kern bleef gelijk: actie met megarobots. In 2017 leek het publiek erop uitgekeken. The Last Knight. , Transformers-film nummer 5, verloor honderd miljoen dollar. Michael Bay stopte als regisseur, de Transformers leken klaar voor de schroothoop. De toekomst was aan Marvel, die spektakel paarde aan herkenbare, menselijke helden en doordachte plots. De Transformers moesten terug naar de tekentafel.

Dat leidde al in 2018 tot Bumblebee, een Marvel-achtig spin-off over de oorsprong van een populaire, speelse Transformer, gesitueerd in de jaren tachtig. De beschadigde Bumblebee belandt bij een auto-geobsedeerd meisje uit California die hem oplapt, waarna ze samen de Decepticons te lijf gaan. Met veel meer focus op de personages was dit de eerste geslaagde Transformers-film sinds 2007. Die plotgedreven aanpak trekt men deze week ook door in Transformers: Rise of the Beasts. Wordt dat een succes dan zijn we nog lang niet van de Transformers af.

Transformers: Rise of the Beasts. Regie: Steven Caple Jr. Met: Anthony Ramos, Dominique Fishback, Peter Cullen. Lengte: 127 minuten.

●●●●●

Het voelt onwennig: de filmserie met de meest agressieve en aanwezige product placement van de afgelopen decennia die grapjes maakt over kapitalisme. Transformers: Rise of the Beasts is bedoeld als reboot van de kwakkelende Transformers-serie. Dit keer doen ze alles anders.

Het verhaal speelt zich af in de jaren negentig – de filmmuziek laat je dat nooit vergeten – en volgt Noah Diaz (Anthony Ramos, die acteert met net iets meer mimiek dan een paspop). Een jongen die alles doet voor zijn zieke broertje, maar geen baan vindt door, onder andere, racisme. Als hij ten einde raad een sportauto probeert te stelen, stuit hij op Transformer Mirage, met de onvoorstelbaar irritante stem van Pete Davidson. Samen met museummedewerker Elena (Fishback) reist men vervolgens naar Peru om een oeroud Inca/robotgeheim te ontrafelen.

De inzet is groter dan ooit: een enorme Transformer die planeten vernietigt is op weg naar de aarde. Maar ook menselijker: de hoofdpersonen hebben begrijpelijke motieven en echte problemen. Het Indiana Jones-gehalte – tempels, geheimen – is aangenaam. Maar in zijn geheel lijkt deze saaie poging de Transformers-franchise opnieuw uit te vinden gedoemd.

NieuwsbriefNRC Film

De beste filmstukken, interviews en recensies van de nieuwste films

U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.

Source: NRC

Previous

Next