Ik werd benaderd door een aardige man die zei: ‘Mag ik jou iets vragen? Wat is nu de reden dat er altijd één vijf nul boven jouw stukjes in de krant staat?’
Ik legde uit dat dat sloeg op het feit dat deze stukjes ongeveer 150 woorden bevatten. Vaak iets meer. Ik vertelde dat ik zelf de grens trok bij 159 woorden; bij 160 ga ik schrappen. De ondergrens ligt wat mij betreft bij 145, al komt dat bijna nooit voor.
Het was een simpele vraag met een simpel antwoord. Helaas was ik over die boven- en die ondergrens begonnen, dat is voor niemand interessant. Ik zag de man met zijn ogen knipperen. Hij was natuurlijk bang dat hij bij mij een kraan had opengezet en ik nog een half uur zou dooremmeren over het onderwerp ‘woordaantallen en bijbehorende uitdagingen’.
‘Soms zijn het er precies honderdvijftig’, sloot ik snel af.
Source: Volkskrant