Home

Syriërs zijn niet meer welkom in Turkije: ‘Niemand die ik ken wil hier blijven’

Wie – naast zijn kiezers – óók blij zijn met de stembuszege van president Recep Tayyip Erdogan: de 3,4 miljoen Syrische vluchtelingen in Turkije. Breed leefde onder hen de vrees voor een overwinning van zijn tegenkandidaat, de centrum-linkse Kemal Kiliçdaroglu. Die gooide het aan het eind van zijn campagne plotseling over een xenofobe boeg, ging in zee met extreem-rechts en beloofde binnen twee jaar alle Syriërs het land uit te zetten.

De oppositieleider speelde in op een gevoel dat breed wordt gedeeld onder de Turkse bevolking. Zeker ook bij Kiliçdaroglu’s seculiere achterban, zo blijkt uit gesprekken met bewoners van de wijken Nisantasi en Osmanbey in Istanbul. Het is de PVV in het kwadraat: buitenlanders oplazeren, en wel nu.

Alle onderbuikclichés komen voorbij. Syriërs en Afghanen pikken onze banen in. Ze zijn vies. Ze zijn onbeschaafd. ‘Als kakkerlakken zijn ze ons land binnengevallen’, zegt Muharrem Turhan, een 28-jarige kapper. ‘Ze moeten terug, met hoofdletters!’ ‘Wij zijn vluchtelingen geworden in eigen land’, zegt huisvrouw Filiz Berber (58). ‘Ze doen alsof zij hier thuishoren, niet wij.’ ‘Als vrouw kun je niet meer veilig over straat’, zegt de 20-jarige studente Surem Sahinoglu.

Over de auteur
Rob Vreeken is correspondent Turkije en Iran voor de Volkskrant. Hij woont in Istanbul. Daarvoor werkte hij op de buitenlandredactie, waar hij zich specialiseerde in mensenrechten, Zuid-Azië en het Midden-Oosten. Hij is auteur van Een heidens karwei - Erdogan en de mislukte islamisering van Turkije.

Nisantasi en Osmanbey zijn bepaald geen achtergestelde buurten. Hier woont wat het weldenkende volksdeel zou moeten zijn. Maar van dergelijke categorieën trekt het anti-Syrische sentiment in de Turkse samenleving zich niets aan. Ook in de progressieve studentenstad Eskisehir tekende de Volkskrant dit geluid onlangs op. Het sijpelt door alle rangen en standen.

Dat weten de vluchtelingen maar al te goed, zo blijkt uit gesprekken met hen in Fatih, een conservatieve wijk in Istanbul met veel Syriërs. Ze horen de opmerkingen op straat, ze zien de steelse blikken in het openbaar vervoer – hoewel velen ook zeggen met hun Turkse buren op goede voet te staan.

In ieder geval zijn ze opgelucht dat Kiliçdaroglu de verkiezingen niet heeft gewonnen. Uitgezet worden naar Syrië, dat is een nachtmerrie. Jawel, ook Erdogan wil vluchtelingen repatriëren, dat beseffen ze, maar wat hij zegt klinkt minder bedreigend. Hij benadrukt ‘vrijwilligheid’.

‘Met Kiliçdaroglu als president zou het haatzaaien verder zijn aangewakkerd’, zegt boekverkoper Yamen Hamza (34). ‘Dus Erdogans overwinning was voor ons goed nieuws. De polarisatie zal nu weer afnemen. Wij Syriërs waren een kaart in het spel van de verkiezingen. Die kaart is niet langer nodig.’

Hamza staat te midden van de boeken in boekhandel El Sebeke el Arabiya. Een collectie van hoog niveau. Istanbul heeft een actieve gemeenschap van Arabische intellectuelen. De meeste klanten van de winkel zijn gevluchte Syriërs. Hamza verruilde in 2016 Damascus voor Istanbul.

Hoelang hij nog blijft, hij weet het niet. De economie in Turkije is verslechterd, de sfeer is vijandiger. Maar het Syrië van Assad is geen optie. ‘Voor ons is dat de hel. Iedereen die teruggaat loopt gevaar. Het simpele feit dat je bent gevlucht, maakt je al tot doelwit van het regime.’

Een half miljoen Syriërs die, zoals de Turkse regering beweert, vrijwillig zijn teruggekeerd? Onzin, zegt Liam Sabbagh, een financieel controller die sinds tien jaar in Istanbul woont. ‘Daar heb ik nooit iets over gehoord. Wat ik wel hoor, is dat mensen zomaar worden opgepakt, onder dwang tekenen voor ‘vrijwillige terugkeer’ en dan de grens worden overgezet.’

Na zijn echec in de eerste verkiezingsronde sloot Kiliçdaroglu een akkoord met de extreem-rechtse partij Zafer (Overwinning), die in vreemdelingenhaat alles overtreft in Turkije. Partijleider Ümit Özdag tweette daarna dat hem het ministerschap van Binnenlandse Zaken was beloofd.

In Fatih verspreidde Zafer folders met de tekst: ‘Beste Syrische vrienden, we zullen je veilig terugsturen naar je land. De oorlog is voorbij. Je zult er de beste humus ter wereld eten. Je kunt weer zwemmen bij Latakia. Je kunt het graf van je overleden geliefden bezoeken.’ Het sarcasme deed de vluchtelingen pijn, want iedereen weet hoe onwaar het is.

Het vooruitzicht van een zege van de oppositie zette de mogelijkheid van vertrek uit Turkije op scherp. ‘Ik overwoog in dat geval het land te verlaten’, zegt Hamza. ‘Naar Georgië, Armenië of Irak. Of de moeilijkste optie: Griekenland. Maar ik heb twee dochters, in een bootje stappen naar Europa is te gevaarlijk.’

Het is wat alle Syriërs hier zeggen: de campagne van Kiliçdaroglu maakte dat we acuut vertrekplannen gingen smeden. ‘We waren doodsbang’, zegt Ahmed Bitar (28), verkoper in een juwelierszaak. ‘Als hij had gewonnen, had dat betekend dat de Turkse bevolking niet goed snik is. Zou je in Nederland op een racistische kandidaat stemmen?’

Maar ook zonder Kiliçdaroglu’s campagne waren die vertrekplannen al in de maak, zij het met minder urgentie. ‘Niemand die ik ken wil in Turkije blijven, nog los van de verkiezingen’, zegt financieel controller Sabbagh. ‘De meeste mensen hebben een plan A en een plan B. Soms ook een plan C.’

Zijn eigen plan A is asiel in de VS, plan B is het gastvrije Duitsland. Ook de Baltische staten verwelkomen digitale nomaden zoals hijzelf – vakmensen die overal online kunnen werken. Een beroep doen op mensensmokkelaars wordt door weinigen overwogen, zegt Sabbagh. Te duur en te riskant. ‘Hooguit als plan Z.’

De overwinning van Erdogan heeft voor het moment de angst weggenomen, zegt juwelier Bitar, maar de zorgen blijven, gevoed door het alledaagse racisme in de Turkse steden. Geen kwestie van grof geweld, maar van onmiskenbare signalen dat vluchtelingen niet langer welkom zijn. Turken in de metro die boos ‘Ga terug naar je eigen land!’ roepen zodra iemand Arabisch spreekt in zijn telefoon. Syrische gezinnen die worden uitgescholden als ze gaan picknicken.

‘Het contact met Turkse buren en medestudenten is oppervlakkig’, zegt Bayan Hadid (21), een studente grafisch ontwerp die in de boekwinkel haar huiswerk zit te maken. ‘Als je hulp vraagt krijg je het wel, maar Turkse en Arabische studenten zitten in de kantine apart.’ Echte discriminatie, zegt ze, ondervindt ze alleen van docenten. Een ontwerp maken voor Arabische koffie mocht ze niet. ‘Niemand is geïnteresseerd in jullie tradities’, zei de leraar.

Het klinkt haast onschuldig, vergeleken met de taal die valt op te tekenen in Nisantasi en Osmanbey. ‘We willen ze hier niet’, zegt huisvrouw Filiz Berber, die met acht gelijkgestemde vriendinnen aan het shoppen is. ‘Laat ze teruggaan en hun land verdedigen. Ze gedragen zich soms als terroristen.’

‘Er zijn geen landen zo vies als Syrië en Afghanistan’, zegt kapper Turhan. ‘Het summum van onwetendheid. Waren alle buitenlanders maar als Europeanen.’ Begrip voor slachtoffers van de burgeroorlog zegt hij niet te hebben. ‘Ze hebben zelf hun land in de steek gelaten. Ik vind niet dat we hun iets verplicht zijn. Medelijden heb ik niet meer. Ze moeten weg, alle buitenlanders.’

Wat opvalt is dat geen van de geïnterviewden zelf direct te lijden heeft gehad van wangedrag van migranten. Incidenten zijn van horen zeggen of worden gesignaleerd op sociale media. Wel is er het onbehagen bij vrouwen wanneer ze groepjes Syrische of Afghaanse mannen op straat zien. Allen zeggen dan een blokje om te lopen.

Betur Vurgeç, eigenaresse van kledingatelier B&B Boutique, verhaalt van Syriërs en Afghanen die na de aardbeving van 6 februari in groten getale naar het rampgebied trokken om winkels te plunderen en verlaten woningen leeg te roven. ‘Koelkasten, tv’s, alles’, zegt ze. Twee vriendinnen luisteren toe en knikken instemmend. ‘Ze hebben lijken beroofd van gouden sieraden. Ze hebben heel veel baby’s gestolen.’

Genuanceerder gedachten vallen een paar honderd meter verderop te vernemen, in Mistik Park, waar huisvrouw Selina Karaoglanogullari (50) met tienerdochter Katia op een bankje in de zon zit. Haar zoon studeert in Nijmegen. ‘We zijn geen racisten’, zegt ze. ‘We denken niet als Geert Wilders. Maar voor ons gevoel van veiligheid is het beter als de Syriërs gaan. Er is geweld tegen vrouwen, er zijn gevallen van verkrachting geweest.’ Hoe ze dat weet? ‘Van de televisie.’

Met instemming hoorde ze Kiliçdaroglu’s nationalistische toon na de eerste ronde van de verkiezingen. ‘Maar het kwam te laat. Hij had maar twee weken. Hij had het veel eerder moeten doen.’

Verantwoorde terugkeer van Syriërs naar hun land is zo goed als uitgesloten. Volgens mensenrechtenorganisaties lopen vluchtelingen gevaar als zij teruggaan naar gebied dat in handen is van het regime-Assad.

Veiligheidsdiensten hebben terugkeerders onderworpen aan marteling, verkrachting en onwettige opsluiting, zo meldt Amnesty International. De Syrische overheid beschouwt iedereen die het land heeft verlaten als aanhanger van de oppositie. Ook zijn de sociale en economische omstandigheden zo slecht dat er geen fatsoenlijk leven op te bouwen is.

Veel vluchtelingen zijn hun woning en ander onroerend goed in Syrië kwijt. Veelal is het in beslag genomen door de overheid, die daarvoor speciale wetten heeft ingevoerd. Ook mannen die hun dienstplicht ontlope Source: Volkskrant

Previous

Next