Home

‘Het zijn de mooiste jaren van ons leven geweest’: theatermaker Erik Vos over de zorg voor zijn zieke vrouw

Op de dag dat het interview met theatermaker Erik Vos (94) plaatsvindt, speelt ’s avonds Tsjechovs De kersentuin in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. Het voorstel was om daar met Vos naartoe te gaan, omdat het een van zijn lievelingsstukken is. Maar die kans laat hij aan zich voorbijgaan; hij loopt moeilijk, komt nauwelijks nog zijn huis uit en bovendien heeft hij in de krant gelezen dat het stuk grondig is bewerkt en daar houdt hij zijn hart voor vast. Waarom zou je allerlei dingen toevoegen aan een toneelstuk dat van zichzelf al zo compleet is?

Op tafel in zijn woonkamer ligt de bundel Eind en begin van Wislawa Szymborska, daar leest hij elke dag een paar gedichten uit. In de kamer ook een vleugel met daarop bladmuziek, bij de openslaande deuren naar de tuin staat een eenpersoonsbed. Daar slaapt Erik Vos elke nacht sinds hij zich heeft teruggetrokken op de benedenverdieping van het grote huis waarin hij woont aan de rand van Den Haag. Anderhalf jaar geleden is zijn vrouw Inez van Dullemen overleden. De twee jaar daarvoor heeft hij 24 uur per dag onafgebroken voor haar gezorgd. Ze leed aan dementie en raakte steeds verder de weg kwijt totdat het op was. Over die periode schreef hij een boek dat deze week verschijnt: Gedeeld leven. Het is het unieke verslag van een tijd die onverwacht uitgroeide tot een van de gelukkigste perioden van zijn leven, afgewisseld met memoires uit Vos’ rijke theaterleven.

Over de auteur

Hein Janssen schrijft sinds 1987 over theater voor de Volkskrant en richt zich met name op toneel en musical.

Einde

‘Toen Inez ziek werd besloten we hier beneden ons domein te stichten. Twee jaar hebben we hier gewoond, geleefd. Ik heb dat als een voorrecht beschouwd, het zijn de mooiste jaren van ons leven geweest, nog nooit waren we zo intens samen. Ik ben uitermate dankbaar dat we dit cadeau aan het eind van ons leven nog hebben gekregen. Elke dag speelde ik anderhalf uur piano - veel Bach, Purcell soms - en ’s avonds luisterden we naar Mahler-symfonieën. Muziek bleef haar tot een paar weken voor haar dood rust geven. Het enige probleem was dat ze me geen moment kon missen. Als ik naar de keuken liep, raakte ze al in paniek.’

Erik Vos zit op de bank in zijn woonkamer en straalt als hij over zijn vrouw vertelt. In de tuin is de camelia net uitgebloeid, maar de rododendron staat in volle glorie. Buiten ook een eettafel met twee stoelen, dat was de plek waar hij vaak met zijn vrouw zat. Daar nu alleen zitten vindt hij moeilijk, onaangenaam zelfs. ‘Inez praatte altijd met de vogels, voerde daar in de tuin uitvoerige gesprekken met ze.’

Hij vertelt dat de dementie langzaam haar leven binnensloop, en dat het zorgen voor haar nooit een last is geweest. ‘Ik accepteerde haar zoals ze was. We hadden eerst een verpleegkundige aan huis die drie keer per dag langs kwam, maar dat hebben we teruggebracht tot één keer per dag. Haar verzorgen was voor mij een soort afscheidsregie zonder publiek, en ik deed het voor de lol, we maakten ervan wat we konden. Ze was zo dankbaar, ze was zo blij met me, en ik met haar. Toen Inez was overleden en mijn bed weer naar boven moest, vroeg mijn kleindochter of ik liever niet nog een paar dagen hier wilde blijven. Ja waarom niet, dacht ik, waarom zou ik hier weggaan? Dit is waar we geleefd hebben, dit is een positieve, rijke ruimte, mijn boeken staan hier, de piano, hier is alles wat ik nodig heb.’

Begin

Op de tafel in de woonkamer staan twee teddybeertjes. Die gaven ze elkaar lang geleden, in 1950, toen ze elkaar voor het eerst ontmoetten in Parijs. Hij was gestopt met de studie medicijnen en op weg naar de theaterschool van mimespeler Etienne Decroux (beroemd geworden door de film Les Enfants du Paradis), zij onderweg naar Spanje met een reisbeurs om een boek te schrijven. Twee twintigers, die allebei hun droom achterna reisden. In Gedeeld leven schrijft Vos: ‘Wat verbond ons vanaf die eerste ontmoeting? Voor alles: het plezier dat we hadden, het gevoel bevrijd te zijn van Holland, van onze ouders. Onze vrienden daar.’

In de 72 jaar die volgden is er nooit crisis geweest, nu ja, welgeteld één dag. Dat was in het begin, toen Van Dullemen haar beertje aan hem terugstuurde met de boodschap dat ze de relatie wilde verbreken. Toen hij op zijn beurt het beertje retourneerde, bedacht ze zich onmiddellijk.

Vos: ‘Inez kende geen angst. In Alaska hadden we ooit een hut gehuurd en werden we gewaarschuwd voor gevaarlijke beren. Inez stapte gewoon op die beren af en zong voor ze. In Suriname voeren we vier dagen lang door het oerwoud op zoek naar de plantage van Maria Sibylla Merian (een 17de-eeuwse entomoloog die in Suriname insecten bestudeerde, red.), over wie Inez een boek schreef. Inez zocht het avontuur door de wereld in te gaan, ik in het repetitielokaal. Zij kende geen grenzen, zij kende als geen ander de vrijheid.’

Over hun gezamenlijke reizen en zijn werk als theatermaker in Amerika en Duitsland schrijft hij uitgebreid in Gedeeld leven, afgewisseld met dagboekfragmenten over haar ziekte en het zelfgekozen isolement. De Bezige Bij wilde zijn boek graag uitgeven, maar dan alleen de dagboeken, niet de verhalen over theater. De uitgever vond dat hij al genoeg over theater had geschreven. Uiteindelijk heeft hij beide onderdelen op organische wijze weten te combineren. Zo schakelt hij van de bestorming van het Capitool, waar hij samen met Inez op tv vol verbijstering naar kijkt, doodgemoedereerd over naar zijn regie van Hamlet in Amerika.

Opvallend is ook dat hij fragmenten van Van Dullemen zelf in het boek heeft opgenomen, als een hommage aan haar uitzonderlijke schrijverschap. Van Dullemens beschrijving van het bombardement op Rotterdam en hoe zij op die rampzalige dag in Diergaarde Blijdorp een gewonde vogel tegenkomt, is nog steeds ijzingwekkend. Ook een beschouwing over haar gedurfde toespraak tijdens de Dodenherdenking van 2000 staat erin. Die gaf zij de titel De oorlog heeft vele gezichten mee, omdat zij daarin zowel de goede als de slechte kant van de mens in tijden van oorlog wilde benoemen. Uit een aantal passages in Vos’ boek blijkt haar onuitputtelijke liefde voor de natuur en voor dieren. Niet alleen sprak ze met de vogels, ze had ook een innige band met haar ezel Picotin, die Vos haar ooit cadeau gaf toen zij in hun familiehuis in Frankrijk verbleven. Het zijn eigenzinnige en hoogst persoonlijke hoofdstukken die haar ongebonden schrijverschap illustreren.

Uit Brief aan mijn ezel, dat Erik Vos na haar dood in een la vond en dat ze geschreven moet hebben in 1975 nadat ze uit hun huis in Frankrijk waren teruggekeerd: ‘Je weet het nog niet, maar de aarde gaat dood, door dat wonderbaarlijk bewegend gewas: de mens, een zwak vertederend bloot gedierte, zelfs ratten hebben nog nooit een stad verwoest. Dat naakte gedierte vernietigt jou, aarde. En alleen jij zult blijven ronddraaien als een kale biljartbal in jouw baan rond de zon en ergens vanuit de ruimte zal dan een homerisch gelach opstijgen.’

Bijzonder is ook hoe Vos beschrijft dat zijn vrouw behalve van klassieke muziek ook hield van Amy Winehouse. Uit Gedeeld leven: ‘Haar ogen zingen geluidloos, zei Inez, toen ze haar voor het eerst hoorde. Al die titels van haar songs echoën de realiteit van haar leven. Het lijkt erop – zei Inez – dat ze altijd een beetje dronken is, niet zij maar haar lichaam doet verslag van wat ze meemaakt.’

Toekomst

Toen Inez van Dullemen op 24 november 2021 overleed, wilde Erik Vos behalve zijn kinderen, kleinkinderen en een paar intieme vrienden niemand zien. Rouw moet je alleen doormaken, zo meende hij, en eigenlijk vindt hij dat nog steeds.

Vos: ‘Ik ben zo ongelovig als de pest, desondanks leef ik na haar dood met haar geest. Vlak voor haar dood zei Inez dat het wel iets heeft dat de Navajo-indianen in Amerika geloven dat de geest nog even in verbinding blijft met daar waar je tijdens je leven hebt vertoefd. Dus onvermijdelijk hou ik me bezig met de vraag: waar bestaat die geest dan uit? Er is een soort onzichtbare wolk die boven ons hangt, vertelde een oude Navajo-vrouw ons, waarin de geesten van mensen een tijdje rond blijven hangen. Sommige blijven daar, andere versnipperen of vliegen er doorheen. Zoiets moet het zijn: een geestelijk domein boven ons. Voor mij is het niet afgelopen, want ik praat nog met haar, en zij praat terug. Ze kan erom lachen, ze denkt misschien wel dat ik gek ben, en dat is wellicht nog waar ook, maar voor mij is het een deel van mijn redding.’

Overdag leest Vos boeken, gedichten en de krant, ’s avonds zet hij op televisie de muziekzenders aan en luistert naar Mahler-symfonieën. Hij volgt het nieuws en kijkt naar documentaires. En hij geeft nog af en toe les in improvisatie op de theaterschool in Rotterdam. Hij wordt opgehaald en weer thuisgebracht.

Vos: ‘Ik denk dat ik nog aardig lesgeef, ik ben in ieder geval ontspannener dan vroeger. De studenten vinden het fantastisch, die komen via mij nog eens in aanraking met iemand uit de vorige eeuw. Ze krijgen dingen te horen waarvan ze niet wisten dat ze bestonden, ze slurpen alles op.’

Vos’ naam zal altijd verbonden blijven aan de roemruchte Toneelgroep De Appel, het gezelschap dat hij in 1972 met een paar geestverwanten oprichtte in een leegstaande tramremise in Scheveningen. Bij De Appel, zo zegt hij nu, is hij voor het eerst echt aan zichzelf toe gekomen. Zijn regies van klassieke stukken van Shakespeare, Tsjechov en de Gri Source: Volkskrant

Previous

Next