Home

De Joodse vluchtelingen die aan Britse zijde vochten bij de Slag om Arnhem

Op het Britse ereveld in Oosterbeek ligt korporaal Hans Rosenfeld begraven onder zijn oorlogsnaam. De jonge Joodse parachutist vluchtte vanuit Duitsland naar Groot-Brittannië en besloot om mee te vechten tegen het nazi-regime. Een Engels klinkende naam moest voorkomen dat hij, als landverrader en als Jood, zwaar zou worden gestraft als hij onverhoopt gevangen zou worden genomen.

Toen Rosenfeld op 17 september 1944 in Zuid-Engeland in het vliegtuig stapte richting Nederlands oorlogsgebied, heette hij John Peter Rodley.

In Arnhem kwam hij oog in oog te staan met mannen die hij prima verstond, die in een ander leven, in het Duitse stadje waar hij opgroeide, misschien wel vrienden hadden kunnen zijn. Zes dagen na de luchtlanding sneuvelde J.P. Rodley, tijdens gevechten op de Stationsweg in Oosterbeek. Hij liet een vrouw en een 2-jarige zoon achter.

Rosenfeld was lang niet de enige Joodse militair die meevocht bij de geallieerde troepen die dinsdag 79 jaar geleden – D-Day – vanuit Normandië aan een opmars door West-Europa begonnen. In Oosterbeek zijn op de eenvoudige witte zerken meer Jodensterren te vinden. ‘He died so that others of his race might live’, staat op de steen van een jonge Britse sergeant. Maar Hans Rosenfeld was geen Brit, geen Amerikaan of Canadees, hij was een Duitse vluchteling in Britse dienst, die al op jonge leeftijd ingrijpende keuzen had moeten maken. Toen hij zich aansloot bij de 1st Airborne Division waren zijn ouders, zonder dat hij dat wist, al vermoord.

Jory Brentjens, conservator bij het Airborne Museum in Oosterbeek, ontdekte dat er tijdens de Slag om Arnhem, naast Rosenfeld, nog eens twintig Joodse vluchtelingen meevochten bij de Britse luchtlandingstroepen. Hij reconstrueerde hun geschiedenis in het boek Gevlucht om te vechten, dat deze week verschijnt. Hun levensverhalen hebben zo’n vergelijkbaar patroon, zegt hij, dat ze als het ware een tijdlijn vormen van de Tweede Wereldoorlog: uitgesloten en vervolgd door de nazi’s, sommigen opgesloten in kampen, gevlucht, hun familie vermoord, en uiteindelijk met de geallieerden meegevochten voor de vrijheid.

Over de auteur
Ellen de Visser is redacteur op de wetenschapsredactie van de Volkskrant en auteur van de bestseller Die ene patiënt, waarin zorgverleners vertellen over een patiënt die hun kijk op het vak veranderde.

Het was de beschadigde munt van parachutist Harold Schilling die Brentjens op het idee bracht voor zijn boek. Het muntstuk ligt in het Airborne Museum, er ontbreekt een stukje, Schilling had het in zijn broekzak toen hij werd beschoten. De munt behoedde hem voor een zware verwonding. Dat is niet zo bijzonder, vertelt Brentjens in zijn kantoor op de bovenste verdieping van het museum: het overkomt militairen wel vaker. Hij raakte geïntrigeerd toen hij hoorde dat de Joodse Schilling zijn achternaam had veranderd in Bruce. Wat deed een Joodse student uit Berlijn in september 1944 in Arnhem?

Brentjens deed onderzoek in tal van archieven, sprak met familieleden en haalde zo een schat aan informatie en foto’s boven water.

Voordat ze toestemming kregen om mee te vechten, moesten de Joodse militairen de argwaan in hun nieuwe thuisland zien te overwinnen. Na 1938 was de stroom aan Duitse en Oostenrijkse vluchtelingen explosief gestegen, de vrees bestond dat zich onder hen saboteurs zouden bevinden. Ze moesten zich verantwoorden voor tribunalen, later besloot de Britse overheid zelfs tot algehele internering. Een van de manieren om uit de interneringskampen te worden vrijgelaten was toetreding tot het Britse leger.

Pragmatisme zal ongetwijfeld hebben meegespeeld, vermoedt Brentjens, hoewel een aantal Joodse vluchtelingen al in 1940 in Frankrijk meevocht voordat het bevel tot internering werd uitgevaardigd. Wat hen vooral dreef was woede tegen het nazi-regime, zegt hij. Vier van hen hadden in de jaren dertig in een concentratiekamp gezeten en waren pas vrijgelaten toen ze konden aantonen dat ze naar Groot-Brittannië zouden vertrekken. Velen hadden al jaren niets van familie en vrienden gehoord en vreesden het ergste. ‘Deze mannen wilden vechten tegen een regime dat hen zoveel had afgenomen.’ Door hun instructeurs, zo blijkt uit de aanbevelingen in het boek, werden ze omschreven als intelligente, gemotiveerde en betrouwbare rekruten.

Brentjens leidt rond langs de tentoonstelling die op 10 juni wordt geopend. De 94-jarige weduwe van oud-zweefvliegtuigpiloot Max Majzels komt er speciaal voor over uit Canada. De zoon van Majzels stelde het uniform van zijn vader beschikbaar. Het Yad Vashem-archief in Jeruzalem gaf het originele vrijlatingsbewijs in bruikleen waarmee Martin Lewis (voorheen Lewin) het concentratiekamp kon verlaten. De familie van Harold Bruce (voorheen Schilling) leende het officiële document uit waarop zijn naamswijziging staat beschreven.

Bijzonder is ook het identiteitsplaatje van parachutist Manfred Spiegelglas, waarop zijn eigen naam staat en zijn religie: Jew. Vijf van de 21 mannen vochten onder hun eigen naam, vermoedelijk vanwege hun sterke Joodse identiteit, legt Brentjens uit. ‘Voor sommigen moet het verlies van hun naam hebben gevoeld als verlies van de familiegeschiedenis.’

Een van de slotbeelden op de expositie is een manshoge foto van Max Majzels op het ereveld in Oosterbeek, voor het graf van een van zijn overleden strijdmakkers. De gebeurtenissen in september 1944 hebben de veteranen nooit losgelaten, zegt Brentjens. Geen van de vluchtelingen kwam bij de brug over de Rijn terecht, Operatie Market Garden mislukte, de geallieerde opmars stokte. Vijf mannen uit de groep kwamen tijdens de Slag om Arnhem om het leven.

Een aantal van de Joodse oud-militairen kwam tot op hoge leeftijd naar de jaarlijkse herdenking in Arnhem. Van parachutist Harold Schilling, die in 2007 overleed, ligt de as begraven op de erebegraafplaats, vlak bij de plek waar hij 63 jaar eerder uit een vliegtuig sprong.

Na de oorlog bleef alleen Gustav Sander in dienst van het Britse leger. Hij sneuvelde in 1950 in de Korea-oorlog. De anderen waaierden uit over de wereld, ze werden elektricien, kunstenaar, journalist, vertaler, vertegenwoordiger van de Verenigde Naties. Brentjens vertelt over Ernst Philipp, die als doctor in de natuurkunde vanuit Wenen naar Engeland vluchtte, en als parachutist meevocht in Arnhem. Na de oorlog ontdekte hij dat zijn moeder en zus waren vermoord en dat zou hem nooit meer loslaten. De rest van zijn leven kampte hij met depressies. In een archief vond Brentjens zijn dagboek. Daarin schrijft hij dat hij het liefst in Arnhem was gesneuveld.

Twee parachutisten uit de groep raakten tijdens de slag om Arnhem vermist, hun lichamen zijn nooit gevonden. Een van hen was Rudolf Falck, die op de vlucht vanuit Keulen eerst nog een tijdje in Amsterdam had gewoond en daar het Barlaeus Gymnasium had bezocht.

Zijn vrouw was zes maanden zwanger toen hij sneuvelde, dochter Christa heeft haar vader nooit gekend. Ze stelde foto’s beschikbaar uit het familie-album, van Rudolf als kind, als rechtenstudent, als bruidegom, als soldaat. Als eerbetoon aan een vader die maar 24 jaar oud werd.

Jory Brentjens: Gevlucht om te vechten. Uitgeverij WBooks

De bijbehorende tentoonstelling is vanaf zaterdag 10 juni te zien in het Airborne Museum in Oosterbeek.

Geboren in Wenen, opgegroeid in een weeshuis, via een kindertransport naar Groot-Brittannië gekomen waar hij liefdevol werd opgevangen in een Brits gezin. Kwam op 6 juni bij Normandië in actie als zweefvliegtuigpiloot. Tijdens de Slag om Arnhem raakte hij zwaargewond en werd hij krijgsgevangene gemaakt. Twee van zijn drie zussen werden door de nazi’s vermoord. Na de oorlog emigreerde hij naar Canada, waar hij een bedrijf opzette in gezondheidsproducten.

Geboren in Polen, groeide op in Duitsland. Na de Kristallnacht zat hij zes weken in concentratiekamp Sachsenhausen. Na zijn vrijlating vluchtte hij naar Engeland, waar hij een baan vond in een hoedenfabriek. Sloot zich al in 1940 aan bij het Britse leger. Vocht in onder meer Afrika en Italië en deed als parachutist mee aan de Slag om Arnhem. Zijn ouders werden vermoord in Auschwitz. Na de oorlog werd hij actief voor de Labour-partij en zette hij zich in voor nucleaire ontwapening.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next