Overal waar ik kwam ging het over de dood van de ‘skater met de reetveter’, de man die decennialang op rollerskates door de hoofdstad zoefde om het publiek te trakteren op een uitzicht op zijn pronte billen, van elkaar gescheiden door een string. Iedereen herkende zijn verschijning, maar de billen waren alweer uit beeld voordat je kon bedenken dat er een gezicht bij hoorde, en zo kreeg de ‘stringskater’ iets mythisch.
Door de dood werd die mythe ingekleurd. De skater heette Henri Pronker, een schitterende naam voor iemand die precies dat deed. Naar eigen zeggen had hij graag gepronkt met een donkere huidskleur en een lengte van 2.20, maar het lot had anders beschikt voor hem.
Volgens zijn buurman ging hij er de laatste jaren alleen nog ’s ochtends vroeg op uit, omdat er steeds vaker nare dingen naar zijn hoofd werden geslingerd. Een teken dat de stad meer kwijt is dan alleen die twee gespierde kadetjes.
Source: Volkskrant