Van een wereldrecordhouder wordt altijd wat bijzonders verwacht. In het geval van Femke Bol een tijd onder de 50 seconden op de 400 meter. Maar bij de FBK Games in Hengelo blijft de 23-jarige atlete steken op 50,11. Goed voor de zege, maar geen wondertijd.
Ze moet lachen als ze de verwachting van een 49’er voorgeschoteld krijgt. Ja, ze liep deze winter indoor een nieuw wereldrecord over 400 meter van 49,26. En ja, doorgaans zijn binnenbanen waar de rondes 200 meter lang zijn en de bochten krap minder snel dan de 400-meterbaan buiten. Maar zo gemakkelijk is het nu eenmaal niet. ‘Jullie verwachten van alles van me, maar ik kan niet alles waarmaken.’
Over de auteur
Erik van Lakerveld schrijft sinds 2016 over olympische sporten als schaatsen, atletiek en roeien.
Misschien dat ze de eerste helft van de race nog wat te traag was gegaan. Dat het daaraan lag dat de grens van 50 seconden overeind bleef. De afgelopen maanden is Bol voortdurend bezig geweest met het aantal passen dat ze tussen de hekjes zet op de 400 meter horden, haar specialisme. Dit jaar zijn het er 14, voorheen zette ze er 15. Dat is een verschil van 12 centimeter per pas en vereist een lager loopritme.
Ook als er geen hordes op de baan staan, zoals zondagavond in Hengelo, zoekt ze dat wat trage ritme op. Daar heeft ze immers dag na dag op getraind en dat voelt comfortabel. Maar een comfortabele cadans is op de gewone 400 meter niet de beste methode. Zoals ze ook al na haar wereldrecord op de 400-meter indoor van afgelopen winter vertelde: ze loopt haar beste tijden als het juist niet vanzelf gaat. ‘En dit voelde te makkelijk’, zegt ze. ‘Het ging te sloom.’
Zelf baalde ze ook heus wel eventjes toen ze na het overschrijden van de finish geen 49 op het scorebord van het Fanny Blankers-Koenstadion zag, maar dat gevoel van teleurstelling duurde niet lang. Zo slecht is haar tijd ook helemaal niet, haast ze zich te zeggen. Ze was in haar carrière maar tweemaal sneller: toen ze vorig jaar in München Europees kampioen werd en het Nederlands record tot 49,44 aanscherpte en een paar weken daarvoor bij de Diamond League in Polen toen ze tot 49,75 kwam. ‘50,11 is best goed.’
Vrijdag nog testte Bol haar nieuwe passenpatroon op de 400 meter horden voor het eerst echt uit bij de Diamond League in Florence. Ook daar kwam geen uitzonderlijke tijd uit. Althans, ze kwam in haar nieuwe cadans niet dichter bij het wereldrecord van Sydney McLaughlin (50,68) dan ze met haar oude techniek was gekomen.
Ze liet 52,43 noteren, een kleine halve seconde boven haar eigen persoonlijk record van 52,03. Wel was ze de snelste van dit seizoen. Zo was de test in Florence wat Bol betreft geslaagd. Het seizoen moet nog op gang komen. Ze moet zich haar nieuwe looppas op de horden helemaal eigen maken. Dus dat ze ondanks dat al zo snel is, biedt perspectief.
Wat de race in Hengelo waard is? Ze weet het niet zo goed. Het doet er ook niet echt toe. Bondscoach Laurent Meuwly gebruikt de 400 meter als een thermometer voor de algemene vorm van zijn pupil. ‘Hij haalt er altijd info uit hoe het met me gaat, dus dat zal ik zo wel horen’, zegt Bol, weer met een lach. Die feedback zal ze niet gebruiken voor de 400 meter, want die afstand (zonder horden) zal ze niet vaak meer lopen dit jaar. ‘Misschien nog één keer.’
Op de 400 meter horden moet het gebeuren. De rest is bijzaak. Een combinatie zoals bij het EK in München, waar ze behalve de 400 meter horden en de 4x400 meter estafette ook de gewone 400 meter liep, voorziet Bol niet voor de WK in Boedapest. Daar houdt ze het bij de horden en de estafette.
Ze heeft wel gemerkt dat er wat veranderd is sinds ze het 41-jarige indoorwereldrecord van Jarmila Kratochvilova uit de boeken liep. ‘Eerst was ik wel groot in Nederland, maar na mijn wereldrecord is het ontploft’, zegt ze. Ineens is ze mondiaal een grote naam. ‘Dat is wennen, bijzonder en raar. Mensen denken dat ik een supermens bent. Dat ben ik niet, ik loop alleen hard.’
Dat er met haar status ook verwachtingen komen, vindt ze op zichzelf geen probleem. ‘Ik verwacht ook veel van mezelf.’ Wel zoekt ze wat nadrukkelijker de luwte op dan ze voorheen deed. Zomaar langswaaien om een training op Papendal te bekijken? Liever niet. En voor haar eerste wedstrijd van het buitenseizoen had ze vorige week expres het Vlaamse plaatsje Oordegem uitgekozen, zonder daar van tevoren ruchtbaarheid aan te geven.
In België kon ze daar op haar gemakje een generale repetitie van haar 400 meter horden uitvoeren. ‘Zonder jullie allemaal’, zegt ze tegen de groep journalisten die tegenover haar staat in de Hengelose avondzon. ‘Buiten alle schijnwerpers, want daar ben ik liever.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden