Home

De rat staarde mij vanuit die donkere gleuf aan, zijn kleine rattenpootjes over het randje heen

‘O nee!’, klonk het vanuit de keuken. Kort daarna: ‘O mijn God!’ Er zat paniek in haar stem, en verbazing. Ik smeet het boek dat ik mijn dochter aan het voorlezen was opzij, stond op en rende naar de keuken. Mijn vrouw zat bevroren aan de keukentafel en keek naar een plek onder de koelkast. Daar had eens een rooster gezeten, maar dat rooster was eruitgevallen en nu was het gewoon een opening in een opstaande plint ter grootte van een brievenbus. Groot genoeg bijvoorbeeld voor een rat om doorheen te kruipen. Mijn vrouw knikte naar de openstaande balkondeuren. ‘Hij kwam daar vandaan’, zei ze, opeens opvallend kalm. De shock.

Er lopen wel vaker ratten over ons balkon. Ze komen uit de binnentuin en klimmen naar boven via de struiken (of misschien gebruiken ze gewoon laddertjes). Eenmaal op ons balkon kunnen ze zich laven aan de vetsporen van de afzuiginstallatie van het restaurant onder ons. De afgelopen jaren vonden er een paar hun Waterloo tussen onze muren en plafonds, maar niet eerder had ik er een binnen rond zien lopen.

De rat staarde mij aan vanuit die donkere gleuf onder de koelkast. Zijn kleine rattenpootjes over het randje heen. Hij stak zijn snuit wat naar voren en maakte aanstalten om weer uit de opening te kruipen. Toen hij mij zag, verdween hij weer in het zwart. Het is nooit een goed moment om een rat in huis te zien, maar een paar dagen eerder had ik het korte verhaal Graveyard Shift van Stephen King gelezen. Daarin daalt een bouwvakker af in een vochtige, donkere kelder, waar hij overmeesterd wordt door een kudde ratten, die hem uiteindelijk voeren aan een misvormde opperrat zonder ledematen ter grootte van een varken.

Deze rat zag er verraderlijk sympathiek uit, met zijn onschuldige kraaloogjes, zijn spitse snuitje en zijn priemende snorhaartjes. ‘Hij is eigenlijk best schattig’, zei ik tegen mijn vrouw. ‘Nee’, zei ze. Daarna liep ze de keuken uit en trok ze de deur achter zich dicht. Nu was ik alleen met de rat. Ik verschool me achter de bank, mijn ogen onafgebroken gericht op de opening in de plint. Uiteindelijk zou hij daar weer uit moeten komen. Maar wat als dat niet gebeurde? Moest ik dan naar hem toe? Was dat juist de bedoeling? Was hij gestuurd om mij te lokken?

Minuten gingen voorbij. Vijf, tien, twintig. Mijn aandacht verslapte. Toen zag ik hem lopen. Hij was blijkbaar op een andere plek naar buiten gekropen (help) en drentelde op zijn gemak richting de balkondeuren. Het was een hautaine trippel en de onbezorgdheid waarmee hij het balkon op liep en daarna in de struiken verdween deden de haren in mijn nek overeind staan – en tegelijkertijd mijn bloed koken. Dus nu is het oorlog.

Source: Volkskrant

Previous

Next