Bij de nieuwe dijkverzwaring Prins Hendrikzanddijk op Texel botsen de belangen van boeren, beschermers en buitenlui. Intussen is het gebied een laatste strohalm voor tweeduizend grote sterns die er broeden. Wetenschappers volgen dit alles nauwlettend.
Een spannend tafereel in de verrekijker op een zandstrandje van Texel: een mantelmeeuw hangt dreigend boven het nest van een kleine plevier, die even wanhopig als kansloos rondjes holt om zijn dertig keer zwaardere belager weg te jagen. Twee scholeksters schieten het pleviertje als bondgenoot te hulp, met hun lange rode snavels als de punten van F-16’s vooruit weten ze de vijand te verdrijven. Aanval afgeslagen.
De strijd blijft onbeslist (de meeuw droop af, maar keert ongetwijfeld terug), het beeld is bijzonder. Niet alleen omdat kleine plevieren – wit-bruine steltlopertjes met een zwart maskertje over hun ogen – vaker bij zoet water zitten dan aan zee. Even bijzonder is de specifieke locatie: de Prins Hendrik Zanddijk, een 3 kilometer lange strook aan de zuidelijke Waddenkant van het eiland, tussen de veerhaven en het dorp Oudeschild.
Over de auteur
Jean-Pierre Geelen werkt op de redactie Wetenschap van de Volkskrant als redacteur natuur en biodiversiteit. Hij schreef onder meer het boek Blinde vink, hoe ik vogels leerde kijken.
Het gebied is afgesloten voor bezoekers, wetenschappers houden het stevig in de gaten. In lange stroken (opgespoten) zand liggen bijzondere vogels te rusten of te broeden. Ruim twintig eidereenden liggen in de zon, drieteenstrandlopertjes dribbelen langs de waterlijn tussen de bontbekplevieren door. Tussen opkomende begroeiing liggen scholeksters op hun nest. Kroon op deze schepping is de kolonie van zo’n ruim tweeduizend broedende grote sterns, een kwetsbare soort van de Rode Lijst, een witte vogel met kenmerkend zwart petje en punkachtige kuif. Daarover later meer.
Hoe vredig het gebied er verder ook bij ligt, mens en natuur strijden hier al jarenlang om voorrang en bestaansrecht. Inzet was de dijkverzwaring, waartoe het Hoogheemraadschap van Texel in 2011 besloot om de stijgende zeespiegel de baas te blijven. Dat had nogal wat voeten in aarde. Op dit stukje Waddenkust botsten verschillende belangen die vaker opduiken bij natuurbeheer.
De dijk verhogen zou ook verbreding betekenen, en dus terreinverlies voor enkele boerenbedrijven pal achter die dijk. In 2011 besloot de gemeenteraad van Texel tot een ‘buitendijkse variant’, waarvan de geraamde kosten meer dan 52 miljoen euro bedroegen. Geen dijkverhoging en -verbreding, maar nieuw gebied tegen de dijk aan. Di was opnieuw tegen de zin van omwonenden: boerenbedrijven vreesden voor zandverstuivingen en daardoor verzilting van hun grond.
Er moesten wel meer hobbels genomen worden. Zo was daar de Waddenzee, een beschermd Natura 2000-gebied dat niet zomaar mag worden aangetast. ‘Dat er vergunning is verleend voor het omvormen van Natura 2000 tot een ander soort natuurgebied is heel bijzonder’, zegt vogelonderzoeker Bruno Ens tijdens een rondleiding op een mooie meidag, met boswachter Thomas van der Es.
Het project betekende het einde van een stuk klassieke droogvallende Waddenplaat, waar bij eb honderden steltlopers naar voedsel pikken. Ook zouden een fietspad en een onder Texelaars geliefd stukje strand (‘het veiligste stukje Waddenstrand’) worden geofferd. Ter compensatie van het natuurverlies werd besloten ‘nieuwe natuur’ aan te leggen. Zo verschenen een strandhaak en een lagune, uit opgespoten zand uit de Noordzee. Her en der staan ‘windvangers’ (rijen wilgenstekken) die verstuiving over de dijk moeten tegengaan. In de nieuwe duintjes eromheen staan aangeplante duindoorns. ‘Het waren wat ielige staken, maar ze beginnen zich te ontwikkelen’, zegt Ens, terwijl hij wijst op gele kwikstaarten die op de takken zitten. ‘Vorig najaar zaten er voor het eerst bessen in, tot grote vreugde van spreeuwen en koperwieken.’
Leuk, maar een aantal Texelaars, vooral omwonende landbouwers, zijn er nog altijd niet blij mee. Zij verloren hun strandje, een fietspad langs de Waddenzee werd opgeheven, en het gebied waar zij lang baadden en recreëren is nu ook nog eens afgesloten voor publiek.
Ondemocratisch, vonden negen prominente ondertekenaars van een pamflet in 2016. Zij voelen zich gepasseerd met dit ‘geknutsel met de natuur’, waarbij natuurorganisaties zich in hun ogen ‘konden inkopen’.
Het kwam er toch: in 2019 was de Prins Hendrik Zanddijk nieuwe stijl een feit. ‘Een heel innovatieve manier van kustversterking, waar waterveiligheid leidend is, maar waar de natuur op meelift’, zoals boswachter Thomas van der Es het omschrijft.
Maar ook een plek waar het evenwicht wankel blijft. Zo werd pal naast het gebied, bij Oudeschild, een nieuw openbaar strandje aangelegd om het verloren strandje te compenseren. Zwemmers en kitesurfers maken er gebruik van, maar verstoren soms ook de vogels ernaast.
De PH Zanddijk is een gebied vol potentie, maar de race is nog niet gelopen. Het verzet is nog niet gekeerd. Verbodsbordjes worden steevast binnen enkele dagen gestolen, hekken worden doorgeknipt, sloten doorgezaagd. Nadat de schade daarvan was opgelopen tot meer dan 25 duizend euro, besloot het Hoogheemraadschap de weg naar het natuurgebied te barricaderen met loodzware stortblokken.
Geregeld treft boswachter Van der Es tussen de nesten in het zand voetstappen aan van mens en hond. Boetes hebben nog niet geholpen, de handhavers zinnen op verdere maatregelen. Van der Es ziet het met lede ogen aan: ‘Dit is een miljoenenproject, dan is het heel frustrerend dat een of enkelen zoveel roet in het eten kunnen gooien.’
Het tekent de broze verhouding tussen natuur en Texelaar, die al eerder botsten – juist op het eiland dat zijn populariteit onder toeristen goeddeels dankt aan die natuur. Nadat Natuurmonumenten rond 2010 in het noordoostelijke binnendijkse deel van het eiland de schelpeneilandjes van ‘Utopia’ had aangelegd, moest dat een ware ‘vogelboulevard’ worden. Al snel gingen daar, tot veler verrassing, zo’n zevenduizend grote sterns broeden. Het permanente kabaal dat zij maakten deed bezoekers vermoeden dat ze in een exotische jungle waren beland. Het feest mocht niet lang duren: één enkele omwonende had het er niet op, en liet er dagelijks zijn hond loslopen. Al snel namen de vogels de wieken.
Hoewel sommige beschermers klagen over gebrekkig beheer van de schelpeneilandjes (die hun aantrekkingskracht voor grote sterns verliezen zodra begroeiing de overhand neemt), is het volgens anderen vooral die ene bewoner met zijn hond die de wensdroom van Utopia uiteen deed spatten. Nu broeden er kokmeeuwen en visdieven. Ook mooi, maar minder bijzonder dan de grote sterns.
Intussen wordt het Zanddijk-project door velen nauwgezet gevolgd. Het gebied staat onder permanente controle. De TU Delft houdt de sedimentatie in het oog. Maar ook onderzoekers en natuurbeschermers kijken er met verschillende blik naar. Zo wijst Bruno Ens van vogelonderzoekorganisatie Sovon op een spontaan ontstaan stukje kwelder (buitendijks land dat alleen bij zeer hoog water onderstroomt) bij onderzoeksinstituut Nioz, waar voorzichtig lamsoor begint te groeien en een rouwkwikstaart hipt. Er was veel meer kweldervorming voorzien, maar de natuur houdt zich niet aan beleidsnota’s.
Daartegenover staan onderzoekers als Leopold Mardik (marien bioloog en sternexpert bij Wageningen Marine Research en zelf bewoner van Texel), die het idee van kweldervorming op die plek onzinnig vindt: ‘Als dat zou ontstaan op ingepolderd boerenland, zou ik het als natuurwinst zien. Maar hier is oorspronkelijke natuur in een Natura 2000-gebied verloren gegaan en zegt de mens dat kwelders daar mooiere natuur zijn. Dat noem ik schuivende panelen. Bovendien: als kwelders hier logisch waren, hadden die zich allang vanzelf gevormd.’
Toch is vrijwel iedereen onder de beschermers en onderzoekers het erover eens dat het gebied om vele redenen interessant is.
Als kers op de taart verrees bij de PH Zanddijk een futuristisch ogende vogelkijktoren. Veel vogelaars die er komen noemen het een zoveelste voorbeeld van tekentafelarchitectuur: de ontwerpers hebben duidelijk nooit zelf in weer en wind staan vernikkelen met een kijker voor de ogen. Het plateau, enkele meters in de hoogte, biedt weliswaar fraai uitzicht over het gebied, maar de open wand met reusachtige kijkgaten biedt geen enkele bescherming tegen de immer beukende Waddenwind. De overkapping houdt het geheel permanent in de schaduw, zodat de bezoeker het gegarandeerd binnen enkele minuten koud heeft en zelfs midden in de zomer uit zijn hemd waait.
Hij biedt wel mooi zicht op de grote sterns. Hun verhaal blijft bijzonder. Vorig jaar werd de kolonie van duizenden vogels di Source: Volkskrant