De meegebrachte fles zeer oude Amsterdamse jenever laat Johan Remkes (71) onuitgepakt voor zich staan. De vraag of hij liever oude of jonge drinkt, beantwoordt hij onomwonden: ‘Jonge.’ Daarna zet hij het cadeau onder tafel. ‘Anders staat-ie in de weg.’
Johan Remkes, man van weinig woorden. Sinds hij vier jaar geleden zijn pensioen aankondigde, na een 45-jarige carrière waarin hij gemeenteraadslid, gedeputeerde, Kamerlid, staatssecretaris, minister, vicepremier en commissaris van de koning was, geldt de VVD’er als Brandweerman Sam bij moeizaam te blussen bestuurlijke vuren.
Zo trad hij in september 2021 als informateur aan na vergeefse pogingen door Herman Tjeenk Willink en Mariëtte Hamer, en bracht hij met VVD, D66, CDA en ChristenUnie het kabinet-Rutte IV tot stand. Hij was ook waarnemend burgemeester in Den Haag en waarnemend gouverneur in Limburg, nadat het volledige provinciebestuur was opgestapt. En op vakantie in Italië rinkelde zijn telefoon alweer: stikstofminister Christianne van der Wal. Doe het niet, waarschuwde zijn vrouw, maar nadat ook Rutte had gebeld met de boodschap dat het voltallige kabinet om hem riep, richtte hij zijn brandweerslang toch ook maar weer op de stikstofcrisis.
Voor het advies dat hij vervolgens uitbracht kreeg de geboren en getogen Groninger – nu voorzitter van Nationaal Programma Groningen – afgelopen februari de Machiavelliprijs, die jaarlijks wordt toegekend aan een persoon of organisatie die heeft uitgeblonken in publieke communicatie. ‘Met een scherpe blik op de inhoud en tegelijk een warm gevoel voor het aanwezige sentiment weet hij mensen te binden en in beweging te brengen’, schreef de jury. ‘Weten wanneer je moet praten, moet luisteren en wanneer je moet zwijgen. Dat alles is van cruciaal belang geweest om het stikstofdossier uit het slop te trekken en om wanhopige boeren weer perspectief en vertrouwen te bieden.’
‘Buitengewoon vereerd en buitengewoon vreugdevol, natuurlijk. En ik dacht: hadden ze niet iemand kunnen vinden die het nog beter heeft gedaan?’ Harde lach.
‘Nee nee nee, niet juichen, daar ben ik te nuchter voor. Dus het is eerder de wenkbrauw. En ik denk: wat komt er nou weer op mij af? Want je moet zo’n prijs natuurlijk in ontvangst nemen, met alle poespas eromheen.’
‘Zeker. Ik denk dat authenticiteit, gewoon straight zeggen waar het op staat, door het publiek nu meer wordt gewaardeerd dan in het wat verdere verleden. Dat heeft vast iets te maken met het algeheel vertrouwen in de Kamer en het kabinet, want dat is nu niet hoog. Wat daarbij een rol speelt, is de verbrokkeling van onze samenleving. De politiek is ook hartstikke verbrokkeld. En in zo’n sfeer bestaat er behoefte aan iemand die zegt: we hebben nu lang genoeg gepraat, zo gaan we het doen.’
‘Tijdens een van die gesprekken liep ik naar buiten om een sigaret te roken, wat ik straks trouwens ook ga doen.’
Weer een harde lach.
‘En buiten kwam ik vier, vijf boeren tegen. Daar praat je dan mee, en in hun ogen zag ik veel verdriet, maar ook boosheid. Dus dan luister ik. Als ik daar mensen zie staan, die zich kennelijk betrokken voelen, ga ik met ze in gesprek.’
‘Het was natuurlijk een dilemma of Farmers Defence Force ook uitgenodigd moest worden aan de onderhandelingstafel, na alles wat er al dan niet onder hun naam was geschied, zoals het intimiderende huisbezoek aan minister Van der Wal en andere intimidaties en bedreigingen door FDF-aanhangers. Maar mijn redenering was: als je van tevoren groepen buitensluit, lost dat niks op, dus ik nodig ze gewoon uit. Dat was niet tot groot genoegen van iedereen in het kabinet, maar ik heb het wel gedaan. Voor dat gesprek plaatsvond, zei de minister-president: ‘Ik wil wel praten, maar ik eis van tevoren excuses van Farmers Defence Force voor wat er is gebeurd.’ Dan weet je dat er een bom onder dat gesprek ligt. Ik heb de kans op excuses toen zo hier en daar een beetje afgetast, maar dat zat er niet in. ‘Als we het nou eens zo doen’, zei ik tegen de minister-president, ‘ik zeg na afloop van het gesprek dat het uitvoerig aan de orde is geweest en dat alle partijen aan tafel afstand nemen van de buitenwettelijke acties die hebben plaatsgevonden.’ Nou, daar kon iedereen mee leven. De vertegenwoordigers van Farmers Defence Force kwamen na afloop naar mij toe om mij, voor het eerst, een hand te geven. Op die manier los je dat op.’
‘Ik snap dat boeren de discussie over stikstof als bedreigend ervaren voor hun bedrijfsvoering, maar wat ik niet begrijp is dat sommigen de feiten totaal negeren. Als dat gebeurt, heb je te maken met een kloof die onoverbrugbaar is. Je hebt in het leven bepaalde zekerheden nodig om met elkaar te kunnen praten. De mensen die het stikstofprobleem ontkennen, zijn vaak ook de mensen die corona een griepje vonden. Over het bereiken van die groep moet je niet al te veel illusies hebben.’
‘Ik ben liefhebber van de vlag. Op Koningsdag en op 4 en 5 mei gaat de vlag bij ons thuis uit. En daar ben ik ook in zekere mate trots op. Ik was in de Verenigde Staten, waar op overheidsgebouwen overal de nationale vlag wapperde, en ik dacht: waarom bij ons eigenlijk niet? Tegelijkertijd begreep ik dat uit protest die vlaggen bij veel boeren even op de kop gingen. Maar het heeft mij te lang geduurd. Het is nu wel klaar.’
‘Ik zag haar in de zaal zitten bij de presentatie, en ik zag haar knikken toen ik zei dat ik wanhoop had gezien onder redelijke mensen. Ik zag geen liefde in haar ogen, wel vreugde dat er eens een ander geluid te horen was.’
‘De verkiezingswinst van BBB is ertussendoor gekomen, dat is een hobbel. En er is politiek gedoe over het jaartal 2030. Ik heb geadviseerd om in beginsel vast te houden aan 2030, want urgentie is geboden. Wel zei ik: bouw twee ijkmomenten in, in 2025 en 2028, waarin je kijkt of er iets meer tijd nodig is. Dus ik verbaas me zeer over de discussie van nu over 2030 of 2035. Je kunt in 2025 aan de knoppen draaien om het strenger te maken of niet, dus die discussie is nu overbodig. Het is dan ook meer een politiek dan een inhoudelijk probleem. Het CDA is met de hakken in de klei gegaan, en D66 aan de andere kant ook. En dan wordt het op een gegeven moment de politieke vraag wie wint of verliest. In de politiek moet je, als je een standpunt inneemt, altijd een opening inbouwen voor politieke andersdenkenden, voor een compromis. Dat besef is in de weken na de Statenverkiezingen niet bij iedereen herkenbaar aanwezig geweest. Ik vind dat het CDA op dit moment heel mistig acteert. En D66 had nooit moeten zeggen dat de veestapel moet worden gehalveerd. Dan denk ik: handel eens een keer een beetje verstandig.’
‘Nee, natuurlijk niet. Terwijl – slaat op tafel – de kern van de discussie als gevolg van die symbooldiscussie over 2030 of 2035, helemaal verloren gaat! Het gaat erom dat we zo snel mogelijk in het volgende decennium een stevige natuurwinst hebben geboekt. En nou ga ik even een sigaret roken.’
Remkes loopt met grote passen weg naar buiten. Vier minuten later gaat hij weer zitten.
Remkes’ telefoon gaat. Hij neemt op: ‘Koen.’ Kijkt streng naar de overkant van de tafel: ‘Jullie moeten de oren maar even dichtdoen.’ In de telefoon: ‘Ja, Koen, ik zit in een interview, maar ga je gang maar even. (...) Ik begin redelijk geïrriteerd te raken, Koen, en ik ben ook redelijk gesterkt in mijn opvatting, nadat ik dat mailbericht had gelezen. We moeten morgen maar even een besluit nemen.’ (...) ‘Ja, dat heb ik ook gelezen, maar daar kon ik geen chocola van maken.’ (...) ‘Ja. Ja, ja, ja, ja, ja, ja, ja. Helemaal eens. Onze inschatting verschilt niet van elkaar. Oké, Koen, sterkte. We spreken elkaar morgen. Hoi.’
‘Dat was de burgemeester van Groningen.’
‘Ja, minachtend, gewoon minachtend. Het schrikbeeld wat mij op het netvlies staat, is Hillary Clinton die het over ‘deplorables’ heeft. Zo wordt ook over het platteland gesproken, door sommigen in de stedelijke omgeving. De natuurbeleving in de stad is ook een heel andere dan die op het platteland. Stedelingen kijken grosso modo veel idealistischer naar de natuur, en in feite ook behoudender, conservatiever.’
‘Ja. Bij wijze van spreken.’
‘Heel veel hoogopgeleide mensen in een stedelijk milieu. Als ik naar sommige praatprogramma’s op televisie kijk en ik vraag aan een inwoner van Loppersum of hij daar iets mee heeft, dan kan ik het antwoord redelijk goed voorspellen. En dan doel ik op sommige cancelachtige discussies.’
‘In sommige opzichten wel. Er komen af en toe schandalige praktijken voorbij in de publiciteit, er zijn boeren die hun dieren slecht behandelen, dat soort uitwassen moet worden bestreden. Maar daar staat tegenover dat Farmers Defence Force ooit is opgericht toen dierenrechtenactivisten een varkensstal in Boxtel bezetten en het maar liefst tien uur duurde voor de politie ingreep. Er zijn altijd twee kanten. Ik stoor mij aan de arrogantie van sommige stedelingen, maar ik stoor mij ook aan mevrouw Van Keimpema van FDF, die zei dat het land ‘nu even van ons’ is.’
‘Ja.’
‘Groningers worden weleens als stug omschreven, ik zeg altijd: ze zijn woordkarig. Ik hou niet van in- en uit-gepraat: lange verhalen houden en relatief weinig zeggen. En ik heb van huis uit meegekregen dat je met beide benen op de grond moet staan. Ik denk dat dat de Groninger kenmerkt.’
‘Ik heb twee zielen in de borst. Ik ken de stedeling, maar ik heb ook een plattelandsziel. Van huis uit ken ik de agrarische wereld, omdat mijn ouders een tuinderij hadden. Dus ik ka Source: Volkskrant