Home

Er is geen plek meer om een heenkomen te zoeken

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Bedankt voor je openhartige brief. Wellicht komt het doordat jij en ik in hetzelfde jaar, 1995, dezelfde vliegroute volgden (misschien wel gelijktijdig en wie weet hebben onze paden elkaar, zonder dat wij het wisten, in een koffietentje op Schiphol gekruist), maar dan in tegenovergestelde richting, jij op weg van Europa naar New York en ik juist andersom, van New York (na een krappe twee jaar in de VS) op weg naar Europa, inmiddels in de rotsvaste overtuiging dat ik, ondanks mijn liefde voor reizen en zucht naar onontgonnen gebieden, nergens anders zou kunnen of willen wonen – dat jouw brief bij mij heimwee opriep naar een wereld die niet meer bestaat.

Oksana Zabuzhko is schrijfster. Ze publiceerde onder andere het boek Zusters (2022)

Heimwee naar mijn eigen jeugd, toen de euforie na de val van de Berlijnse Muur en de Sovjet-Unie nog niet bekoeld was, heimwee naar het onwrikbare geloof dat een herboren Europa het „einde van de geschiedenis”, door Fukuyama beloofd, in de praktijk zou brengen, dat zelfs eeuwenoude tirannenstaten als Rusland en China op het punt stonden om de liberale democratie te omarmen, omdat ze de meerwaarde ervan inzagen – de wolf zou zich naast het lammetje vlijen, degene die je naar het leven stond zou aan tafel aanschuiven, overgehaald door je gulle uitnodiging… Nooit eerder heerste, voor zover mij bekend is, op deze aardbol zoveel politieke naïviteit, zoet als een suikerspin tussen de draaimolens op een kermis. Denk ik terug aan dat gevoel, dan voel ik een soort moederlijke tederheid komen opzetten: het was een fantastische tijd, helaas van korte duur.

Bij elkaar heb ik je brief drie keer gelezen, voor het laatst deze ochtend. Afgelopen nacht heeft Kyiv, voor de elfde keer deze mei, een Russische raketaanval beleefd, dit keer waren het dertig raketten van het type Kaliber, die onze luchtafweer gelukkig allemaal heeft neergehaald, maar goed, een maand aan rusteloze nachten (want jezus, wat knalt het hard!) eist z’n tol, en ik wilde zeker weten dat ik in mijn bedwelmde toestand niets aan mijn aandacht had laten ontsnappen.

Klopt het echt dat je in het hypothetische Europa dat jij in deze lentedagen, in het jaar 2023, voor jezelf construeert aan de andere kant van de Atlantische Oceaan, kunt doen alsof er niets aan de hand is: alsof het continent op dit ogenblik niet wordt opgeschrikt door de ergste oorlog sinds de Tweede Wereldoorlog (inmiddels vergelijkbaar wat betreft de hoeveelheid wapentuig en de lengte van de frontlinie), met als doel de vernietiging van een volk van veertig miljoen mensen – en hier domweg over zwijgen, alsof het gegeven irrelevant is voor de toekomst van Europa? En ten derden male heb ik mezelf ervan vergewist: nee, ik heb nergens overheen gelezen. Je weigert echt het huidige Europa te zien als een product van twee wereldoorlogen. De enige Europese oorlog die je noemt is het uiteenvallen van Joegoslavië dertig jaar geleden.

Ik weet dat oorlogen, bezien van de overkant van de Atlantische Oceaan, al snel een online-format aannemen; de huidige generatie heeft in dat deel van de wereld geen oorlog meegemaakt, wat een groot stempel drukt op het culturele perspectief. Toen jij in New York arriveerde zongen de muzikanten bij de metro nog „Help Bosnia now”, herinner ik me. Sindsdien hebben ze hun repertoire veranderd, en je schrijft stellig dat die oorlog „goeddeels uit het collectieve onderbewuste is verdwenen, in ieder geval buiten voormalig Joegoslavië”.

Sta me toe deze stellige woorden in twijfel te trekken en te bewijzen dat die oorlog, de Joegoslavische, juist niet uit het Europese bewustzijn is verdwenen, laat staan uit het onderbewustzijn (given anyone knows how to scan this!): de herinnering wordt levend gehouden door de toestroom van migranten van de Balkan, die het leven van honderden Italiaanse, Zwitserse en Duitse dorpjes voorgoed heeft veranderd – zoals vandaag de dag een lawine van acht miljoen vluchtende Oekraïense vrouwen het leven van Tsjechische, Baltische en Poolse dorpjes overhoop haalt –, door de bittere pil van schuldgevoel (nu we het toch over het unconsciousness hebben) over het eerste ernstige verraad van de post-Jalta-rechtsorde, het eerste debacle van de VN-vredestroepen, die in Srebrenica tegenover Ratko Mladic en zijn door straffeloosheid aangewakkerde razernij even impotent bleken als de gebundelde krachten van de Europese diplomatie tegenover Poetin in 2008 en 2014. Dat wat jij de crisis van de liberale democratie noemt (en ik crisis van de internationale democratische instituties), is toen al begonnen, in de jaren negentig, en in die zin is de Balkanoorlog niet alleen niet vergeten, hij is nog niet eens voorbij.

Dat laatste is overigens na te lezen in de Balkanliteratuur die uit de oorlog is voortgekomen en die naar mijn mening een van de interessantste fenomenen is in de Europese literatuur van de 21ste eeuw. Ik ben het volledig met je eens dat een schrijver geen predikant moet zijn (tenzij hij daartoe wordt gedwongen door een humanitaire catastrofe van historische proporties, zoals oorlog, tirannie, enzovoort), maar het is deel van onze maatschappelijke plicht om een portret van ons tijdsgewricht achter te laten voor de toekomstige generaties, daar kunnen we niet omheen, het is een van de vaardigheden, bewust of niet, waarvoor we betaald krijgen, en in die zin heeft de ‘oorlogsgeneratie’ van Balkan-auteurs haar honorarium eerlijk verdiend.

Voor mij wordt dit bevestigd door de gretigheid waarmee de hedendaagse Kroatische, Servische en Bosnische literatuur in Oekraïne vertaald en gelezen wordt sinds het begin van de Russische agressie, dat wil zeggen sinds 2014. In het aangezicht van collectief, existentieel gevaar blijkt het van wezenlijk belang te zijn om te weten dat ‘anderen ons zijn voorgegaan’ – anderen die wisten te overleven om het na te vertellen.

Ook dat is een bestaansreden van de literatuur: het scheppen van zulke ‘intergenerationele’ gemeenschappen, om de mens door de tijd en ruimte een teken te geven dat hij er niet alleen voor staat, en voor een belangrijk deel zijn het dit soort gemeenschappen die Europa al vijfduizend jaar lang bijeen houden als een cultureel continuüm. Dan blijkt het dagboek van Anne Frank een brief te zijn aan een meisje uit Jahidne, een dorpje bij Tsjernihiv, dat in het voorjaar van 2022 door de Russische bezetters een maand lang werd vastgehouden, samen met vierhonderd dorpsgenoten, als menselijk schild, in een kelder zonder water, ventilatie of licht – de hele maand hield ze met een viltstift op de muur de dagen en de doden bij, omdat ze de taal daarvoor vond, kant-en-klare gedragsvormen opgevangen uit de lucht van dezelfde cultuur die tachtig jaar geleden in Amsterdam aan haar Duitse leeftijdsgenootje dicteerde.

Kyiv, na een Russisch bombardement, 30 mei 2023

Foto Alex Babenko / AP

Dit ligt allemaal nogal voor de hand, en het voelt een beetje potsierlijk om jou eraan te herinneren, de zoon van een Joodse vrouw uit Duitsland die de Holocaust heeft overleefd, bovendien een man met de ervaring van militaire dienst, die ik niet heb. Daartegenover staat dat ik een andere ervaring heb die mij ertoe noopt deze regels te schrijven: in het eerste jaar van de Russisch-Oekraïense oorlog heb ik, als je Google mag geloven, 21 Europese landen en 93 steden bezocht (dus niet alleen de hoofdsteden plus Straatsburg, maar een vrij representatieve reeks, van Polen tot het Verenigd Koninkrijk), in een verwoede poging om, in de woorden van mijn Italiaanse uitgever, „het Westen alles uit te leggen wat we in de afgelopen acht jaar over deze oorlog hebben gemist” – en onderweg zag ik dat deze oorlog (die vóór 24 februari 2022 voor velen ondenkbaar leek, terwijl de experts in hun pogingen om hem weg te rationaliseren meer onzin uitkraamden dan je van een cultuur met duizend jaar oude universiteiten mag verwachten) Europa razendsnel en drastisch veranderde. En hoe verschillend dat uitpakte.

Hierover zou je een heel boek kunnen schrijven – hoe de in vergetelheid geraakte wonden van voorbije generaties in verschillende landen op verschillende manieren beginnen te bloeden, hoe de mentale constructies die in de loop der eeuwen zijn opgetuigd om ongemakkelijke waarheden te verhullen beginnen te kraken en instorten, hoe gedragspatronen (en angsten en trauma’s ) van grootouders en overgrootouders bij hun kleinkinderen worden gereactiveerd – en hoe, tot verbazing van velen, blijkt dat Europa nog steeds verdeeld is langs de lijn van de Berlijnse Muur, alleen niet tussen ‘oude’ en ‘nieuwe’ democratieën, zoals het voorheen optimistisch klonk, maar tussen landen met fundamenteel verschillende oorlogservaringen (van de Eerste Wereldoorlog en de Tweede Wereldoorlog) of, in bredere zin (en met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk), in voormalige imperiums en voormalige koloniën.

De kasten gingen open, het regende skeletten. Al onze niet geleerde lessen en openstaande historische rekeningen schoten omhoog en vlogen recht in ons gezicht zoals het pak spelkaarten in Alices gezicht wanneer Hartenkoningin haar vonnis uitspreekt. Sofi Oksanen vertelde dat op 24 februari 2022 in heel Finland geschrokken ouderen hun kleinkinderen opbelden om hen te leren hoe je vluchtkoffertjes inpakt en hoe je, als de Russen Finland binnenvallen, hun op de ‘juiste manier’ steekpenningen geeft (later bleek dat dergelijke kennis ook in Boetsja en Izjoem de overlevingskansen aanmerkelijk vergroot had). Op datzelfde moment probeerde aan het andere uiteinde van het continent een Belgisch Source: NRC

Previous

Next