Maarten Keulemans had dinsdag een boeiend interview met de zopas aangetreden hoogleraar oceanografie Erik van Sebille. De professor was tijdens zijn oratie in snikken uitgebarsten, vanwege de klimaatcrisis. Dat was niet erg wetenschappelijk, vond hij zelf ook. Maar hij torst een schuldgevoel, bijna als de erfzonde. We zijn helemaal op de verkeerde weg. Zelf had hij het graag anders gezien, hij weet ook wel dat de wetenschap zich bij de feitelijke leest moet houden. Maar hij raakte een snaar bij de studenten en de toestand gaf aanleiding.
Ik besprak het interview in het Haagse etablissement De Posthoorn met een bevriende wetenschapsfilosoof. Die zei dat betraande ogen niet helpen bij het turen door een microscoop, respectievelijk door de duikbril van de oceanograaf. Erik van Sebille is niet alleen. Afgelopen weekeinde werden er verscheidene hoogleraren in witte jassen gespot op de A12 die werd geblokkeerd door Extinction Rebellion, onder wie de Spinozapremie-winnaars Thea Hilhorst en Klaas Landsman. Allemaal hebben ze bij Max Weber geleerd dat de waarden niet voortvloeien uit de feiten, en dat daarom wetenschap ons niet kan vertellen hoe wij moeten leven. Wellicht hebben ze zelfs Rousseau gelezen, die schreef dat de woede niet in de dingen zit, maar in onszelf. Maar nu even niet want de klimaatcatastrofe is te erg. De Universiteit Utrecht spreekt tegenwoordig niet langer van opwarming maar van klimaatcrisis.
Ronald Plasterk, gelauwerd hoogleraar én voormalig politicus, schreef laatst in De Telegraaf een column over de persoonlijke betrokkenheid van de onderzoeker. Hij is zelf bèta-wetenschapper en meende dat in de harde disciplines opinies nauwelijks een rol spelen, omdat de feiten onbetwist zijn. Tijdens zijn studie biologie nam Plasterk op zeker moment het vak economie erbij, omdat hij wilde weten hoe je de werkgelegenheid kon bevorderen. Tot zijn schrik bleken er linkse en rechtse economen te bestaan, allemaal serieus met hun vak bezig en tegelijk diepgaand overtuigd van hun hetzij linkse, hetzij rechtse wetenschappelijke gelijk.
Dat persoonlijk engagement een rol speelt, is natuurlijk waar. Zelf heb ik weleens geschreven over migratiewetenschappers die naar mijn smaak politiek bedrijven, maar dan met voetnoten. Plasterk wijst op het fenomeen selection bias. Mensen kiezen een loopbaan die bij ze past. Wie geneeskunde gaat studeren, wil mensen beter maken, wie transitiekunde studeert, maakt zich zorgen over het klimaat en wie Europese studies doet, heeft vermoedelijk een warm plekje voor de EU.
Zo is het, maar wat ik niet met Plasterk eens ben is dat de bèta-wetenschap er op dit vlak een strengere standaard op na houdt dan de zachtere kennisvergaring. Het tegendeel is het geval. In de sociale wetenschappen ziet men heus in dat engagement meedoet in de waarneming van de buitenwereld. Er zijn hele stromingen die nadenken over hun eigen reflexiviteit, tot het postmodernisme aan toe, dat leert dat de waarheid zich alleen maar in je eigen hoofd afspeelt.
Juist in de hardere wetenschappen bloeit hierover de naïviteit. Het zijn altijd de bèta’s die denken dat uit hun onbetwiste feiten automatisch volgt wat er moet gebeuren, en dat zij daarin zelf geen rol spelen. Zij gedragen zich als eertijds de uitvinder van het positivisme, Auguste Comte, die de natuurwetten van het samenleven had ontdekt en meende dat je toch ook niet bij een steen gaat informeren wat hij van de zwaartekracht vindt. ‘Extinction Rebellion heeft gewoon gelijk’, sprak de hoogleraar klimaateconomie op de A12, alsof het een onomstotelijk wetenschappelijk feit betrof.
Thea Hilhorst en Klaas Landsman zeiden het hem in de donderdagkrant na. ‘Luister naar de wetenschap, luister naar het VN-klimaatpanel IPCC. De politiek treuzelt, maar daar is helemaal geen tijd voor.’ Als we de feiten kennen, volgen de samenlevingsdoelen daar vanzelf uit. Vroeger was het de geopenbaarde waarheid van het geloof, daarna de historische noodzaak van de klassenloze samenleving, thans is het de planeet die ons vertelt hoe wij moeten leven. De socioloog J.A.A. van Doorn sprak over ‘de sprong van doel op middel’. Als de doelen vaststaan, zijn veel middelen geoorloofd. Dan is tegenspraak niet langer gewenst, maar een vorm van dwarsliggerij die moet worden bestreden, met drang en als dat niet helpt ook dwang.
Daar staan we nu. Collega Maarten Keulemans schreef een maand geleden over de nieuwe kleren van de klimaatscepticus. Omdat de opwarming zich niet langer laat ontkennen, tappen de klimaatsceptici volgens Keulemans nu uit een ander vaatje. Hij had alweer een handvol hooggeleerden paraat die huiveringwekkende dingen zeiden. Klimaatsceptici hebben een nieuwe tactiek, ‘internationale-afspraken-ontkenning’, of het ‘in twijfel trekken van beleidsopties’. En dit alles doen ze met een boosaardig doel: ‘klimaatactie vertragen’. Dat mag ik toch wel een professoraal staaltje cynisme noemen. Het is dus niet langer gewenst om uit te spreken dat er ook slechte internationale afspraken bestaan, of irrationeel beleid, of andere prioriteiten, of dat de kosten niet opwegen tegen de baten. Allemaal volmaakt eerzame discussiepunten natuurlijk, maar in verband met de aanstormende apocalyps tot nader order niet. U bent gewaarschuwd.
Source: Volkskrant