Home

Deze criminoloog ging undercover om ‘de misdaad van de bio-industrie’ bloot te leggen. Wat wil hij bereiken?

Eendenvangers in de vleesindustrie die de nog levende dieren als voetbal gebruiken of achteloos doodtrappen, varkens die in slachthuizen worden geschopt en geslagen, weggesleept aan hun oren en met stroomschokken op hun genitaliën opgejaagd. De schokkende beelden haalden afgelopen jaren geregeld de media. Ze werden met een verborgen camera gemaakt door Roel Binnendijk (38). Drie jaar lang werkte hij undercover in veebedrijven en slachthuizen, om de misstanden waarop hij stuitte naar buiten te brengen. Nu treedt hij in de openbaarheid met het boek Onder de beesten, waarin hij samen met schrijver Jeroen Siebelink zijn ervaringen beschrijft.

We spreken het duo op het kantoor van de uitgeverij, Binnendijks privéadres mag niet bekend worden. Ook al is hij op internet onvindbaar, Roel Binnendijk is zijn echte naam, verzekert hij. Op het boek en in de media is zijn ware gezicht te zien. Is hij niet bang voor represailles uit de wereld van de bio-industrie?

RB: ‘Ik zit niet echt op bekendheid te wachten, maar voor het boek en het hogere doel heb ik het over. Mijn vriendin is banger voor eventuele gevolgen dan ik. Naar mijn ervaring kun je met een goed gesprek iedereen wel kalmeren. In het boek noemen we ook bewust geen namen van medewerkers, enkel pseudoniemen. Het gaat ons niet om individuen, maar om de agro-industrie die dit in stand houdt.’

RB: ‘Ik heb vlees altijd lekker gevonden en ben er ook mee opgevoed, maar wel sluimerde altijd al de vraag wat wij dieren ervoor aandoen. Toen ik tien jaar geleden mijn vriendin ontmoette, was zij al veganist. Ze raadde mij de documentaire Earthlings aan, over de omgang van de mens met dieren. Na een kwartier was ik om en wilde ik er niet langer aan meedoen. Ik stopte met dieren eten, behalve mijn bakje kwark – daar ben ik nog maandenlang verslaafd aan geweest.

‘Mijn vriendin was betrokken bij demonstraties en acties voor dieren. Ik ging mee, maar ik ben niet zo van leuzen roepen in een menigte. Ik ben wat introverter, wilde ook sneller effect van een actie. Op zeker moment werd me gevraagd of ik wilde meewerken aan undercoverbeelden. De schokkende onthullingen uit het slachthuis van het Vlaamse Tielt waren net geweest, uit de Nederlandse bio-industrie bestonden zulke beelden nog niet. Ik heb er een nacht over geslapen, en toen wist ik: dit gaat het worden.’

RB: ‘Ik wilde ook als criminoloog mijn steentje bijdragen aan een rechtvaardiger samenleving. Mijn vak beschrijft en verklaart criminaliteit. Wat is de definitie van criminaliteit in dit verband? In dit geval is de bio-industrie de misstand zelf.’

RB: ‘Natuurlijk schuurt dat. Mijn vader is politieagent geweest. Hij zei ook steeds: pas op met wat je doet, voor je het weet heb je een strafblad. Natuurlijk vraag je je af welke ruiten je daarmee voor jezelf ingooit. Het enige ‘strafbare’ van mijn acties is het plegen van contractbreuk, het doorbreken van de zwijgplicht. Dat is wel heel onschuldig tegenover de misdaad van de bio-industrie. Als de criminoloog in mij die twee tegen elkaar moet afwegen, is de keuze snel gemaakt.

‘Wat is een misstand? Toen ik kippen in kratten moest proppen waarbij poten en vleugels braken, was dat voor mij een misstand. Maar een percentage ‘vangletsel’ is toegestaan. Volgens de wet mag je van varkens niet routinematig de staarten afbranden om te voorkomen dat de verveelde of gefrustreerde dieren daarin bijten. Toch is het standaardpraktijk. Alleen als een dier niet meer levensvatbaar is en minder dan 3 kilo weegt, mag je het volgens Europese richtlijnen de nek breken. Maar maximaal zeventig per bedrijf per dag. De jongen die een eend doodstampte met zijn voet, overtrad weer wel de wet. Het is allemaal op detailniveau vastgelegd. Stoplappen voor een misdaad die te groot is om met regeltjes te repareren. Dat wilde ik allemaal zo objectief mogelijk observeren en vastleggen.’

Jeroen Siebelink vult aan: ‘Een criminoloog is geen officier van justitie die zich bezighoudt met wat wel en wat niet mag. Roel stelt de onrechtvaardigheid van een systeem aan de orde. Zodra mensen geld verdienen met dieren, zijn die dieren niet goed beschermd tegen geweld. Elk ‘redelijk doel’ is volgens de wet genoeg om regels opzij te schuiven. Om dat te onderzoeken moest Roel zichzelf schuldig maken aan het overtreden van diezelfde wet. Door burgerlijk ongehoorzaam te zijn, kon hij zichtbaar maken hoe ons voedsel wordt geproduceerd.’

RB (Zucht…): ‘Van mij mogen ze me voor alles veroordelen: van het breken van poten tot het verwijderen van ledematen. Dat vind ik al heel erg. Ik moest ook dieren slaan of ‘aantikken’, zoals dat heet. Met een peddel, om te zorgen dat de runderen doorlopen. Ik had weleens geholpen bij het hardhandig bloed afnemen bij kalveren, maar niet meer dan dat. In het slachthuis waar het gebeurde, konden kalveren op weg naar hun slacht in een te brede gang altijd omkeren. En dus heb ik een kalf weleens op zijn kop getikt, om hem weer de juiste kant op te krijgen. Hetzelfde geldt voor taseren – het gebruiken van een stroomstootapparaat. Dat mag niet structureel, maar je wordt er in een slachthuis zó toe aangespoord dat je vanzelf meedoet. Als ik daarom veroordeeld zou worden wegens dierenmishandeling, ben ik het ermee eens.’

Na zijn drie jaar in de bio-industrie wilde Binnendijk zijn ervaringen op papier zetten. ‘Ik moest het echt van me afschrijven; ik was na drie jaar niet alleen fysiek, maar ook psychisch kapot’, zegt hij. Zijn vriendin opperde dat er een boek in zat. Hij zocht de hulp van Siebelink – auteur van onder meer de roman Pels, over de nertsenhouderij. Die motiveerde Binnendijk om er geen moralistisch betoog van te maken, maar open en eerlijk te zijn, ook over zijn eigen rol en misstappen. Uiteindelijk werd het boek een coproductie.

JS: ‘Een bewuste keuze. Het is een pijnlijk verhaal, Roel beleefde talloze nare momenten, maar we wilden het de lezer niet inwrijven. Dieren eten van Jonathan Safran Foer uit 2009 heeft mij wel aangezet tot veganisme, maar het was soms horror. Wij wilden iets meer afstand en zochten liever het persoonlijke, psychologische avontuur. Wat doet die wereld met Roel? En met anderen in die industrie?’

RB: ‘Toch is het te makkelijk om elke dierenmishandelaar daar af te schilderen als een badguy. Er zit een hoop onverschilligheid in de jongens die met eenden staan te voetballen, maar als ik ze sprak, waren ze best sympathiek. Natuurlijk zijn individuen schuldig, maar zodra je dit op individuen gooit, worden enkele zondebokken geofferd en gaat de praktijk gewoon door.’

JS: ‘Een Roemeen die geen kant op kan of een jongen van 17 die zijn eerste baantje zoekt en niet beter weet, vind ik minder schuldig dan de manager van een slachthuis die er welbewust voor kiest om geld te verdienen over de ruggen van weerloze dieren.’

RB: ‘Als het om verantwoordelijkheid gaat, wijst iedereen naar elkaar. Ergens tussen het bedwelmen en het kelen wordt een dier gedood, maar waar ligt precies de schuld? Slachters zullen wijzen naar de boer, en die zal wijzen naar de consument. Uiteindelijk staat de beul aan de vitrine van de snackbar, voor een frikadel of een kroket.’

JS: ‘Onze conclusie is dat dit systeem het slechtste in mensen naar boven haalt. Daar verwijst de titel naar: deze industrie maakt mensen tot beesten. Het gaat om productie draaien en winst maken. Altijd moet er tempo gemaakt; tijd is geld.’

JS: ‘Wellicht dat commerciële omroepen zich ‘dichter bij het volk’ positioneren. Zo valt te verklaren waarom SBS erg op huiselijk dierenleed zit: nieuws over malafide hondenfokkers en mishandelde eendjes in het park. Maar zodra het over de bio-industrie gaat, haakt SBS af. Dan gaat het over structuren en systemen, en niet over incidenten. RTL heeft er op een of andere manier een radar voor ontwikkeld. NOS structureel niet. Mogelijk heeft RTL gewoon een manier ontdekt om zich te onderscheiden.’

RB: ‘Het heeft mij in 2017 wel verrast dat de onthullingen over het slachthuis in het Vlaamse Tielt in Nederland groot werden gebracht, lange tijd aaneen. Misschien was dat ook de sensatie, ook al speelde het niet hier. De morele kruisvaarder, die je als activist toch bent, heeft die sensatie ook nodig, om er gebruik van te maken. Je moet enige onrust of geschoktheid creëren.’

RB: ‘Ik heb mezelf vaak de vraag gesteld of mijn werk invloed heeft gehad. Altijd te weinig. Maar ik ben ervan overtuigd dat je het op de langere termijn moet zien. Hoe vaker je zulke beelden ziet, hoe duidelijker het wordt dat er iets niet in de haak is. Ik geloof in wat de psychologie consistent minority noemt: een kleine, vasthoudende groep die steeds dezelfde boodschap brengt, kan overtuigingen doen groeien.’

JS: ‘Het carnisme zit diep in onze maatschappij verankerd. Mensen zien het als verraad wanneer je opkomt voor een andere soort of groep. Ook emancipatiebewegingen voor homo’s of mensen van kleur werden lang gezien als verraders. In dit geval is de heersende gedachte dat de mens nu eenmaal boven dieren staat. En er is dat hardnekkige fabeltje dat in onze hoofden is gestampt door de agro-industrie: een misplaatste trots op Nederland als landbouwland, dat dankzij z’n export ‘de wereld voedt’. Reken je de impact op dier, planeet en mens mee, dan is het een uiterst inefficiënte sector. Die bestaat nu driekwart eeuw en nóg zien Source: Volkskrant

Previous

Next