Home

Jonge mannen moeten hun strubbelingen niet voor de kar van de cultuurstrijd laten spannen

Soms heeft het meningencircuit behoefte aan een specifieke mening, en afgelopen maand was dat: het gaat met jongens sléchter dan met meiden, en dat komt door de emancipatie van vrouwen. Het zaadje was een paar weken geleden geplant, door een enquête van EenVandaag waaruit een ijverige redacteur deze hyperklikbare kop peurde: ‘Mannen vinden dat ze het zwaarder hebben dan vrouwen.’ Dat bleek uit de peiling helemaal niet, jonge mannen vonden gewoon dat ze het zwaar hadden, niet zwaarder dan wie ook, maar de toon was gezet: het lot van mannen moet worden afgezet tegen dat van vrouwen, en voor hun onbehagen moet een schuldige worden gevonden. Een paar geraadpleegde gasten deden een gok: de ‘doorgeslagen’ #MeToo-beweging en dat ‘de witte man’ tegenwoordig ‘de schuld van alles’ is, misschien?

Tegendraads, verfrissend, anti-woke, dachten ze bij Op1, waar donderdagavond wiskundeleraar Siep de Haan zei dat ‘het demoniseren van mannen moet stoppen’. Met de sympathiekste bedoelingen, want hij signaleerde een achterstand bij puberjongens in de klas. Hij gaf toe dat de oorzaken ‘een beetje onduidelijk’ zijn, maar vond wel dat ‘mannen de laatste tijd de sigaar zijn’. Bedoelde hij soms #MeToo?, hielp presentatrice Fidan Ekiz hem op weg. Ja, precies ja. Dat de problemen van jonge mannen in het onderwijs al veel langer spelen, jaren voordat woorden als toxic masculinity en woke voorin de mond lagen, bleef onbenoemd.

Feministen en andere gelijkheidsstrijders schamperden hun tijdlijnen vol: twee minuten stilte voor de witte heteroman, boehoe, wegwezen. Voorstelbaar, want het idee dat #Metoo zou zijn ‘doorgeslagen’ werd ongeveer de dag na #MeToo geboren, en de emancipatie van vrouwen is verre van af. Toch doet het mannen tekort om hun problemen weg te wuiven met een luie leedvergelijking met vrouwen – ook als sommige mannen op de verkeerde plaatsen zoeken naar verklaringen. Er ís een jonge-mannencrisis, en juist feministen zouden kwakkelende kerels niet in de armen van Andrew Tate en andere mannen-messiassen moeten laten lopen.

De schoolprestaties van jongens blijven gemiddeld achter bij die van meiden. Onder jonge mannen tussen 20 en 30 nam het aantal zelfdodingen in 2021 toe, en onder gedetineerden was de man-vrouwverhouding dat jaar ongeveer 15 staat tot 1 (CBS). En nee, die constatering is geen demonisering van mannen, net zoals het geen demonisering van mannen is om vast te stellen dat zij buitensporig veel vaker verkrachten, aanranden, wildplassen en plofkraken: dit zijn maatschappelijke problemen.

In de Verenigde Staten wordt dit debat aangejaagd door schrijver Richard Reeves, die in zijn in september verschenen boek Of Boys and Men de storm in mannenland analyseert. Ook daar staan opiniemakers klaar om dit debat in het eigen politiek-ideologische kamp te trekken; zo draagt John Hawley in het in mei verschenen Manhood juist een nostalgisch manbeeld van plichtsgetrouwe beschermers aan, en wijt hij de mannelijkheidscrisis aan progressief links. Opvallend, vindt een recensent in The New York Times, dat hij mannen vertelt dat ze zelf verantwoordelijk zijn voor hun levens en falen, en hun tegelijk aanwrijft dat ze slachtoffers zijn van de ‘woke-religie’.

Jonge mannen moeten hun seksespecifieke strubbelingen niet voor de kar van een cultuurstrijd laten spannen. Natuurlijk, door het gemorrel aan man-vrouwverhoudingen moeten sommige mannen hun rol hervinden. Dat biedt vooral kansen. Zo stelt Reeves onder andere voor om jongens een jaartje later te laten beginnen met school, en pleit hij ervoor mannen te laten instromen in typische ‘vrouwenbanen’, in het onderwijs en de zorg.

Een prima plan: zo stelde in 2020 de Onderwijsraad dat in Nederland beroepen een veel sterkere seksegerichtheid hebben dan in andere EU-landen, wat meiden én jongens beperkt. Ook jongens hebben baat bij de bevrijding van genderstereotiepe verwachtingen (en bijbehorende baantjes), diezelfde verwachtingen waartegen feministen strijden – het kan hen op het juiste car­ri­è­repad helpen. Ze zouden kunnen floreren in de communicatie, zorg- en dienstensector. Dat heeft dan weer als bonuseffect dat de salarissen daar omhoog gaan. Voor iedereen.

Source: Volkskrant

Previous

Next