Maandag liep een demonstratie in de noordelijke gemeente Zvecan uit de hand. Zulke spanningen zijn in Kosovo niet uniek, maar de schaal van het geweld is wel uitzonderlijk.
Etnische Serviërs protesteerden tegen vier nieuwe etnisch Albanese burgemeesters, die voor het eerst aan het werk gingen in hun noordelijke gemeenten. In Kosovo is 90 procent van de bevolking Albanees, maar in het noorden wonen juist vooral Serviërs, die landelijk maar 5 procent van de bevolking uitmaken.
De Serviërs in het noorden accepteren het Kosovaarse gezag niet. Zo boycotte de Servische bevolking de burgemeestersverkiezingen in april, waardoor de opkomst iets boven de 3 procent lag. Hoewel de nieuwe burgemeesters op papier dus democratisch gekozen zijn, is hun draagvlak nihil.
De Servische demonstranten richtten hun agressie maandag eerst tegen de Kosovaarse politie, die de veiligheid van de burgemeesters in de gemeentehuizen moest garanderen. Daarop was tussenkomst nodig van de sinds 1999 in het land aanwezige Navo-vredesmacht. Dertig soldaten liepen botbreuken, brand- en schotwonden op.
Over de auteur
Rosa van Gool is correspondent Italië, Griekenland en de Balkan voor de Volkskrant. Zij woont in Rome.
Het burgemeestersdrama is het nieuwste hoofdstuk in de gespannen verhouding tussen Albanezen en Serviërs, die nog altijd getekend wordt door de bloedige oorlog van 1998-1999. Toen Joegoslavië in kleine landen uiteenviel, zag ook de Albanese bevolking van Kosovo, destijds een autonome provincie, haar kans schoon om onafhankelijk te worden van Servië.
Servië beantwoordde die wens met geweld. Het leger van Slobodan Milosevic probeerde de streek, die vanwege de vele kloosters en kerken belangrijk is voor het Servisch-orthodoxe geloof, etnisch te zuiveren door de Albanezen te vermoorden en te verdrijven.
Er vielen naar schatting 10 duizend burgerslachtoffers, onder wie 8.600 Albanezen. De Navo dwong het leger van Milosevic er uiteindelijk toe om zich terug te trekken uit Kosovo, door drie maanden lang Servische doelen te bombarderen.
De oorlogswonden zijn in Kosovo en Servië nog niet geheeld. Ook heeft Servië het verlies van Kosovo, dat in 2008 de onafhankelijkheid uitriep, nooit geaccepteerd. Belgrado erkent de onafhankelijkheid niet en doet er alles aan om de etnisch Servische bevolking in het noorden van Kosovo aan zich te binden, onder meer via financiële steun.
Volgens de Kosovaarse regering zijn ook de huidige protesten volledig georkestreerd vanuit Belgrado. De Kosovaarse premier Albin Kurti stelt dat de gewelddadige Serviërs lid zijn van ‘fascistische milities, betaald en gestuurd door Belgrado’.
Servische president Aleksandar Vucic ontkent altijd stellig dat hij invloed heeft op de gebeurtenissen in Kosovo, maar de timing van de onrust komt hem politiek gezien niet slecht uit.
In eigen land krijgt Vucic veel kritiek vanwege twee grote schietpartijen en gaf hij vrijdag zelfs zijn functie van partijleider op. De spanningen in Kosovo zijn voor hem een kans om zich te profileren als leider van de natie. Zo stuurde hij ook het Servische leger dichter naar de grens; vaste prik bij oplopende spanningen tussen beide landen.
De Verenigde Staten en Europese bondgenoten tikten Kosovo maandag op de vingers vanwege de komst van de Albanese burgemeesters naar het noorden. Westerse diplomaten vinden dat zij beter weg kunnen blijven uit hun gemeentehuizen, om escalatie van protesten te voorkomen.
Twee van de vier burgemeesters, leden van de Kosovaarse oppositie, gaven na het geweld van maandag gehoor aan de oproep van de westerse bondgenoten. Premier Kurti en de twee andere burgemeesters, zijn partijgenoten, wijzen zulke concessies pertinent af: zij beschouwen het als zwichten voor het Servische geweld.
De crisismomenten van de afgelopen jaren volgen in Kosovo vaak hetzelfde patroon. Na een fase van escalatie liep de ballon, onder streng toeziend oog van de internationale gemeenschap, telkens langzaam weer leeg.
Wel is de spanning in Kosovo sinds de Russische inval in Oekraïne toegenomen. Rusland steunt de Serviërs. De Kosovaarse president Vjosa Osmani claimt dat er ook inmenging in Kosovo is door de Russische Wagnergroep, maar bewijs voor die stelling ontbreekt.
Het Servische leger zelf staat wel paraat aan de grens, maar weet uit ervaring dat het geen partij is voor de Navo, die na de geweldsuitbarsting van maandag aankondigde de aanwezige missie met 700 soldaten te versterken.
De sleutel tot de-escalatie ligt nu vooral in politieke compromissen. EU-buitenlandlandchef Josep Borrell liet donderdag weten Kosovo drie verzoeken te hebben gedaan tijdens de top in Moldavië: nieuwe verkiezingen in het noorden; zorgen dat de Serviërs daaraan meedoen; en beginnen aan de vorming van het ‘samenwerkingsverband voor Servische gemeenten’.
De oprichting van dat samenwerkingsverband, waarmee Serviërs enige mate van zelfbestuur zouden krijgen, is in 2013 toegezegd in een Brusselse overeenkomst, maar over de details worden de landen het al tien jaar niet eens.
Kurti houdt de deur open voor nieuwe burgemeestersverkiezingen, op voorwaarde dat het geweld in het noorden stopt. Ook verklaart de Kosovaarse premier zich bereid verder te praten over het door de Serviërs zo vurig gewenste samenwerkingsverband. Verdere escalatie lijkt dus ook ditmaal afwendbaar, maar de weg uit de crisis is bochtig en leidt bovendien terug naar een bekend vertrekpunt: de al jaren durende patstelling, waarbij de volgende crisisepisode nooit ver weg is.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden