N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Het kabinet wil dat werknemers aan het einde van een baan makkelijker bij een concurrent aan de slag kunnen gaan. Minister Karien van Gennip (Werkgelegenheid, CDA) schrijft vrijdag in een brief aan de Tweede Kamer dat de huidige concurrentiebedingen niet terecht zijn en werknemers hierdoor minder makkelijk van baan kunnen wisselen, wat de doorstroming op de arbeidsmarkt hindert. Van Gennip wil eind dit jaar een wetsvoorstel klaar hebben en burgers en organisaties er eerst commentaar op laten leveren. Daarna gaat voorstel naar de Tweede Kamer.
Uit een rapportvan onderzoeksbureau Panteia blijkt dat naar schatting 3,1 miljoen Nederland te maken hebben met een concurrentiebeding. Daarnaast is gebleken dat zulke bepalingen vaak standaard in een arbeidscontract staan, regelmatig zonder goede reden. Van Gennip stelt dan ook dat alleen het beschermen van bedrijfsgeheimen of zakelijke relaties goede redenen voor een concurrentiebeding zijn.
Het kabinet wil nu op voorhand duidelijkheid over wanneer een werkgever een concurrentiebeding mag opnemen in het contract met de werknemer. Van Gennip heeft daarom een aantal nog niet uitgewerkte wijzigingen voorgesteld. Zo moet duidelijk worden hoelang het concurrentiebeding geldt en moet deze geografisch worden afgebakend. Dat laatste betekent dat iemand die eerder in bijvoorbeeld Groningen werkte en vervolgens in Limburg aan de slag wil gaan dit meteen kan doen.
De werkgever moet daarnaast bij het vergeven van een vast contract duidelijk kunnen uitleggen waarom een concurrentiebeding nodig is. Dit geldt overigens al voor tijdelijke contracten. Als laatste moet de werkgever een vergoeding betalen aan een vertrekkende werknemer, als het beding bij vertrek nog geldt. Dit wettelijk bepaalde percentage van het laatstverdiende salaris moet ervoor zorgen dat werkgevers goed nadenken voordat ze het concurrentiebeding opnemen in een contract.
U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.
Source: NRC