Home

‘De PvdA is mijn partij niet meer. Ik wil horen bij een groep mensen die echt voor anderen in moeilijke posities opkomt’

Ik ben 49 jaar lid geweest van de PvdA. In volle overtuiging. Ben opgegroeid in een familie waarin de begrippen solidariteit en saamhorigheid een dagelijkse rol speelden. Opa was gemeenteraadslid in Groningen en voorvechter van sociale woningbouw, de Oosterparkwijk, tevens idealistisch vakbondsbestuurder. Oma was jarenlang gemeenteraadslid in Utrecht en ‘vrouw van het volk’. Ze waren, misschien onbewust, mijn voorbeelden.

Mijn vader en moeder, beiden begaan met de samenleving en daar ook handelend naar, hebben mij gevormd. Ik mocht in hun voetsporen treden, eerst als gemeenteraadslid in Tholen, daarna als Tweede Kamerlid, en uiteindelijk in Brussel in een diplomatieke functie.

Altijd heb ik de overtuiging gehad dat ‘onze partij’ de weg zou plaveien naar een betere toekomst. Tenslotte, was er zonder de PvdA sociale woningbouw geweest? Vrijheid van onderwijs? Gelijke rechten voor vrouwen? AOW? Fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden? Eerlijk delen?

Hebben we in onze partij niet heel veel lokale bestuurders gehad die echt voor hun mensen stonden? Schaefer, Hamming, Depla (2x), Boelhouwer, Van der Laan, Polling – om maar enkelen te noemen. En de echte vechters in de Tweede Kamer? Van der Goes van Naters, Den Uyl, Troelstra, Adelmund, Kok, Drees, Timmermans, De Vries, Bos, Duyvestijn, Spekman, Wallage, d’Ancona, Koenders – om een paar te noemen die ik bewonder.

Echter, ik neem na al die jaren afscheid. Mijn partij is mijn partij niet meer. Mijn partij was de partij van het volk en door het volk. De vertegenwoordigers wisten wat er leefde onder de gewone mensen, domweg omdat ze zelf ook gewone mensen waren. Of omdat ze de moeite namen om zichzelf te verdiepen en te verplaatsen in de gewone mensen.

Ik wil horen bij een groep mensen die echt voor anderen in moeilijke posities opkomt. Bijvoorbeeld voor mensen in achterstandswijken, mensen die hun energie­rekening niet kunnen betalen, mensen met kinderen die door geldgebrek niet kunnen sporten, mensen met kinderen die zonder ontbijt naar school moeten, mensen zonder perspectief die we blijkbaar in de steek laten.

Intussen maar klagen dat we ‘verrechtsen’ in Nederland. Lekker ouwehoeren over stikstof, zonnepanelen – o, wat erg, die natuur – en het gedrag van ministers. Waar is mijn partij in vredesnaam gebleven? Ik ben er klaar mee, en dat stemt mij verdrietig. Ik ben er ook helemaal niet trots op dat ik dit besluit heb genomen.

Vanavond heb ik mij aangemeld als lid van de PS in Wallonië, daar woon ik tenslotte ook. Parti Socialiste. Die naam begrijp ik tenminste, sommige mensen vinden die club wat ouderwets, maar misschien houd ik daar wel van.
Luuk Blom, oud-Kamerlid PvdA, leraar Nederlandse taal en cultuur aan Oekraïense vluchtelingenkinderen, Rendeux (België)

In toenemende mate lijkt regeren te verworden tot ‘omzien in verwondering’, getuige de vele parlementaire enquêtes in de voorbije jaren. De bedoeling van parlementaire enquêtes is voor de toekomst lering te trekken uit gevoerd beleid in het verleden. De parlementaire enquêtes inzake de Groninger gaswinning en de toeslagenaffaire hebben laten zien dat met de uitkomsten van de onderzoeken weinig tot niets gebeurt.

Gevreesd mag worden dat de corona-­enquête eenzelfde lot beschoren zal zijn. Het onderzoek zal tweeënhalf tot drie jaar duren; bijna langer dan de hele coronacrisis. Het onderzoek zal vooral het handelen van parlement en regering ­betreffen. In feite zal het een ongekend lange oefening in navelstaren worden.

Misschien is het goed eerst te onderzoeken welke kosten en hoeveel uren met zo’n onderzoek gemoeid zullen zijn. Dit onderzoek zou door de Kamer zelf en in ieder geval niet door externe adviseurs gedaan moeten worden, vanwege de doorgaans te hoge kosten.

Hopelijk zal dit onderzoek ertoe ­leiden dat wordt afgezien van de corona-enquête. Misschien dat dan regeren niet langer meer omzien in verwondering is, maar dat regeren vooruitzien wordt, zoals in vroeger tijden.
Hans Akveld, Berkel en Rodenrijs

De nieuwe pensioenwet is er door: 1.400 miljard euro moet verdeeld worden over ongeveer 20 miljoen rekeningen. Het lijkt mij veel werk voor veel mensen. Tegelijkertijd is er een personeels­tekort voor het oplossen van de toeslagenaffaire en de schadeafhandeling in Groningen. Het verdelen van die pensioenpot heeft volgens mij niet veel haast. Als diegenen die zich nu met die omzetting bezighouden ermee stoppen en zich gaan bezighouden met bovengenoemde (veel urgentere) dossiers, dan heeft ons land – en zeker de mensen die slachtoffer zijn – daar veel meer plezier van. En als iedereen schadeloos is gesteld, mogen ze weer verder stoeien met die 1.400 miljard.
Jan Rijerse, Hilversum

Vaak vraag ik me af: wat doen die (leden van) raden van toezicht als naar buiten komt dat bestuurs- en management­leden van een bedrijf of organisatie – soms al jarenlang – allerlei afspraken en regelgeving aan de laars lappen, waardoor er nog al eens sprake is van letterlijk mismanagement, zelfverrijking en ander kwalijks. Nu de toezichthouder, in dit geval staatsagent Jeroen Kremers, zich kritisch uitlaat over het reilen en zeilen binnen KLM zoals verantwoord in het jaarverslag, slaat KLM direct om zich heen. Laat Kremers gewoon zijn werk doen.
Nanette Haze, Nijmegen

Er is voor allerhande thematiek een ­speciale dag. De Dag van de Arbeid, Zorg, Leraar, Aarde, Complimenten, Tandvlees et cetera. Ik pleit voor een Dag van de ­Hogedrukspuit.

Momenteel kan je ervan op aan dat op elke willekeurige vrije dag er wel een buurman of -vrouw denkt: dit is mijn moment, ik ga eens fijn al het tuinmeubilair, gereedschap, terraswerk en de halve voorgevel schoonspuiten met een zo goedkoop mogelijk apparaat van de bouwmarkt. Urenlang zit je op je balkon naar 85 decibel geluidsoverlast te luisteren.

Kunnen we dit centraal regelen? Eén dag per jaar in het voorjaar allemaal ­tegelijk landelijk de grote spuitschoonmaak en niet dagenlang een voor een weer de buurt terroriseren? Wat in ­kleine Italiaanse dorpjes normaal is – om iedere ochtend massaal je stoepje te vegen en te soppen – vraag ik niet. Een keer per jaar (pokke)herrie en dan stilte, heel veel stilte.
Marc Lezwijn, Zoetermeer

Marijke Mulder begint haar fraaie brief met de vraag of het leven, net als een schilderij, ooit voltooid is. Een schilderij wordt niet voltooid door de kunstenaar die het geschilderd heeft, maar door de mensen die het bekijken en zich erdoor laten raken, en er soms ver­halen omheen spinnen die eigen levens gaan leiden. Zou het kunnen dat het met onze levens ook zo gaat?
Frank Tarenskeen, Nijmegen

Het valt me op dat 60 procent van de ­Nederlanders vindt dat ‘iedereen recht op euthanasie en zelfbeschikking moet hebben’ en dat 20 procent van de dokters daar mogelijk aan mee wil helpen. Ofwel die 20 procent krijgt het heel druk met alle euthanasievragen, ofwel een groot deel van de Nederlanders kan met zijn vraag nergens terecht.

Enig verwachtingmanagment is hier op zijn plaats. We zouden moeten onderzoeken hoeveel euthanasie, palliatieve sedatie en hulp bij zelfdoding dokterend Nederland de komende jaren kan bieden. Wat is de te verwachten vraag? En hoe het gat te dichten van alle onvervulde vragen en wensen?
Margot Klijberg, Nijmegen

Misschien even out of the box denken: als we de VDL Nedcarfabriek in Born nu eens ombouwen tot een plek waar benzine­auto’s kunnen worden omgevormd tot elektrische auto’s. Maak er een soort staatsbedrijf van: gebruik de onaantrekkelijke subsidieregeling voor het realiseren van een dergelijk project.

Hoeveel vliegen sla je dan in één klap? Een enorme hoop blik wordt gerecycled, aanschaf van een nieuwe elektrische auto is dan voor veel autobezitters niet meer nodig, het halen van de klimaatdoelen komt wellicht meer in zicht en werkgelegenheid kan behouden worden. En als het een succes wordt, rol je dat plan uit over het hele land.
Joost Walter, Ruurlo

De oorlog in Oekraïne is als het klimaat: je moet niet bang zijn wat er gebeurt als je actie onderneemt, je moet bang zijn wat er gaat gebeuren als je niets doet.
Roeland Voorhoeve, Soest

De krant bericht ‘Weken droog in Nederland; dit is niet normaal’. Toch spreken in hun weerverwachtingen radio- en tv-journaals bij zonnig weer nog altijd over ‘mooi weer’.
Henk Dries, Driel

Briefschrijver Luc Lansink vraagt zich af of er ook een game bestaat voor complotdenkers. Source: Volkskrant

Previous

Next