Home

De onschatbare collectie fotoboeken van fotografie-expert Manfred Heiting ging in vlammen op. ‘Soms heb je geen geluk’

24 duizend boeken, in 10 minuten weg, door een vuurzee in Malibu in 2018. Heiting werkte door met wat hij nog wel had (op een andere locatie), en nu verschijnt Dutch Photo Publications 1918-1980, over Nederlandse fotoboeken, die volgens Heiting uniek zijn.

Op 8 november 2018 brak brand uit op 25 kilometer ten noorden van Malibu, de kuststrook in Californië waar veel bekende acteurs een strandhuis bezitten. Aangewakkerd door een sterke wind bereikte het vuur in een etmaal de oceaan. Vierhonderd vierkante kilometer werd in de as gelegd. Bijna 300 duizend mensen moesten worden geëvacueerd. Er vielen drie doden. De schade bedroeg naar schatting ruim 5 miljard euro.

De ‘Woolsey Fire’, genoemd naar de plek waar die begon, heeft een eigen artikel op Wikipedia. Daarin worden onder meer de beroemdheden opgesomd die hun prijzige vastgoed in vlammen zagen opgaan. Niet vermeld: de teloorgang van mogelijk de beste particuliere verzameling fotoboeken ter wereld.

Deze was eigendom van Manfred Heiting, een fotografie-expert die lang in Nederland heeft gewoond. Hij en zijn vrouw kochten in 2003 een villa in de heuvels van Malibu met uitzicht op zee. Heiting had goed verdiend en een kostbare fotocollectie van de hand gedaan. In hun nieuwe huis verwezenlijkte hij een droom: de constructie van een grote bibliotheek, door hemzelf ontworpen, voor de fotoboeken die hij was gaan verzamelen.

Over de auteur
Michiel Kruijt werkt sinds 1994 voor de Volkskrant. Hij is nu verslaggever op de kunstredactie en schrijft veel over fotografie.

In 2018 had hij het duizelingwekkende aantal van 35 duizend stuks bijeen gebracht; van uiterst zeldzame exemplaren uit de 19de en 20ste eeuw – voor sommige aanwinsten heeft hij naar eigen zeggen ‘twee à drie ton’ betaald – tot alle uitgaven die sinds 1958 in twintig talen zijn verschenen van The Americans, het beroemde fotoboek van Robert Frank.

Heiting had een groot deel van deze collectie in 2013 aan het Museum of Fine Arts, Houston (MFAH) verkocht, dat eerder al zijn fotoverzameling had verworven. Toen de ‘vuurtornado’, zoals hij de brand noemt, toesloeg, had hij zesduizend fotoboeken aan het museum geleverd. In zijn bibliotheek stonden er nog 24 duizend. Het leeuwendeel daarvan zou ook nog naar Houston gaan – een maand eerder hadden conservatoren een definitieve keuze gemaakt.

In tien minuten was alles weg. Van de villa bleven alleen de fundamenten over, van de boeken en de uit teakhout opgetrokken bibliotheek ‘wit stof, een meter dik’. De teloorgang van de boekenschat werd door een aantal media gemeld, maar Heiting heeft er nooit lang over willen praten.

Anno 2023 is hij toeschietelijker. Hij is inmiddels 80 en verblijft even in Amsterdam, op doorreis naar zijn uitgever in Duitsland en bibliotheken waar hij onderzoek wil doen. In nog steeds goed Nederlands verklaart hij waarom hij nooit heeft uitgeweid over het verlies van de boeken. ‘Tja, wat moet ik daarover zeggen? ‘Arme man?’ Een spreekwoord luidt: Zo gewonnen, zo geronnen. Ik heb in mijn leven veel geluk gehad. En soms heb je geen geluk.’

‘Ik leef in mijn bibliotheek. Toen de brand toesloeg, had ik niet al mijn boeken in Malibu staan. Een paar duizend stonden in een appartement van ons in Los Angeles. Een kleiner appartement daarnaast was ook van ons. Dat is nu mijn bibliotheek. Daar zit ik de hele dag. Ik zie de buitenwereld nauwelijks, voor alle ramen hangen jaloezieën om de boeken tegen het zonlicht te beschermen. Ik drink ’s ochtends buiten mijn koffie en that’s it.’

Heiting verzamelde niet alleen, maar deed ook historisch onderzoek. Hij publiceerde vuistdikke naslagwerken over de geschiedenis van fotoboeken uit Duitsland (twee delen, in 2012 en 2015), Rusland (2015), Japan (2017) en Tsjechië en Slowakije (2018). Nu komt er nog een stoeptegel aan, 560 pagina’s dik en 3,5 kilo zwaar: Dutch Photo Publications 1918-1980.

Hij werkte er gedurende zes jaar aan. Geluk bij een ongeluk: veel belangrijke Nederlandse fotoboeken stonden in een van de appartementen in Los Angeles en zijn dus niet verloren gegaan. Ook Nederland verdient een overzicht, stelt hij, omdat daar ‘unieke’ fotoboeken en -publicaties zijn verschenen. ‘Dat kan een buitenlander als beste beoordelen.’

Heiting werd in 1943 geboren in het Duitse stadje Detmold. Na grafische opleidingen trok hij, 20 jaar oud, naar Amsterdam, op zoek naar werk. In 1966 werd hij artdirector bij de internationale tak van Polaroid, het Amerikaanse zonnebrillenbedrijf dat ook de camera’s bedacht die kant-en-klare foto’s fabriceren. Bij Polaroid ontmoette hij veel befaamde fotografen, zoals Walker Evans, Richard Avedon en Ansel Adams, de Amerikaan die wereldberoemd zou worden met zijn landschapsbeelden. Heiting kocht er daar een van, wat het begin was van een verzameling vintage foto’s.

Hij ontwikkelde zich tot een selfmade fotografie-expert. Hij organiseerde tientallen tentoonstellingen, stelde monografieën en catalogi samen en was medeoprichter van twee musea: Fotografie Forum Frankfurt (1984) en Foam (Fotomuseum Amsterdam, 2001).

In ruim dertig jaar tijd groeide zijn collectie vintage foto’s – mede dankzij een nog beter betaalde baan bij American Express International – tot bijna vierduizend stuks. Een selectie daarvan was in 2001 te zien in het Rijksmuseum in Amsterdam. Het jaar daarna verkocht Heiting zijn fotocollectie, die door fors gestegen marktprijzen inmiddels miljoenen waard was, aan het Museum of Arts in Houston.

Met het geld begon hij zijn verzameling fotoboeken fors uit te breiden en, na zijn pensionering, daarover naslagwerken te maken. Die stelt hij niet alleen samen, hij ontwerpt ze ook, met hulp van een assistent die overweg kan met de benodigde computerprogramma’s.

Toen de vuurstorm door zijn woonwijk in Malibu trok, was Heiting op Paris Photo, de belangrijkste fotobeurs in de wereld. Zijn vrouw was ook op reis. Even hadden ze de hoop dat hun huis was gespaard. Vanwege aanhoudend gevaar mocht niemand erheen. Pas na een week kon iemand gaan kijken. Heiting was in Praag toen hij het bericht kreeg dat het helemaal mis was. Tijdens een presentatie van zijn boek over Tsjechische en Slowaakse fotoboeken zag hij de noodtijding binnenkomen op zijn telefoon. ‘Dat was niet leuk.’

‘Dat was bekend. Er zijn wijken in Malibu die twintig jaar geleden helemaal zijn verbrand. Ik dacht dat het ons niet zou overkomen. Naïviteit. Ik ging zes weken weg en vertelde mijn assistent niet eens wat hij moest doen als er iets gebeurde.’

Volgens een onderzoeksrapport is de brand veroorzaakt door kortsluiting in bovengrondse elektriciteitskabels. ‘We hebben een proces gevoerd tegen het elektriciteitsbedrijf omdat er fouten zijn gemaakt. We hebben geld gekregen, maar dat dekt lang niet de schade. Het museum in Houston was verzekerd voor de boeken die het nog zou ontvangen. Dat gold ook voor de 160 foto’s en 200 stukken keramiek van mij die eveneens daarnaartoe zouden gaan.

‘Nadat ik in 1966 in het Stedelijk Museum Amsterdam een tentoonstelling had gezien over Nederlands keramiek, heb ik dat een tijd verzameld. Ik had onder meer stukken van Geert Lap, die in mijn bibliotheek stonden. Lap stierf in 2017. Daarna werd een boek over zijn werk gemaakt, waarvoor in de hele wereld bij collectioneurs werd gefotografeerd. Zij zijn ook bij ons geweest. Twee weken later was de brand.’

‘Daar heb ik het geld niet voor. En sommige fotoboeken zijn niet eens te vervangen vanwege hun zeldzaamheid. Gelukkig had ik, toen ik in Europa was, een computer bij me waarop een database stond met het grootste deel van mijn boeken. Die bevatte van elk boek een beschrijving en foto’s van de omslag, de titelpagina en een paar pagina’s binnenin. Helaas had ik alleen de versie bij me met foto’s in een lage resolutie. Door een technologische ontwikkeling konden die later in hoge resolutie worden omgezet. Ongelooflijk. Daardoor heb ik afbeeldingen nog kunnen gebruiken voor mijn boek over Nederlandse fotopublicaties.’

‘Mijn vrouw en ik zijn te oud voor een herbouw van het huis. Wij hebben afgelopen jaar de grond verkocht.’

Over Nederlandse fotoboeken bestaan al een paar goede naslagwerken. Die hebben echter een manco, meent Heiting; ze nemen als startpunt het einde van de Tweede Wereldoorlog. Terwijl daarvoor volgens hem ook veel bijzondere fotografie is verschenen, niet zozeer in fotoboeken als wel in tijdschriften en andere publicaties.

Geestdriftig praat hij over Piet Zwart, die in de jaren twintig en dertig reclamebrochures ontwierp voor onder meer het postbedrijf PTT en de Nederlandse Kabelfabriek (NKF). Zijn creatieve mix van typografie en fotografie (inclusief zelfgemaakte opnamen) was sensationeel modern.

Fenomenaal noemt Heiting ook het tijdschrift Wendingen, dat tussen 1918 en 1932 verscheen. Dat was opgezet om het werk van architecten te tonen, maar besteedde later ook aandacht aan andere onderwerpen. Het was een van de eerste bladen waarin foto’s paginagroot werden afgedrukt. Wellicht werkten er daarom fotografen van formaat aan mee, zoals Bernard Eilers en Evert van Ojen.

Nog een juweeltje: het tijdschrift i10, uitgekomen tussen 1927 en 1929, waarop de Hongaarse kunstenaar, fotograaf en ontwerper László Moholy-Nagy een belangrijk stempel drukte. ‘Ee Source: Volkskrant

Previous

Next