Home

Léonor Serraille verfilmde het migratieverhaal van haar man: ‘Dit was het intiemste verhaal dat ik kon vertellen’

In de muziekwereld is het tweedealbumsyndroom een begrip, de worsteling die bands na een succesvol debuutalbum soms ondergaan om met hun tweede plaat aan torenhoge verwachtingen te voldoen: ze moeten een belofte inlossen, een stap zetten van talent naar volwassen artiest, nóg beter zijn dan ze al waren, ambitieuzer ook, zonder al te hevig af te wijken van het geluid waar ze mee zijn doorgebroken.

De Franse regisseur en scenarist Léonor Serraille (37) ondervond sinds de lente van 2017 het filmequivalent van dit syndroom. Haar eerste film Jeune femme, een mooi droevig drama waarin een impulsieve jonge vrouw er in haar leven vrijwel volledig alleen voor staat, werd destijds op het filmfestival van Cannes bekroond met de prestigieuze Camera d’Or, de prijs voor het beste debuut.

Wat een cadeau, dacht ze in eerste instantie. Een reusachtige duw in de rug voor haar eigen carrière en die van haar hoofdrolspeler Laetitia Dosch. Maar het effect van die prijs werkte al gauw ‘verlammend’, zegt ze als ze vijf jaar later terugkeert in Cannes om haar tweede film te presenteren. Dat is het fraaie Un petit frère, een in drie hoofdstukken opgedeelde en over evenveel tijdsperioden vertelde familiegeschiedenis over een moeder (Annabelle Lengronne) die met haar twee zoons vanuit Ivoorkust naar Frankrijk emigreert.

Elk hoofdstuk vertelt het verhaal van een van hen: moeder Rose krijgt een handvol momenten in de jaren tachtig, direct na de emigratie uit Ivoorkust, oudste zoon Jean zien we in de jaren negentig, de jongste Ernest volgen we in het begin van de jaren nul. Elk perspectief wordt uiteengezet via ongedwongen slices of life – er is geen overkoepelend verhaal, hooguit een verzameling indrukken van los-vast verbonden levens. Het is een ambitieuze film, en daarmee een echte tweede telg, die tegelijk klein voelt.

‘Mijn debuutfilm Jeune femme maakten we destijds zó spontaan en snel dat ik na die Camera d’Or moeite had om een onderwerp te vinden’, zegt Serraille. ‘Ik zat vast. Ik kreeg ondertussen zelf twee kinderen – filmmaken leek verder weg dan ooit. Tot mijn producent zei: kies gewoon een onderwerp alsof het je laatste film is. Die opmerking werkte bevrijdend. Ik wist meteen dat ik het verhaal van mijn echtgenoot wilde vertellen: hij emigreerde jaren geleden met zijn broer en alleenstaande moeder uit Ivoorkust naar Frankrijk. Dat was overigens alsnog niet eenvoudig, want dit was zo ongeveer het intiemste verhaal dat ik kon vertellen.’

Om zichzelf niet alsnog te verliezen tijdens het schrijven van het hoogstpersoonlijke filmscenario hanteerde ze een handvol ‘impliciete regels’. Serraille: ‘Moeder Rose in de film begon als een variatie op mijn schoonmoeder, maar het was niet de bedoeling haar verhaal en dat van haar zoons een-op-een na te vertellen. Mijn man gaf me carte blanche. Het is mijn verhaal, zei hij, maar het is jóúw werk om van dat verhaal een zo goed mogelijke film te maken. Zo ontleende ik momenten en plekken uit het leven van mijn schoonmoeder, maar gaf ik mezelf ook de vrijheid om haar te ontwerpen als zeer moderne vrouw. Met stijl, elegantie, kracht. En een vrijheidsdrang die soms ten koste gaat van haar moederschap. Het personage is uiteindelijk beïnvloed door verschillende mensen. Zelfs mijn eigen moeder zit er een beetje in.’

Als tweede regel dacht ze aan het werk van de Franse filmmaker Maurice Pialat (in 1987 in Cannes winnaar van de Gouden Palm met Sous le soleil de Satan), die als geen ander personages met al hun onhebbelijkheden toonde zónder ze te veroordelen. ‘Niet-oordelen vind ik belangrijk: in films én in het leven. Het mooiste van film vind ik dat je gedurende anderhalf of twee uur een verbinding kunt aangaan met mensen die je in het gewone leven niet per se zou ontmoeten. Die mensen begrijpen we niet altijd. Soms zorgen ze ervoor dat je je ongemakkelijk voelt. Pialat is een moreel ijkpunt – omdat hij zijn personages zonder uitzondering in hun waarde liet.’

Derde regel: die personages komen beter tot hun recht wanneer ze niet in een groot overkoepelend verhaal worden gestopt. Serraille toont ze in kleine uit het leven gegrepen scènes: een vrijage in het park, een mislukte date, een aanhouding op straat. ‘Mijn film is als geheel natuurlijk vrij rigide, met die hoofdstukjes en tijdssprongen, maar per hoofdstuk zijn de verhalen open en onaf. Dat maakt de personages echter, denk ik. Het zorgt er ook voor dat je naar overeenkomsten kunt zoeken tussen de personages, alsof het ene verhaal een echo is van het andere. Het maakt niet de plot, maar de personages tot speerpunt van de film.’

Vier: Un petit frère is ook een film over dingen die níét worden gezegd. Vooral in het derde hoofdstuk, als alleen de oudste zoon nog in Frankrijk woont, lijkt de manier waarop de hoofdpersonages naar elkaar kijken soms belangrijker dan de dingen die ze zeggen. ‘Dit verhaal gáát over stilte. Over hoe mensen een diepe liefde voor elkaar voelen, maar niet in staat zijn die gevoelens tegenover elkaar uit te spreken. Ik kom zelf uit een familie waar alles tegen elkaar wordt uitgesproken en vind het daardoor buitengewoon interessant wanneer niet alles wordt gezegd. Dan moet je op zoek naar kleine gebaren of geladen, veelbetekenende stilte. Als filmmaker is het prettig ook die registers te gebruiken.’

Ten slotte: laat de mensen dansen. ‘Voor mijn personages is dansen een manier om te ontladen. Ik ben persoonlijk in het gewone leven best behoudend, maar als ik dans voel ik mij relaxed. Die gedachte was genoeg om met mijn cameravrouw Hélène Louvart (onder meer van The Lost Daughter) een aantal uitstekende choreografieën te bedenken.’

De 37-jarige filmmaker Léonor Serraille ontwikkelt zich tot specialist in het schetsen van niet per se sympathieke personages zónder ze te veroordelen. De moeder in haar tweede film Un petit frère verkiest haar liefdesleven op een gegeven moment boven de zorg voor haar kinderen – en toch leven we met haar mee. En het hoofdpersonage uit Serrailles debuut Jeune femme werd in de recensie in de Volkskrant getypeerd als ‘een wandelend rampgebied waar je in het echte leven liever afstand van houdt’. Maar wat bleek? ‘Toch is het helemaal geen straf om haar anderhalf uur lang te volgen.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next