De leesvaardigheid van Nederlandse kinderen dendert achteruit. Aleid Truijens noemt het terecht een leesramp en zet in op pabo’s. Maar de studenten zullen hun kennis moeten toepassen op de basisschool, want alleen daar kan het leesplezier (en daarmee de vaardigheid) nog gered worden.
In de thuissituatie komt het er voor veel kinderen niet meer van: sociale media, drukke ouders, andere cultuur, clubjes, enzovoorts laten weinig tijd of ruimte om (voor) te lezen. Op de basisschool en de pabo kan het nog. En hoe! Een paar tips.
Over de auteur
Jacques Vriens is kinderboekenschrijver en oud-basisschool directeur. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Eerst voor de basisschool:
1. Begin in elk geval met iedere dag kinderen minstens 25 minuten ‘leestijd’ cadeau te doen.
2. Juf of meester lezen dan ook. Zo maak je niet alleen van je leerlingen maar ook van jezelf een lezer, mocht dat nog nodig zijn. En je leert nieuwe boeken kennen.
3. Zorg voor een goed bereikbare bieb met gevarieerd aanbod, waar kinderen dagelijks kunnen ruilen. Ook als ze een ‘stom’ boek hebben.
4. Maak een hoekje met koptelefoons en luisterboeken voor kinderen die moeilijk aan het lezen te krijgen zijn. Luisteren en ‘mee kijken’ in het boek.
5. Na het lezen van een boek hoeft het kind geen administratie te doen zoals papieren invullen over het boek. Titel wordt wel genoteerd in map met een beoordeling van 1, 2 of 3 sterren nadat het boek gelezen is. ‘Niet uitgelezen’ is een kruisje.
6. Bespreek om de paar weken de (niet) gelezen boeken in de kring aan de hand van de map.
7. Doe boekbesprekingen zonder toeters en bellen: geen PowerPoint, boekendozen et cetera. Dat levert vaak stress op voor kinderen (en hun ouders). Een boekbespreking is: reclame maken voor een boek dat jij leuk vindt. Vertel de korte inhoud, lees een fragment voor en laat eventueel een illustratie zien. Gewoon ‘ouderwets’ even de klas rond lopen.
8. De juf of meester leest regelmatig voor. Als je niet zo’n voorlezer bent: twee keer per week gordijnen dicht, schemerlampje aan en een luisterboek opzetten.
Dan de pabo’s. Bovenstaande suggesties kunnen vrijwel allemaal overgenomen worden. Maar in plaats van 25 minuten dagelijkse leestijd:
9. Drie jaar lang één lesuur per week waarin verplicht wordt gelezen en één lesuur waarin boeken, klassiekers en meer recente, met elkaar worden besproken. Voorlezen en vertellen wordt geoefend en leesdidactiek behandeld.
10. ‘Leesplezier’ wordt een eindexamenvak, waarbij de studenten minimaal zestig kinder- en jeugdboeken hebben gelezen.
‘De Leesramp’, zoals Aleid Truijens het terecht noemt, kan nog gekeerd worden. Maar dat vraagt wel grote stappen en niét snel thuis, want leesplezier opbouwen kost tijd. Dat is niet gauw even te meten in een toetsje. Het vraagt een lange termijn visie én durf van basisscholen en pabo’s.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden