Mijn fietssleutel was kwijt. Mijn leven was direct compleet ontwricht. Ik kon niet naar huis, of moest lopen, maar dan was ik superlang onderweg en dat op hakjes en met een zware tas: een barre tocht. Bovendien bleef ik dan fietsloos, want mijn fiets zou dan eenzaam achterblijven in het fietsenrek op het werk. Hoe moest ik dan ’s avonds weer de stad in?
En hoe kwam ik dan de volgende dag weer op het werk? En als er dan een visite was, hoe dán? En natuurlijk was ik al eerder de fietssleutel kwijtgeraakt en natuurlijk had ik toen bedacht dat ik van de reservesleutel een kopie moest laten maken... en natuurlijk had ik dat niet gedaan.
Dus overal gezocht, rond de fiets, in de fietstassen, in mijn jaszakken (drie keer), mijn stappen nagelopen, tas omgekeerd – daarbij wel mijn bankpas teruggevonden, die ik allang had opgegeven.
Over de auteur
Rinske van de Goor is huisarts. Ze schrijft om de week een wisselcolumn met collega-huisarts Danka Stuijver.
En dan, wanneer geef je op? Hij moet immers ergens zijn, dus als ik maar lang genoeg zoek en precies genoeg, dan kom ik hem vanzelf tegen, redeneerde ik. Maar een half uur later wist ik zelfs geen plek te bedenken waar ik niet al twee keer had gezocht en stopte mijn zoektocht.
Een nieuwe, grote beslissing volgde. Loop ik naar huis, keer ik terug met slijptol? Of houd ik hoop, misschien ben ik na zo’n lange werkdag niet meer helemaal helder en kom ik de sleutel op mijn werkdag morgen gewoon vanzelf tegen?
De ontkenning duurde nog twee weken. Want je zou zien, als ik het slot openbreek, vind ik ongetwijfeld de dag erna de sleutel. En ik had een leenfiets, maar iedereen weet, een leenfiets heeft het nooit helemaal, en blijft altijd een beetje een vreemde. Daarbij zag ik natuurlijk obsessief overal mijn fietssleutel liggen. Dus na twee weken gaf ik het toch op en bevrijdde mijn fiets en mijn geest met de slijptol.
In mijn praktijk zie ik mensen met allerlei klachten. Sommige klachten kunnen we goed verhelpen of op z’n minst verklaren, maar een heleboel klachten eigenlijk niet. Nou is dat vaak niet zo erg, want de meeste klachten gaan vanzelf over. In het medisch dossier registreren we ze als onbekende soldaten, naamloos, en louter aangeduid met hun presentatie: ‘vlekjes’, ‘hoesten’, ‘pijn borst’.
De ellende is dat van die klachten die we niet kunnen verklaren, ook een flink aantal niet overgaat. Dus kampen mensen met langdurige moeheid, duizeligheid of pijn, zonder dat we goed begrijpen waardoor. Natuurlijk gaan we dan verder zoeken. Maar er zijn mensen bij wie we de oorzaak niet kunnen vinden. Dat soort klachten geven we dan toch maar een naam, ALK of OLK, maar dat zijn verlegenheidsdiagnoses, want ALK en OLK staan voor Aanhoudende Lichamelijke Klachten en Onbegrepen Lichamelijke Klachten.
De meeste patiënten met zulke onbegrepen klachten wennen op den duur aan de nieuwe situatie, leuk is het niet, maar de mens is flexibel. Ze slagen er in hun klachten te accepteren, zich aan te passen en verder te leven. Soms met behulp van revalidatie of begeleid door een OLK-poli.
Maar accepteer maar eens dat je voortdurend pijn hebt, of moe bent. Wanneer stop je met zoeken naar een oorzaak? Het kostte mij al twee weken om de zoektocht naar een verloren fietssleuteltje op te geven. En bij langdurige lichamelijke klachten gaat in de hersenen voortdurend de alarmknop af: ‘Er is iets mis! Er is iets mis!’
Dat maakt mensen onrustig en angstig en drijft mensen tot verder zoeken. En de hoop. Er is, al heb je dertig specialisten bezocht, altijd die heel kleine kans dat er toch iets is gemist. Of dat er nieuwe medische inzichten zijn.
Maar zoeken is niet onschadelijk. De kosten zijn torenhoog en brengen veel patiënten in financiële problemen. Erger is de lichamelijke schade. Onderzoek is zelf vaak al niet honderd procent risicoloos. En je vindt altijd wel wat. Bedenk maar eens: als je een close-up foto van de huid neemt, zie je allemaal vlekjes. Sproeten, moedervlekjes, levervlekjes, de huid is verre van saai van dichtbij. Ook op elke echo, röntgenfoto, in elk bloedonderzoek zijn allerlei vlekjes en afwijkende waarden zichtbaar, die meestal niks betekenen, maar ja, er is dan wel een afwijking gevonden en er waren klachten dus dan volgt toch een biopt, of een scopie, of een operatie.
Zo ontstaan zoekziektes: mensen met langdurige onbegrepen buikklachten, die uiteindelijk meer dan twintig keer aan hun buik geopereerd zijn en een stoma hebben, mensen met rugklachten die meermaals aan hun rug zijn geopereerd. Dat geschaaf aan het lijf geeft zoekschade, en de pijn van de zoekschade en de oorspronkelijke pijn vormen op den duur een onontwarbare kluwen.
Het is een vreselijk dilemma voor mensen met langdurige klachten: blijven zoeken of niet.
Mijn sleuteltje heb ik niet meer gevonden. Ik heb een nieuw slot, met twee reservesleutels. Al weet ik even niet waar ik die gelaten heb.
Source: Volkskrant