N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
NRC-collega’s bespreken deze weken de eindexamens vanuit hun vakgebied. Voormalig Rusland-correspondent Steven Derix over het vwo-eindexamen Russisch.
Het handjevol vwo-leerlingen dat dinsdag het schriftelijk examen Russisch aflegde, kon het vreemde gevoel krijgen dat er niets aan de hand is in de Russische Federatie, want de bloedige oorlog in Oekraïne schitterde door afwezigheid.
Steven Derix deed geen eindexamen Russisch maar studeerde Slavische talen en geschiedenis. Hij was tussen 2014 en 2020 correspondent in Moskou voor NRC.
Ook in het eindexamen van 2022 werd met geen woord gerept van de Russische invasie, maar aangezien de teksten maanden van tevoren worden vastgesteld, was dat misschien niet zo vreemd. Nu de oorlog ook dit jaar de grote afwezige is, moet er sprake zijn van een bewuste keuze. Dat vermoeden wordt versterkt door het feit dat sommige teksten tamelijk oud waren. Zo lazen de examinanten over een rockconcert in de oblast Belgorod in 2018 – de Russische regio aan de Oekraïense grens die vorige week nog het toneel was van gevechten, nadat twee groepen Russische guerilla’s er vanuit Oekraïne waren binnengevallen. Überhaupt was er weinig terug te vinden van de soms rauwe Russische werkelijkheid, of het moet een tekst zijn uit de (inmiddels verboden) Novaja Gazeta uit 2017 over problemen in de gezondheidszorg.
Misschien hebben de examenleerlingen er hun schouders over hebben opgehaald, want de teksten waren behoorlijk pittig – niet omdat de inhoud zo ingewikkeld was, maar omdat je over een grote Russische woordenschat moet beschikken om alles in één keer te kunnen begrijpen.
Volgens het College voor Toetsen en Examens is het vereiste niveau van taalbeheersing voor het eindexamen Russisch voor het grootste deel B1 – „kan teksten begrijpen die hoofdzakelijk bestaan uit zeer hoogfrequente alledaagse (...) taal” – eventueel aangevuld met enkele vragen op het hogere niveau B2 („kan eigentijds literair proza begrijpen”).
Al in het eerste stukje, over een dierenwinkel uit Toela die ook fungeert als asiel, liep de examinant tegen moeilijke woorden aan. Zoals in de kop, waar het bijvoeglijke naamwoord chvostaty (‘met een staart’) opdook – zeker geen „hoogfrequent” woord, zo denkt de recensent.
Daarbij helpt het niet echt dat sommige moeilijke woorden onder aan de tekst werden vertaald, want die vertalingen lijken nogal arbitrair. Zo is het logisch om de Russische afkorting voor een verkeersongeval –Dorozjno-Transportnoje Proissjestvië (DTP) – van een verklarende noot te voorzien, maar lijkt mij het woord toplivo (brandstof) eerder van algemene bekendheid. Omdat het gebruik van een woordenboek was toegestaan was het beroep op de woordenschat niet onoverkomelijk. Bovendien stonden tegenover het hoge niveau van de teksten vaak inkoppers van vragen. Het merendeel daarvan was multiple choice.
Examenvraag
Over de dierenwinkel in Toela moesten de leerlingen de volgende vraag beantwoorden:
„Zijn onderstaande beweringen over de poes Moecha in overeenstemming met alinea 2? Noteer wel of niet achter de cijfers 1 tot en met 5.
1. Ze is heel aanhankelijk.
2. Ze is op straat gevonden.
3. Ze heeft maar drie poten.
4. Ze vangt muizen in de dierenwinkel.
5. Ze vecht vaak met de twee jongere katjes in de winkel.
Antwoord volgens het correctieblad
1.niet
2. wel
3. wel
4. niet
5. niet
U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.
Source: NRC