Home

Voor wie met eigen ogen wil zien hoe Trotski vermoord zou zijn, is dit museum een aanrader

Het was me bekend dat er KGB-musea bestaan in de Baltische steden Vilnius, Tallinn en Riga. Tevens las ik nog niet zo heel lang geleden dat het beruchte KGB-gebouw op het Loebjankaplein in Moskou zijn deuren weer heeft geopend – als museum. Het ligt niet ver van het Rode Plein, recht tegenover de voormalige vestiging van Starbucks, u kunt het niet missen. Maar dat ook Praag al enige jaren een KGB-museum bezit, wisten zelfs mijn Tsjechische vrienden niet. Vermoedelijk wilden ze het niet weten. Voor ons, afkomstig uit een polderland, lag dat anders. We waren in Praag, dus wij gingen er heen.

Het museum ligt aan een zijstraat, heuvel op in de oude stad. Van buiten gezien is het museum niet meer dan een winkel. Over de gehele ruit loopt een schuine rode balk met daarop in Russisch, Tsjechisch en Engels de woorden: ‘Alleen Feiten’. Ondanks het bordje ‘Open’ blijft de deur gesloten. We bellen omstandig aan op verschillende bellen, want een KGB-museum kom je niet elke dag tegen. Pas na enige tijd ontstaat er enige beweging. De deur wordt langzaam geopend door een man, die half op de grond ligt. Hij is een jaar of vijftig, kaalgeschoren, een litteken op de wang en in zijn arm de sporen van wat gehechte kogelgaten kunnen zijn.

‘Slaapt u nog?’, vraag ik vriendelijk.

De ongemakkelijkheid van de situatie begint nu tot hem door te dringen en ineens springt hij op als een getrainde militair. Plotseling is hij een ander mens. Voor we het weten hebben we een tour geboekt, twintig euro per ticket, die hijzelf gaat verzorgen door zijn eigen privé KGB-museum. De televisie gaat aan en wij zien de parade op het Rode Plein. Niet van dit jaar, maar van vorig jaar toen alle manschappen, bommen, tanks en vliegtuigen zich nog in volle glorie mochten tonen aan het volk. De ruimte vult zich bovendien met wat Gerard Reve de ‘fijne muziek van het leger’ heeft genoemd. In dit geval krachtige marsmuziek, afgewisseld met Russische liederen waarin het meisje afscheid neemt van haar geliefde, die zich gaat opofferen voor het vaderland.

KGB staat voor Komitet gosoedarstvennoj bezopasnosti, Comité voor de Staatsveiligheid. Kortom, voor de beruchte geheime dienst van de Sovjet-Unie. Aan de muur hangen dan ook prominent de portretten van de drie mannen, die een beslissende rol hebben gespeeld in de geschiedenis van de KGB: Jozef Stalin, Lavrenti Beria en Feliks Dzerzjinski. De laatstgenoemde richtte de dienst in 1917 op, die toen die nog Tsjeka heette. Zijn standbeeld heeft lang voor het KGB-gebouw in Moskou gestaan, werd weggehaald en later in kleiner formaat weer teruggezet. Dzerzjinski ligt, bij mijn weten, nog altijd in het Kremlin begraven op een speciaal stukje grond, te midden van een paar andere schurken zoals, Joeri Andropov, Semjon Boedjonny, Michail Froenze, Michail Soeslov en Andrei Jdanow.

Intussen is onze kale conservator aan zijn rondleiding begonnen. Hij blijkt in zijn uitleg een voorkeur te hebben voor wapens, waarbij hij katachtig heen en weer springt en oorlogsgeluiden uitstoot. Zoiets heb ik Rudi Fuchs nooit zien doen. De man toont me hoe je een tegenstander met een mes in zijn keel moet raken en ik mag richten met een (ongeladen) repeteergeweer, dat in staat is 171 kogels af te vuren. Bijzonder trots is hij op een pakje sigaretten dat niets anders blijkt te zijn dat een dubbelmondig wapen, klein kaliber uiteraard, dat je de mogelijkheid biedt om de vijand met twee geluidloze kogels uit te schakelen. Ook wijst hij op dodelijke fototoestellen, lippenstiften en ampullen, allemaal keurig in vitrines opgesteld. Maar, zegt hij nadrukkelijk, de prikparaplu waarmee de KGB gifmoorden zou hebben gepleegd, is duidelijk fake.

Museum is misschien een groot woord voor die paar kamers die vol staan met memorabilia van de KGB, het Rode Leger en de Communistische Partij. Naar beneden, voorbij de ondervragingskamer, bevindt zich nog een ruimte. Die is ingericht als de kerker waar de KGB zijn gevangenen in gooide. Een brits en een getralied venster, en verder niets. Daar moest je jaren in doorbrengen, als je tenminste niet doodging. Dit vertrek was verder kaal, maar ik meen eens gelezen te hebben dat de muren van sommige KGB-cellen waren bekleed met een bepaalde stof. Als je daar met kracht tegenaan werd gegooid, bleef je lichaam aan de buitenkant heel, maar ging van binnen van alles kapot. Zo werd je dan weer op straat gezet, klaar om inwendig dood te bloeden. De vindingrijkheid van mensen is eindeloos op dat gebied.

Vanaf elke muur kijken Lenin en Stalin op je neer. Voor wie eens met eigen ogen wil zien hoe en waarmee Trotski werd vermoord, is dit museum een aanrader. Waarbij je je maar beter niet kunt afvragen of alles echt is. Op maandag gesloten.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next