Home

Ruwe bolsters in de Nederlandse polder: het brutalisme is populairder dan ooit

Ruw, onopgesmukt en uitgesproken, dat zijn de gebouwen die hoog worden aangeslagen in Bruut, de net verschenen atlas van het brutalisme in Nederland. De Volkskrant maakt een rondreis aan de hand van vijf letters.

Liefde voor het polderbrutalisme brengt je op onverwachte plekken. Een desolate industrielocatie in het verre westen van Rotterdam kan zomaar een verrukkingsmoment opleveren als een langgerekt windscherm van 25 meter hoog opdoemt bestaande uit meer dan honderd verticale betonnen halfpipes. Ze staan rechtop, ordelijk gespatieerd, als een reusachtig traliewerk langs het Calandkanaal en voorkomen dat grote zeeschepen verwaaien terwijl ze wachten voor de brug.

Het windscherm is een van de bouwwerken uit het net verschenen boek Bruut, atlas van het brutalisme in Nederland, een liefdevol overzicht over de betonbloei vanaf de jaren vijftig tot eind jaren tachtig. Brutalisme is het stijlwoord voor overdadig, plastisch en onopgesmukt gebruik van beton – liefst met de bekistingsnaden nog zichtbaar in muren.

Over de auteur
Bob Witman schrijft sinds 1999 voor de Volkskrant over architectuur, design en grafische vormgeving

Brutalisme is beton, maar niet alle beton is brutalisme. De vijf auteurs hebben na lange discussies vijf criteria gekozen die samen het woord en ook de titel van het boek vormen. Elke letter in het woord Bruut staat voor een essentieel brutalistisch kenmerk. Gebouwen met minder dan twee kenmerken komen niet in aanmerking voor vermelding in de atlas.

De B van bruut staat voor beton. En die B zegt eigenlijk alles over het Rotterdamse windscherm. Dit is geen poging tot gebouw, maar slechts een obstakel in de horizon, opgetrokken uit een mix van cement, zand, steenslag, water. De staanders maken het mogelijk dat de bovenmaatse zeevaart ook bij windkracht 5 kan uitvaren. Wat veel geld bespaart, omdat elke dag dat een schip stil ligt veel geld kost. ‘Dat scherm hebben ze er al lang uit’, zegt Martijn Haan, een van de auteurs van het boek.

Windscherm, Europoort
Bouwjaar: 1985
architect: Maarten Struijs
Notering Bruut Top 100: 12

Deze bruut-fan en bruut-blogger was hier vaker, maar straalt opnieuw als een jongetje als hij samen met fotograaf Bart van Hoek dat subtiele ritme van de halve buizen ervaart, de werking van schaduw en licht ziet en het ongepolijste beton liefkozend aanraakt, terwijl hij hardop analyseert hoe subtiel de halve buizen zijn gevoegd in de glooiing van het brugtalud. ‘De constructeurs hebben er een architect en kunstenaar bij gehaald. Dat betaalt zich uit.’

Het grootste windscherm ter wereld is op de internationale bruut-fansites steevast goed voor honderden ‘wows’. Van die sites en sociale-media-accounts zijn er veel. Want brutalisme lijkt populairder dan ooit. Dat was niet altijd zo. In de vorige eeuw prijkte dit type architectuur steevast in de toptien van lelijkste gebouwen. Nu is het een geuzennaam. Gedurfde architectuur, van architecten met een sociale agenda, die Nederland na de oorlog een nieuwe toekomst wilden geven.

Wie van bruut houdt, houdt van de R van ruw. Beton is grof materiaal, dat moet je niet verhullen, vindt Haan. Eigenlijk moeten de bekistingsnaden – die achterblijven als beton uithardt in zijn houten mal – nooit verstopt worden. ‘Geschilderd beton kwam niet door de selectie.’ Dat ongepolijste hoort bij het sociale engagement van het brutalisme: beton was het favoriete materiaal voor flats met sociale huur, universiteitsgebouwen voor de naoorlogse vloedgolf aan studenten, maar ook voor nieuwe infrastructuur.

Oostlijn metro, Amsterdam
Opgeleverd: 1977
architecten: Ben Spängberg, Sier van Rhijn
Notering Bruut Top 100: 13

‘Een oprit naar Sobibor’, schreef Gerrit Komrij toen de metrolijn van het centrum van Amsterdam naar de Bijlmer werd geopend. Het citaat illustreert dat het gebruik van beton omstreden was. Amsterdammers vonden de metrohallen en trappenhuizen van beton ruw, koud en unheimlich. Toch respecteerde de vakpers in de jaren zeventig het werk van architecten Spänberg en Van Rhijn, die het complete ensemble onder en boven de grond in een zuivere consequente stijl vorm gaven.

De moeder van alle brutalistische architectuur staat in Marseille en dateert van 1952. Unité d’Habitation is het geesteskind van de Zwitsers-Franse architect Le Corbusier. In dit zeer uitgesproken appartementencomplex op zware betonnen pootjes konden 1.600 mensen wonen. Een woonmachine noemde Le Corbusier het, en bij zijn openingstoespraak muntte hij de term béton brut, ruw beton, wat later het stijletiket brutalisme zou worden. Het uitbundig gebruik van zichtbeton in Marseille was overigens een geldkwestie. Door gebrek aan goede betonwerkers werd het slordig gestorte beton niet afgewerkt.

Hoofdkantoor SC Johnson (Wax), Mijdrecht
Bouwjaar: 1964
Architect: Huig Maaskant
Notering Bruut top 100: 5

De U van uitgesproken geldt zeker voor het Nederlandse hoofdkwartier van SC Johnson (Wax) van Huig Maaskant, ook de architect van de Euromast. Bij de Utrechtse plaats Mijdrecht staat het V-vormige kantoor – bijnaam: de Boemerang – op vijf poten in een kunstmatige vijver. Het Amerikaanse bedrijf vroeg Maaskant iets dat de tongen los zou maken en dat leverde hij. Het is het meest beeldende betonbouwsel uit Bruut. Het oogt elegant en relatief licht vanwege een in glas uitgevoerde voorpui. ‘Dit heeft niets met bouwkunst te maken, maar is eerder vrije kunst’, schreef een kunstcriticus.

Op nummer 1 en 2 van de honderd geselecteerde gebouwen voor de atlas staan gebouwen van het architectenbureau Van den Broek en Bakema. Als de U van ultra ergens bij past, is dit voor deze twee architecten die in de atlas het ‘bruutste duo van Nederland’, worden genoemd. Wat zij maakten was groots, vaak onaards en altijd zwaar.

Aula Technische Universiteit, Delft
Bouwjaar: 1968
Architect: Van den Broek en Bakema
Notering Bruut Top 100: 1

Wie het nooit eerder zag, zal het idee hebben dat er een ruimteschip is geland op de campus van de TU Delft. Het is een imposant en vreemd langgerekt gebouw, met aan beide kopse kanten een ver uitkragende oversteek. Nu het boek af is en Martijn Haan het gebouw voor het eerst herbezoekt, twijfelt hij geen moment. ‘Terecht dat we dit op 1 hebben gezet.’ Het was technisch een revolutionair gebouw, maar ook vernieuwend omdat het de campus een hart en ziel gaf waar alle belangrijke momenten van het universiteitsleven zich konden voltrekken.

De T in bruut is van textuur, het gevoel van het materiaal. In beton wonen, het dagelijks kunnen aanraken, dat schept een speciale band. Maar veel vrijstaande woonhuizen met onafgewerkt beton waren niet te vinden in Nederland. Tot de auteurs op Twitter een tip kregen over een onbekend pareltje in Geleen. ‘Dat zie ik als een van onze mooie ontdekkingen’, zegt Haan. ‘In architectuurkringen is dit woonhuis vrijwel onbekend.’

Familiehuis Parpart, Geleen
bouwjaar: 1970
architect: Wolfram Grundhoff
notering Bruut top 100: 11

Bob en Ninie Parpart zijn de originele opdrachtgevers van dit familiehuis en wonen nog steeds met plezier in de bungalow. Ze kenden de term brutalisme tot voor kort niet, maar vonden de combinatie van hout en beton mooi. De Duitse architect Wolfram Grundhoff ontwierp voor de familie een puur brute bungalow. De textuur van beton is overal voelbaar; niet alleen de wanden, trappen en vloeren, ook sommige meubels zijn van beton. Toch is het er niet kil. ‘Gasten voelen de warmte en gezelligheid die het beton uitstraalt’, zegt Ninie Parpart.

Arjan den Boer, Bart van Hoek, Martijn Haan, Martjan Kuit, Teun Meurs: Bruut, atlas van het brutalisme in Nederland. WBooks; € 59,50.

Hun app-groep heet Team Bruut. De vijf auteurs van de atlas hebben allemaal een andere achtergrond, maar delen de liefde voor brutalisme. Ze vonden elkaar twee jaar geleden op Twitter in de wens om de honderd belangrijkste vaderlandse brute architectuurprojecten in een boek bij elkaar te brengen. Bruut bevat naast een selectie van gebouwen tussen 1952 en 1989, portretten van gezichtsbepalende architecten, overzichten van gebouw-typologieën en in vijf regio’s opgesplitste landkaarten met de locaties van de gebouwen. Wat opvalt aan de kaarten is dat brutalisme overal in Nederland te vinden is, met uitzondering van Noord-Holland. Boven het Noordzeekanaal is het volkomen bruut-loos.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Volkskrant

Previous

Next