Home

Iedereen beziet de wereld door een voor anderen onzichtbaar prisma

We fietsten onder de slagboom door, het terrein af, het bos uit, de weg over, terug naar huis. De zon en het groen en de geuren en het geluid van spelende kinderen op de camping vloekten met de stemming. In de kamer had een stilte gehangen die zo breekbaar was dat niemand er aan durfde te komen.

Een leven lang kwamen we op bezoek. De samenstelling van ‘we’ veranderde door de jaren heen, maar voor de rest bleef veel hetzelfde. We hingen de schone kleren op. We prepareerden de rolstoel. We wandelden rond de recreatieplas naast de instelling, waar het eerst altijd druk was, weer of geen weer, en later – nadat de gemeente het prijzige natuurbeheer had afgestoten aan een commerciële uitbater en er hekken en toegangspoortjes en abonnementsvormen waren gekomen – minder. We dronken thee en koffie in de kantine, waar elke week aan dezelfde tafels dezelfde mensen zaten. We aten fruit en sneden brownies in eenvoudig met een vork te prikken blokjes. We keken naar buiten, naar de voorbijglijdende koplampen in het donker, en naar de takken van de bomen, die zwiepten in de wind. We gingen terug naar de woning, en we zwaaiden bij vertrek, maar dat leek hij nooit te willen zien.

Hij kon niet praten, en niet horen. Als hij iets wilde, of als hem iets mankeerde, wees hij. Later, toen wijzen moeilijker werd, was het zaak zijn blik in de gaten te houden. Wanneer we aankondigden op bezoek te willen komen, kreeg hij een geplastificeerde, verouderde foto van ons in zijn hand. En als we vertrokken, zeiden we dat we snel weer langs zouden komen, en dat zeiden we voor onszelf, want hij hoorde het niet. Mogelijk keek hij ons daarom nooit na – hij moest maar afwachten of er daadwerkelijk een volgende keer kwam. Zijn bestaan voltrok zich in een onzekerheid over alles die je in permanente staat van angstig isolement zou kunnen brengen. Maar dat gebeurde niet. Er valt ontzettend veel te corrigeren met je ogen. Nooit heb ik iemand zo veel zien corrigeren met zijn ogen.

Ik schrijf over wat ik zag, omdat ik van wat hij zag niet meer dan een vaag benul heb. En alles wat ik er in de loop der jaren van denk te hebben begrepen, bevindt zich op de een of andere manier buiten de taal. Wat ik weet, is dat mijn blik door die bezoekjes net anders afgesteld leek. Dat het nieuws en de wereld veranderden, zodra je ze bezag vanuit stille woningen in bosrijk gebied. Dat ik allengs gevoeliger werd voor de onzichtbaar- en onhoorbaarheid van zo veel mensen, die vanuit de verte statistieken lijken, want ze wonen altijd ver weg. Je komt ze zelden tegen in de trein, in de straat, op de sportclub. Die afstand wordt slechts overbrugd wanneer je in een instelling gaat werken, of als je toevallig familie bent. Dat heeft iets vreemds, hoe perspectief en wereldbeeld worden gestuurd door zoiets willekeurigs als een familieband, maar het is denk ik onvermijdelijk: de mensen die de beslissingen nemen en de mensen over wie wordt beslist, stuk voor stuk bestaan ze uit persoonlijke, subjectieve, toevallige ervaringen en herinneringen, iedereen beziet de wereld door een voor anderen onzichtbaar prisma.

We bleven niet lang. Misschien zou er nog een gelegenheid komen, want uiteindelijk weet je altijd achteraf pas zeker dat er geen volgende keer komt.

Source: Volkskrant

Previous

Next