Het is de belangrijkste uitdaging voor de komende jaren: de herverdeling van het pensioengeld. In totaal gaat het om ruim 1.400 miljard euro die verdeeld moet worden over ongeveer twintig miljoen rekeningen van circa tien miljoen mensen. Dat is niet alleen veel werk, het levert vooral een moeilijk en risicovol vraagstuk op.
In het oude stelsel was er een gezamenlijke pensioenpot en het pensioen een soort belofte op een deel uit de pot. Dat verandert in het nieuwe systeem. Deelnemers van pensioenfondsen krijgen een eigen rekening. Daarop zien ze wat ze hebben ingelegd en hoeveel het verwachte pensioen is bij goede en slechte scenario’s.
De verdeling van het geld over die rekeningen moet ‘evenwichtig’ zijn, zo staat in de wet. Het probleem is dat nergens precies is uitgelegd wat dat in de praktijk betekent. Samen met werkgevers- en werknemersorganisaties moeten de pensioenfondsen nu die verdeling uitvinden en kijken wie waar recht op heeft.
Over de auteur
Hessel von Piekartz is politiek verslaggever voor de Volkskrant en schrijft over de volksgezondheid, pensioenen en sociale zekerheid. Hij werd in 2022 genomineerd voor de journalistieke prijs De Tegel.
Niemand weet nog hoe dat precies gaat uitpakken. De fondsen moeten het namelijk hebben van berekeningen en voorspellingen. ‘We kijken naar verschillende scenario’s en zien zo wie erop voor- en achteruit zou kunnen gaan’, zegt Terry Troost, werkgeversvoorzitter van pensioenfonds PMT. ‘Daarnaast is de belangenafweging cruciaal, die kan per fonds verschillen.’
De herverdeling zal door iedereen met spanning worden gevolgd: niemand wil er in het nieuwe stelsel op achteruitgaan.
Het lijkt onvermijdelijk dat sommigen er minder goed vanaf komen dan anderen. Zo is het afschaffen van de zogenoemde doorsneepremie in het nadeel van mensen van middelbare (45 tot 60 jaar) leeftijd. Nu nog betalen jongeren voor hun oudere collega’s, in het nieuwe stelsel wordt dat losgelaten zodat iedereen voor zijn eigen pensioen betaalt. Mensen van middelbare leeftijd hebben toen ze jonge waren bijgedragen aan het pensioen van ouderen, maar krijgen straks zelf geen subsidie van jongeren.
Ook is het vrijwel zeker dat er wat fout gaat tijdens de overgang naar het nieuwe stelsel. Het omzetten van al die miljoenen pensioenen is een administratieve klus van ongekende omvang. De fondsen zullen het zo veel mogelijk proberen te voorkomen, maar het is bijna niet voor te stellen dat er geen enkel pensioen verkeerd wordt omgezet. In incidentele gevallen kan het dan voorkomen dat iemand minder (of meer) krijgt dan waar diegene recht op heeft.
Zelfs als ze tot een minimum worden beperkt, kunnen de incidenten het beeld bepalen en daarmee het vertrouwen in het nieuwe stelsel aantasten nog voordat het goed en wel is ingevoerd. De benadeelde groepen moeten dus gecompenseerd worden.
Daarvoor zijn grofweg drie mogelijkheden, zegt voorzitter Troost van PMT. ‘Het kan betaald worden uit premie, uit het pensioenvermogen van een fonds of uit een combinatie van die twee.’ Compensatie uit premie vindt Troost onwenselijk, het zou namelijk betekenen dat werkgevers en werknemers meer geld voor pensioen opzij moeten zetten.
Blijft over het pensioenvermogen. Dan moet er wel voldoende geld zijn om de rekeningen van iedereen te vullen en benadeelden te compenseren. Of die ruimte er is, is weer afhankelijk van de financiële ruimte die fondsen hebben en de timing van de overgang naar het nieuwe stelsel.
Het succes van het nieuwe stelsel staat of valt met het moment waarop het pensioenfonds besluit om over te gaan op het nieuwe stelsel. Het draait allemaal om de economische situatie. Om te bepalen hoe groot hun financiële ruimte is, moeten de fondsen namelijk kijken naar de stand van de marktrente. Is de rente hoog, dan zijn de verwachte inkomsten daarover ook hoger en is de buffer groter. Het omgekeerde geldt voor een lage rente.
Een grote buffer geeft de fondsen financiële ruimte om iedereen een eerlijk deel uit de pensioenpot te geven, benadeelde groepen te compenseren en wat extra geld opzij te zetten voor toekomstige tegenvallers. Op dit moment lijkt er nog geen vuiltje aan de lucht. ‘De rente is nu hoog en dat is gunstig’, zegt Eric Uijen, voorzitter van het uitvoerend bestuur van pensioenfonds PME. ‘Zouden we nu overgaan, dan hoeft de uitkering niet omlaag, dan houden we nog geld over om in een potje te stoppen. Maar het lastige is dat de financiële wereld er elke dag anders uitziet’.
Zowel het goede als slechte scenario brengt dilemma’s met zich mee. Is de rentestand lager en is er daardoor minder ruimte, dan moeten de fondsen op zoek naar andere manieren om de herverdeling mogelijk te maken en de reservepot te vullen. De discussie zal dan bijvoorbeeld gaan over verhoging van de premie.
Ziet het er gunstiger uit, dan levert dat juist weer een dilemma op over de verdeling van het extra vermogen. ‘We moeten de reserves vullen, dat is heel belangrijk, maar als er daarna nog geld over is, vindt iedereen dat die daar recht op heeft’, zegt Uijen. Gepensioneerden willen waarschijnlijk compensatie voor de jaren dat hun pensioen niet meegroeide met de inflatie, anderen zullen het geld willen verdelen over de groepen die pensioen opbouwen. ‘Alles is belangrijk’, aldus Uijen. ‘Het gaat erom wat het beste en eerlijkste is om te doen.’
Als werknemers, werkgevers en de fondsen de belangrijkste knopen hebben doorgehakt en een moment hebben gekozen om over te gaan, zet dat de grootste hervorming van het stelsel ooit in gang. De pensioenuitvoerders moeten dan aan de slag met een gigantische administratieve operatie.
Voordat de pensioenen van miljoenen mensen overgaan naar het nieuwe stelsel moeten de uitvoerders controleren of de gegevens van al die mensen wel kloppen. Zijn de loonstrookjes goed ingevoerd? Kloppen alle data over mensen die arbeidsongeschikt zijn? Allemaal gegevens die belangrijk zijn voor de berekening van al die individuele pensioenen.
In de Eerste Kamer waren zowel voor- als tegenstanders er niet gerust op. Zij vreesden een ‘uitvoeringsdebacle’ of een ‘pensioenaffaire’. Het was voor minister Carola Schouten reden om de deadline van 1 januari 2027 uit de wet te halen. Vooralsnog schuift die op naar 2028, eventueel kan die nog tussentijds worden aangepast als dat nodig blijkt. Ze wil daarmee fondsen en pensioenuitvoerders meer tijd geven om de zaken op orde te krijgen en voorkomen dat ze elkaar in de weg zitten.
Geen overbodige luxe, vindt Uijen. ‘Nu alle kleine en grote fondsen in een kort tijdsbestek over moeten, is het dringen geblazen.’ Zo is er veel personeel nodig. PME nam al zo’n 20 procent extra mensen aan om de transitie mogelijk te maken. Op een krappe arbeidsmarkt is het de vraag of er voldoende mensen zijn om die transitie bij alle fondsen en uitvoerders te regelen.
Het gaat dan bijvoorbeeld om rekenmeesters, administratief medewerkers maar ook ict’ers. De oude ict-systemen van de fondsen en uitvoerders zijn namelijk veelal niet geschikt voor het nieuwe stelsel en dus aan vervanging toe. ‘De pensioensector is niet veranderingsgericht; wij zijn juist heel stabiel en doen al jaren hetzelfde’, zegt PMT-voorzitter Troost. ‘Nu moeten vrijwel alle fondsen over op nieuwe systemen, een aardverschuiving binnen de sector.’
Het verschuiven van de deadline geeft wat extra lucht. Wanneer precies de overgang wordt gemaakt naar het nieuwe stelsel, zal van fonds tot fonds verschillen. De grotere fondsen, zoals PME en PMT, liggen vooralsnog op schema om in 2026 over te gaan. Maar in ruim vier jaar tijd kan er veel veranderen. PME-voorzitter Uijen vergelijkt de transitie met een piloot die een landing inzet. ‘Op een gegeven moment zet je de beweging in. Als het ergens fout gaat, kun je nog even optrekken, maar we moeten er alles aan doen om de landing zo zacht mogelijk te maken.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden