‘De eerste generatie bouwt het bedrijf op, de tweede bouwt het uit en de derde breekt het af’, zo luidt een economische wet. Uit onderzoek van de Rotterdam School of Management en BDO blijkt ook dat 30 procent van de familiebedrijven de eerste generatiewisseling overleeft, 13 procent de tweede en maar 3 procent de derde.
De grote uitzondering zijn de Rothschilds die al al meer dan zeven generaties symbool van mateloze rijkdom zijn gebleven. Ze hebben onderlinge conflicten, zakelijke miskleunen, nationalisaties, oorlogen en zelfs de Holocaust overleefd. Het hoogtepunt van hun rijkdom lag in de 19de eeuw. Vader Mayer Amschel Rothschild die de bank in 1744 oprichtte in het Joodse getto van Frankfurt had zijn zonen uitgezonden naar de financiële centra in Londen, Parijs, Wenen en Napels. Bekend werden vooral de beurstransacties van Nathan Rothschild die in Londen als eerste op de hoogte was van de uitkomst van de Slag van Waterloo. In de 19de eeuw waren ze de financier van de industriële revolutie. ‘If I were a Rothschild’, dichtte de auteur Sholem Aleichem in 1902, wat later voor de musical Fiddler on the Roof werd vertaald in ‘If I were a rich man’.
Over de auteur
Peter de Waard is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen. Onlangs verscheen van zijn hand Het geheim van Beursplein 5, over de Amsterdamse beurs. Columns reflecteren niet per se de mening van de redactie.
Nadat hun macht was gegroeid, werden de Rothschild doelwit van antisemitische lastercampagnes en complottheorieën die tot op de dag van vandaag doorgaan. Nog vorig jaar stuurde Thierry Baudet een tweet rond, waarin werd gesuggereerd dat de Rothschilds na het verdwijnen van Assad de nationale bank van Syrië zouden willen worden. Ze zouden de dienst uitmaken bij zowel de Bank of England, de Fed, de ECB als bij het IMF. Nadat begin 2014 de vlucht van MH370 van Malaysian Airways van de radar was verdwenen, werd gesuggereerd dat de Rothschilds die in handen zouden hebben omdat belangrijke patenten werden meegevoerd.
Ze hebben nog altijd hun wijnen, landhuizen, schilderijencollecties en banken. Maar in de rijkenlijsten van Fortune en Forbes staan ze allang in de schaduw van Bezos, Gates en Buffett. In 2019 haalde nog maar één familielid de Forbes-lijst van miljardairs. Op nummer 1.349. In die van vorig jaar stond geen enkele Rothschild meer op de lijst. Dat vinden ze niet erg. Vorige week kreeg Alexandre de Rothschild van zijn aandeelhouders toestemming het gelijknamige bankiershuis Rothschild & Co van de Euronext-beurs in Parijs te halen en in familiebezit terug te nemen. ‘Ons dna past veel meer bij een privaat bedrijf’, zei hij over het bod van 3,7 miljard op de via de beurs uitstaande aandelen. Die waren er onbedoeld terechtgekomen toen de voormalige president François Mitterrand in 1982 alle banken nationaliseerde.
De Rothschilds richtten een nieuwe bank op door de overname – een zogenoemde reverse takeover – van een lege beurshuls Paris-Orléans (een voormalige spoorwegmaatschappij). Die werd later verenigd met de Londense zakenbank NM Rothschild & Son. In 2015 werd de naam veranderd in Rothschild & Co, een bank die 100 miljard euro aan vermogen beheert voor klanten.
De Rothschilds gaan het weer helemaal zelf doen. Tot de achtste, negende en tiende generatie. Misschien opbouwen, zeker niet afbreken.
Source: Volkskrant