Home

Als ik honderd woorden zou hebben om mijn vader te omschrijven, zou ‘dierenvriend’ er niet een van zijn

Mijn jongste dochter zat aan de picknicktafel op het balkon in de schaduw van de parasol een tekening te maken. Ze haalde haar stift van het papier. ‘Opa is echt een dierenvriend hè?’, vroeg ze. Het was niet echt een vraag. Eerder een wist-je-dat-opmerking. Ze trok er ook zo’n wist-je-dat-gezicht bij. Precies het samenzweerderige gezicht dat ik zou trekken als ik mijn vrouw zou vertellen dat ik ontdekt had dat een juf van school in haar vrije tijd kooigevechten tussen scholieren organiseerde.

Als ik honderd woorden zou hebben om mijn vader te omschrijven, zou dierenvriend er niet een van zijn. Hij haat ze niet, zeker niet – maar er is nou ook weer niet een Lenie ’t Hart aan hem verloren gegaan. ‘Waarom denk je dat opa een dierenvriend is?’, vroeg ik daarom. Ze ging weer verder met tekenen. ‘Gewoon’, zei ze, ‘hij schreeuwt nooit tegen ze.’

‘Ah, oké, natuurlijk.’ Ik knikte en bedacht dat ze misschien de lat wel iets hoger zou kunnen leggen. Als níét tegen dieren schreeuwen behelst dat je een dierenvriend bent, krijgen we er een heleboel problemen bij. Allereerst zou de wereld opeens miljarden dierenvrienden rijker zijn en ik weet niet of we dat aankunnen. Daarnaast zouden er veel dierenhaters met stembandproblemen tegen hun zin in bestempeld worden als dierenvriend. Deze stille, gedwongen dierenvrienden zouden voor nog meer polarisatie, tweedeling, identiteitspolitiek en lange, vermoeiende essays zorgen. Heel normale mensen die niet per se als dierenvriend geïdentificeerd willen worden, zouden zich gedwongen voelen zomaar op straat tegen honden en vogels te gaan schreeuwen. Dierenwinkels zouden al die nieuwe dierenvrienden natuurlijk met open armen verwelkomen, maar tegelijkertijd ook gebukt gaan onder de talloze miskende burgers die langskomen om tegen een marmot te brullen.

Andersom heb je de enthousiaste dierenliefhebbers die juist heel graag te boek staan als dierenvriend, maar nou eenmaal een luide stem hebben. Zij zouden een constant en uitputtend gevecht moeten voeren tegen het stigma van niet-dierenvriend. De gevolgen voor Freek Vonk zouden niet te overzien zijn. En als je consequent wil zijn – en dat willen we – zou je die lijn van niet-schreeuwen als teken van genegenheid moeten doortrekken naar de rest van het leven. Alles wat we weten en denken over vriendschap en liefde zou overboord moeten. Iedereen waar je niet tegen schreeuwt, is je vriend. Beledigingen, kleineringen, geweld: prima, zolang er maar niet bij geschreeuwd wordt. Nee, hou maar op, dit wordt niets.

Ik overwoog tegen mijn dochter te zeggen dat niemand, werkelijk niemand op deze paradigmaverschuiving zit te wachten en ze weer terug naar de tekentafel moet met haar theorie. Maar ze is pas 5. En ik wil haar graag te vriend houden. Dus ik bleef stil.

Source: Volkskrant

Previous

Next