Christien van den Hemel heeft naar eigen zeggen een ‘bizar leven’ gehad, dus dit kon er nog wel bij. Vorige week dinsdag werd ze, 92 jaar oud, verwijderd van de publieke tribune van de Tweede Kamer. De beveiligers deden het beleefd, maar ze moest meekomen. In het tumult kreeg ze een duwtje.
Ze moest weg vanwege het schreeuwen. Er werd geschreeuwd dat het nu echt tijd wordt om te betalen. Christien wacht al decennia op het achterstallige salaris van wijlen haar man. Een motie om alsnog te betalen, was weggestemd in de Tweede Kamer.
Op tafel, naast een schaaltje spekkoek, liggen vier getypte velletjes, uit de tijd dat typen nog met een typemachine gebeurde. Ze zijn geschreven door haar man Jop van Menxel. Lees dit eerst, dan begrijp je het.
Jop was militair bij het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL). Na de capitulatie van Nederlands-Indië in 1942 werd hij krijgsgevangen gemaakt. De Japanners brachten hem en zijn jongere broer, ook KNIL-militair, naar een kamp bij Nagasaki. De dichtgetypte velletjes staan vol stokslagen. Zijn broer kwijnde weg van de honger, op het laatst had hij ‘het gewicht van een baby’, hij stierf vlak na de bevrijding.
KNIL-militairen zoals Jop kregen in die tijd hun salaris niet betaald. In 2015, zeventig jaar na de oorlog, besloot de Nederlandse regering dat zij als compensatie recht hebben op een eenmalige uitkering van 25 duizend euro. Alleen maakte Jop dat niet meer mee. Hij stierf in 1986.
Hebben weduwen zoals Christien recht op het achterstallige salaris van hun man? Staatssecretaris Maarten van Ooijen (ChristenUnie) vindt van niet. Hij stelt dat ‘de geschiedenis niet kan worden teruggedraaid’. De ‘onvrede die al bijna 78 jaar leeft’ over de onbetaalde salarissen kan niet meer met geld worden weggenomen.
Uitbetalen, dat is ‘zeer complex’, de staatssecretaris schrijft het op alsof KNIL-weduwen geen bankrekening zouden hebben. Hij wil zijn blik ‘richten op de toekomst’. Nu zijn nog enkele tientallen weduwen in leven. Straks niet meer. Het is een brief die past in het rijtje van gesteggel over Surinaamse AOW, maar dan cynischer.
Christien van den Hemel heeft slechts vier jaar lagere school. Maar ze is altijd blijven lezen. Ze heeft zichzelf ontwikkeld. Ze merkt: staatssecretaris Van Ooijen, geboortejaar 1990, de generatie van haar kleinkinderen, weet niet waar dit over gaat.
Christien ontmoette Jop in 1947 in Bandung. In de Bersiaptijd, vlak voordat Indonesië onafhankelijk werd, zat zij zelf in een kamp. Er gebeurde iets dat niet in de krant hoeft, maar waardoor ze wist: voor mij geen huwelijk. Jop stelde haar gerust. ‘Als we een paar maanden getrouwd zijn en het gaat niet, dan laat ik je los.’ Hij was een man ‘uit de miljoenen’.
In 1953 kwamen ze naar Nederland. Twee mensen met een trauma. Zij slaapt met haar kleren aan, dan kun je gauw vluchten. Hij liet de kinderen de littekens zien boven zijn bilnaad. De bajonetsteken die hij kreeg van de Japanners. In het kamp was hij betrapt op het stelen van rijst om zijn broer in leven te houden.
Later sloeg hij haar in zijn slaap. Toen ging ze andersom naast hem liggen. Tikken tegen je benen, dat is niet erg, maar in je gezicht, dat is vervelend. ‘We hebben de kinderen altijd alles verteld. Want ouders die er niet met hun kinderen over praten, die gaan hun kinderen slaan.’
In de Tweede Kamer was het haar dochter Geraldine die schreeuwde. ‘Deze vrouw van 92 wil gewoon haar recht halen’, zulke dingen. Het kwam voort uit emotie. Het gevoel van: ga je nou echt wachten tot alle weduwen zijn overleden?
Van Ooijen wil herdenken ‘op een collectieve manier’ en met ‘activiteiten’. Het staat er alsof Christien van den Hemel voor de Nederlandse overheid voltooid verleden tijd is. Alsof een monumentje voldoet om de betalingsverplichting af te kopen.
Deze dinsdag stemt de Tweede Kamer opnieuw over de salarisbetaling aan de weduwen. ‘Het kan nooit verjaren’, zegt Christien van den Hemel. Ze zal langs de beveiligers lopen die haar vorige week verwijderden. Ze zal weer plaatsnemen op de publieke tribune, om te laten zien dat ze bestaat.
Source: Volkskrant